< naar blogoverzicht

Hoe maak je inzichtelijk of een maatschappelijk project ook daadwerkelijk bijdraagt?

2017-11-27 09:55:49 / by bebright

Of het nu gaat om het verantwoorden van investeringen, het vergroten van de betrokkenheid van stakeholders of het herijken van de doelen. Er komt vaak een moment dat maatschappelijke projecten behoefte hebben aan een goed onderbouwde impactanalyse. Een dergelijke analyse is complex doordat de resultanten buiten de eigen organisatie liggen en daardoor soms lastig inzichtelijk te maken zijn. Daarbij moet de inspanning en de toegepaste methodiek in verhouding staan tot de omvang en de risico’s van een project. Grofweg onderscheiden wij hierin drie niveaus: maatschappelijke businesscase, maatschappelijke effectmeting en een maatschappelijke kosten-batenanalyse.

In opdracht van Rabobank Rijk van Nijmegen brachten wij voor drie projecten de ‘sociaaleconomische footprint’ in kaart. Deze projecten komen voort uit een voorafgaand traject waarin Rabobank Rijk van Nijmegen en Maas en Waal samen met zeven gemeenten onder begeleiding van BeBright het ecosysteem RvN@ hebben opgericht.

Over RvN@

RvN@ is in 2016 gestart als een dynamische beweging van ondernemers, overheden, instellingen, investeerders en inwoners van het Rijk van Nijmegen. Samen initieerden de 1.100 betrokkenen 30 projecten die bijdragen aan de sociaaleconomische kracht van de regio Rijk van Nijmegen. De ambitie van RvN@ is om innovatie en economische groei te stimuleren, mensen aan het werk te krijgen, meer studenten toegang tot het bedrijfsleven te geven en tegelijkertijd de sociale samenleving in het Rijk van Nijmegen mee te laten profiteren. De beweging gaat uit van wat er al is in de samenleving, of van wat zich aandient. Samen geven de partijen een extra impuls door bestaande en nieuwe netwerken te verbinden, kennis en middelen te delen, projecten verder te brengen en de impact te meten.

Sociaaleconomische footprint voor 3 RvN@ projecten

Voor 3 RvN@ projecten is een Sociaal Economische Footprint opgesteld: Gezond en duurzaam aan tafel, StartUp Nijmegen en Zorgeloos op vakantie. Om vast te kunnen stellen wat de toegevoegde waarde is van elk van deze initiatieven, hebben we uitgezocht welke directe en indirecte effecten ontstaan. 

Samen met de drie projectteams hebben we aan de hand van 2 workshops en aanvullend onderzoek de footprint samengesteld. Aan de basis stond een heldere definiëring van de scope, doelen en betrokken stakeholders. Onderstaand figuur schetst de niveaus waarop de belangrijkste indicatoren in kaart zijn gebracht:

  1. Inbreng van stakeholders: welke investering (in tijd, geld of middelen) doen de verschillende stakeholders in het initiatief?
  2. Activiteiten die door het initiatief ontplooid worden: wat wordt er gedaan om toegevoegde waarde te creëren?
  3. Directe opbrengsten van de activiteiten: wat leveren deze activiteiten voor stakeholders op?
  4. Maatschappelijke effecten die ontstaan als gevolg van het initiatief: welke toegevoegde waarde heeft het initiatief voor de maatschappij?

Projecten in verschillende fasen

Het resultaat van maatschappelijke initiatieven is niet altijd te kwantificeren in geld of tastbare resultaten. Sommige maatschappelijke effecten zijn dusdanig complex dat uitgebreid wetenschappelijk onderzoek nodig is om ze in kaart te brengen. Andere effecten kunnen pas na vele jaren op de juiste wijze worden afgezet tegen de beginsituatie. In welke fase het project zich bevindt heeft daardoor veel invloed op de mate waarin effecten hard gemaakt kunnen worden. Voor de drie projecten verschillen deze fasen van ontwikkeling sterk:

  • Duurzaam en gezond aan tafel heeft in 4 jaar veel gegevens en data verzameld om de effecten aan te tonen.
  • Voor StartUp Nijmegen is het nog te vroeg om aantoonbare effecten in kaart te brengen, de footprint geeft voor hen inzicht in de resultaten na een jaar.
  • Zorgeloos op vakantie zit nog in de conceptfase en toont met de footprint aan een mooie businesscase in handen te hebben.

Het in kaart brengen van de footprint heeft alle projecten verder gebracht. Op basis van deze eerste opzet kunnen zij in de toekomst de footprint actualiseren en daarmee de stand van zaken evalueren. Ook kunnen zij zo hun toegevoegde waarde blijven monitoren.

Bijdrage aan de ambitie

Uit de footprints blijkt dat de drie projecten elk op hun eigen manier bijdragen aan de ambities van RvN@. Zo heeft Duurzaam en gezond aan tafel aantoonbaar effect op het verminderen van verspilling bij zorginstellingen. Tegelijkertijd werken ze samen met deze instellingen actief aan het bevorderen, verbeteren of herstellen van de gezondheid van inwoners in de regio.

 

Duurzaam en gezond aan tafel

 

StartUp Nijmegen biedt kansen voor startende ondernemers en probeert zo de innovatiekracht van de regio te versterken en een impuls te geven aan de werkgelegenheid in de regio. Het project is schaalbaar en biedt daarmee kansen op allerlei plekken in de 7 gemeenten. De ambitie om in de toekomst meer samen te werken met onderwijsinstellingen biedt op het gebied van innovatie ook potentie voor het onderwijs.

 

StartUp Nijmegen

 

Het project Zorgeloos op vakantie moet nog starten, maar kan in potentie een impuls geven aan de leefbaarheid van de omgeving. Door aanpassingen aan voorzieningen door lokale ondernemers, wordt de regio steeds toegankelijker. Ook is de verwachting dat het stimuleren en combineren van twee sterke sectoren in de regio, gezondheidszorg en toerisme & recreatie, ten goede komt aan de werkgelegenheid en economische groei.

Zorgeloos op vakantie

Ook de toegevoegde waarde van uw project in kaart brengen?

Wij hopen dat de denkwijze en toegepaste methodiek van de sociaaleconomische footprint ook andere projecten helpt om nieuwe inzichten op te doen en ambities waar te maken. Bent u hierin geïnteresseerd? Neem dan contact op met arjo.mans@bebright.eu of vivian.dekkers@bebright.eu. Of bekijk de pagina van BeBright Analytics. Wilt u meer weten over de resultaten of RvN@? Op de website of in het magazine vindt u meer informatie.