+31(0)30 88 879 27 office@bebright.eu
Inrichten van eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s) en de essentie van gemandateerde vertegenwoordiging

Inrichten van eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s) en de essentie van gemandateerde vertegenwoordiging

In steeds meer regio’s worden regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s) opgericht om de eerstelijnszorg sterker en beter georganiseerd te maken. Maar hoe werkt dat in de praktijk? Welke beroepsgroepen zitten aan tafel? En wat betekent gemandateerde vertegenwoordiging eigenlijk voor hen? BeBright helpt RESV’s en monodisciplinaire netwerken bij deze uitdagingen, zodat deze nieuwe samenwerkingen effectief en impactvol zijn.

In de Visie Eerstelijnszorg 2030 hebben eerstelijnspartijen een duidelijk doel gesteld: een sterke, aanspreekbare en hecht georganiseerde eerstelijnszorg. Dit betekent dat professionals in 2030 in hechte wijkverbanden samenwerken en dat in elke regio een regionaal eerstelijnssamenwerkingsverband (RESV) actief is. Dit RESV vertegenwoordigt en ondersteunt twaalf disciplines binnen de eerstelijnszorg en fungeert als aanspreekpunt richting verzekeraars, gemeenten en andere zorgdomeinen.

Momenteel worden in zo’n 50 regio’s RESV’s ingericht. ZonMw stelt hiervoor een aanzienlijke subsidie per regionaal verband beschikbaar. “Dit is een unieke kans voor de eerstelijnszorg om zich regionaal te organiseren en gezamenlijk duurzame afspraken te maken,” zegt Irene Mommers, partner bij BeBright. “Er wordt een flink bedrag geïnvesteerd: de totale programmalijn ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’ bedraagt 104 miljoen euro.”

Aan de RESV-tafel nemen gemandateerde vertegenwoordigers van twaalf eerstelijnsdisciplines plaats. Zij bespreken samen een vijftal kerntaken, met als doel om de eerstelijnszorg duurzaam toegankelijk te houden en te versterken. “Veel net opgerichte RESV’s worstelen met de vraag: Wat nu? Hoe zorgen we dat we effectief samenwerken en impact gaan maken?” aldus Mommers.

De tafelschikking
De twaalf stoelen aan de RESV-tafel worden bezet door gemandateerde vertegenwoordigers van de volgende beroepsgroepen: huisartsen, wijkverplegers, apothekers, fysiotherapeuten, diëtisten, oefentherapeuten, ergotherapeuten, huidtherapeuten, logopedisten, optometristen, specialisten ouderengeneeskunde en artsen verstandelijk gehandicapten. Op de huisartsen na kunnen ook deze beroepsgroepen bij ZonMw terecht voor een subsidie om zich te organiseren in een netwerk. In een aantal regio’s hebben de paramedische beroepsgroepen zichzelf al georganiseerd in een multidisciplinair samenwerkingsverband. In dat geval gaan de stoelen van deze beroepsgroepen van tafel en wordt er één stoel neergezet voor het multidisciplinair verband. “Veel beroepsgroepen zijn blij met hun stoel aan tafel” vertelt Mommers. “Het wordt zoeken naar een goede balans tussen tijd en impact”.

De essentie van gemandateerde vertegenwoordiging
Iedere beroepsgroep wijst dus een gemandateerde vertegenwoordiger aan die deelneemt aan de RESV-tafel en de belangen van haar achterban behartigt. Deze persoon handelt en spreekt namens de beroepsgroep en kan namens hen bindende afspraken maken. Dat is geen gemakkelijke rol om te vervullen. BeBright adviseert monodisciplinaire netwerken om het ‘ABC-model van gemandateerde vertegenwoordiging’ te gebruiken. Het betreft een eenvoudig model waarmee de minimale randvoorwaarden voor een efficiënte en effectieve samenwerking worden ingericht.

Werkend met dit model, stelt de gemandateerde vertegenwoordiger zichzelf aan de RESV-tafel steeds drie vragen:

Ambitie: Zijn de plannen en besluiten in lijn met de visie en doelen van de achterban?
Besluitvorming: Dient de achterban te worden geconsulteerd over specifieke plannen en besluiten?
Communicatie: Welke berichtgeving is nodig om de achterban op de hoogte te houden van wat er besproken wordt aan tafel?

De vertegenwoordiger weet met dit model hoe te handelen en spreken namens de beroepsgroep in verschillende situaties. Dat schept vertrouwen bij alle betrokkenen”.

De vijf taken van de RESV
In de Visie Eerstelijnszorg 2030 worden vijf taken beschreven voor de RESV, te weten:

1. Vertegenwoordigen van de eerstelijnsdisciplines bij regionale afspraken met partijen
2.
Regionaal organiseren van capaciteit en toegankelijkheid van de eerstelijnszorg
3. Maken van zorginhoudelijke afspraken over specifieke patiëntgroepen
4.Faciliteren en ondersteunen van eerstelijnszorgaanbieders
5. Ondersteunen van hechte wijkverbanden

RESV’s hebben tijd nodig om invulling te geven aan deze taken. Wij adviseren RESV’s om eindeloze discussies over samenwerking te voorkomen en gericht te beginnen met deze kerntaken. Bouw van daaruit gestructureerd verder.” – Irene Mommers

Ondersteuning nodig?
Een RESV of monodisciplinaire netwerk oprichten is één ding, maar zorgen dat het functioneert en impact heeft, is een andere uitdaging. Veel samenwerkingsverbanden beginnen enthousiast, maar lopen vast in complexe besluitvorming en communicatievraagstukken. BeBright begeleidt RESV’s en monodisciplinaire netwerken bij het structureren van hun samenwerking, helpt bij het maken van strategische keuzes en zorgt ervoor dat vertegenwoordigers goed voorbereid aan tafel zitten.

> Meer weten? Bekijk hier de INFORMATIEBROCHURE ORGANISATIE EERSTELIJNSZORG. Neem hierover contact op met Irene Mommers (irene.Mommers@bebright.eu) of Arjo Mans (arjo.mans@bebright.eu).

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Regionaal voedselsysteem: Zuid-Limburg een springplank voor succes in heel Limburg?

Regionaal voedselsysteem: Zuid-Limburg een springplank voor succes in heel Limburg?

Ruim 5 jaar heeft BeBright de Stichting Regionaal Voedselsysteem (Zuid-)Limburg ondersteund in de transitie naar een regionaal voedselsysteem in Limburg. Sinds begin dit jaar gaat de Stichting Regionaal Voedselsysteem Limburg (RVS-LB) zelfstandig verder. Een mooi moment om samen met Etiënne Hochs, bestuursvoorzitter van de Stichting RVS-LB, terug te blikken op de jarenlange samenwerking met BeBright.

In september 2023 besloot de Stichting RVS-LB, destijds Stichting Regionaal Voedselsysteem Zuid-Limburg (RVS-ZL), om de beweging te verbreden van Zuid-Limburg naar heel Limburg. Inmiddels zijn we anderhalf jaar verder en heeft de Stichting RVS-LB samen met alle deelnemers en partners in het systeem belangrijke stappen gezet:

  • Lancering van één keurmerk: na marktonderzoek is in samenwerking met communicatiebureau Imagro één keurmerk ontwikkeld voor regionale producten uit Limburg.
  • Groei van het aantal betrokkenen: de afgelopen 1,5 jaar is het aantal deelnemers, streekhouders en leveranciers verdubbeld. Bovendien is er nu een betere spreiding van betrokkenen over Noord-, Midden- en Zuid-Limburg.
  • Groei van het productaanbod: door een betere dekking van heel Limburg is sprake van een breder productassortiment. Met dit assortiment is het mogelijk om een streekontbijt of lunch aan te bieden aan hotels, restaurants of cafés.
  • Opstart van een fijnmazig netwerk: afgelopen jaar is een pilot gestart rondom een aantal boerderijwinkels in Weert om de logistiek efficiënter te organiseren. Een mooie start van de opschaling van een distributienetwerk
  • Groei van het aantal strategisch partners: het aantal strategische partners is op het niveau van heel Limburg uitgebreid, wat de paraplu-functie van de stichting versterkt. Er is sprake van een betere vertegenwoordiging van partners verspreid over Noord-, Midden- en Zuid-Limburg.

Het feit dat deze stappen in relatief korte tijd gezet konden worden, is onder andere te danken aan de successen die reeds behaald waren in Zuid-Limburg. Etiënne Hochs, bestuursvoorzitter regionaal voedselsysteem, zegt hierover: “Doordat de beweging in Zuid-Limburg al op gang was, konden we in de rest van Limburg voortbouwen op de ervaringen die we in het Zuiden hebben opgedaan. Hierdoor konden we de beweging versneld doortrekken in heel Limburg. Tegelijkertijd zie je dat een transitie tijd nodig heeft. Je moet de nieuwe deelnemers wel voldoende tijd geven om in te stromen en op dezelfde snelheid te komen.”

Samenwerking vanuit een gezamenlijke visie
De samenstelling van het bestuur speelt een cruciale rol in het aanjagen van de transitie naar een regionaal voedselsysteem. Op dit moment is overheid, onderwijs en de ondernemers vertegenwoordigd in het bestuur. Ook komen de bestuursleden uit verschillende delen van Limburg. “Het is belangrijk om verschillende expertises en profielen in het bestuur vertegenwoordigd te hebben. Hierdoor doorzien we samen de verschillende onderdelen van het voedselsysteem en kunnen we de samenhang daartussen aansturen,” aldus Hochs.

De samenwerking met BeBright heeft volgens Hochs de afgelopen jaren een belangrijke rol gespeeld het succes van het RVS-LB. De toegevoegde waarde van BeBright zit volgens Hochs in twee belangrijke aspecten:

  • De kracht van BeBright zit in het ontwikkelen en creëren samen met anderen. Hierdoor ontstaat een goed onderbouwd en gedragen verhaal. En BeBright heeft een bijdrage geleverd aan het sturen van de transitie, waarin steeds een juiste balans werd gezocht tussen lange termijn visie ondersteund door kortere termijn acties.
  • De visie, positiviteit en constante drive van de mensen bij BeBright heeft echt het verschil gemaakt. Niet alleen wanneer het makkelijk was, maar juist ook wanneer er lastige beslissingen genomen moesten worden.

“De toegevoegde waarde van BeBright is van groot belang geweest voor het RVS-LB. Laatst sprak ik iemand tijdens een nieuwjaarsreceptie en hij gebruikte dezelfde woorden. Ik heb altijd ontzettend veel vertrouwen in BeBright gehad en dat was voor mij ook een voorwaarde om voorzitter van de Stichting te worden. De samenwerking met BeBright voelt echt als een tandem.” – Etiënne Hochs, bestuursvoorzitter regionaal voedselsysteem Limburg

Kansen voor verdere groei van het RVS-LB
Naast de successen die de afgelopen jaren zijn geboekt, liggen er nog genoeg uitdagingen en kansen voor verdere groei van het RVS-LB. De focus voor het komende jaar ligt op drie onderdelen:

  1. Uitbreiden van het productenassortiment: Het RVS-LB wil het komende jaar meer producten in haar assortiment creëren zodat ze op grotere schaal producten kunnen aanbieden. Hierdoor wordt het voor afnemers steeds interessanter omdat ze voldoende en tijdig bevoorraad kunnen worden.
  2. Efficiënte logistiek: Er is een mooie eerste stap gezet met de pilot rondom boerderijwinkels in Weert om logistiek efficiënter en meer in gezamenlijkheid te organiseren. De uitdaging is om komend jaar ook de grotere stromen van Noord- naar Zuid-Limburg op een goede en efficiënte manier in te vullen.
  3. Versterken van het keurmerk: Het keurmerk RVS-LB kan groeien in marketingwaarde, zodat steeds meer deelnemers, leveranciers en producenten willen deelnemen aan het systeem.

“De grootste uitdaging zit in de balans tussen alle onderdelen van het voedselsysteem. Om daar met eenzelfde snelheid steeds voldoende focus op te leggen. Dat maakt het ook zo complex.”

In de bovengenoemde verdere groei spelen deelnemers en partners aan het systeem een onmiskenbare waarde. “Zonder partners is het RVS-LB niets. Van producenten, leveranciers, distributeurs en strategische partners: allen zijn van groot belang. Het is mooi dat wij als Stichting een paraplu-functie kunnen vervullen om de samenwerking tussen deze partijen transparant te maken. Partijen zijn enthousiast en blijven enthousiast. Maar uiteindelijk moeten we het wel samen voor elkaar krijgen.”

Het belang van een brede maatschappelijke transitie
Uiteindelijk streeft het RVS-LB ernaar dat in 2030 een substantieel deel van het voedsel in Limburg van eigen bodem of van een Limburgse bewerker komt. Het realiseren van deze transitie kost tijd.“Ik denk dat we in een heel mooie transitie zitten en zo moeten we het ook echt zien. Deze beweging is echt iets van de lange termijn. Het is een breed gedragen maatschappelijke transitie waarbij je met veel verschillende stakeholders rekening moet houden. Dat tempo kan soms traag voelen, maar juist daardoor wordt het hopelijk breder gedragen en levert het uiteindelijk iets op voor de hele maatschappij.”

Heb jij een regionaal vraagstuk waar je niet alleen uitkomt? Zoek je naar krachtige samenwerking en innovatieve oplossingen? Wij helpen je graag verder. Samen maken we impact, voor jouw organisatie, regio en de samenleving. Interesse of meer weten? Neem contact op met Irene Mommers.

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief. 

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Aan de slag met prehabilitatie: Jouw routekaart naar succes!

Aan de slag met prehabilitatie: Jouw routekaart naar succes!

Hoe start je als ziekenhuis met prehabilitatie? Of hoe schaal je het verder op? De nieuwe routekaart en businesscase rekenhulp bieden uitkomst. De routekaart laat stap voor stap zien hoe prehabilitatie succesvol kan worden ingevoerd. Met de rekenhulp krijg je inzicht in de kosten en baten, afgestemd op jouw ziekenhuis. Deze tools zijn ontwikkeld dankzij een samenwerking met twintig koploperziekenhuizen en ondersteuning van Stichting Fit4Surgery. Het doel is om meer ziekenhuizen te inspireren om prehabilitatie onderdeel te maken van hun zorgaanpak. De sleutel? Het structureel inbedden van preventie in en om het ziekenhuis vraagt om een gedegen strategische benadering en de nodige resources.

Download hier de routekaart en rekenhulp.

Uitnodiging kennisbijeenkomst
Wil je meer weten en ervaringen uitwisselen? Kom naar de kennisbijeenkomst op 10 februari 2025 om 16:00 uur in Utrecht. Hier presenteren we het complete informatiepakket met tools en inzichten en is er volop ruimte voor interactie. De bijeenkomst is bedoeld voor zorgprofessionals, projectleiders en bestuurders die aan de slag willen met prehabilitatie.

Interesse? Meld je aan via de volgende link: aanmelden voor bijeenkomst
Extra ondersteuning bij implementatie
Naast de routekaart en rekenhulp biedt Stichting Fit4Surgery in samenwerking met BeBright directe ondersteuning aan ziekenhuizen. Dit omvat onder andere adviesgesprekken over implementatie en hulp bij de aanvraag van een implementatievoucher van de Coalitie Leefstijl in de Zorg die helpt met de opschaling van prehabilitatie.
Meer weten? Neem dan contact op met Irene Mommers of Marjolein Geurts.  

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief. 

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

adviseur regiescan

Irene Mommers

BeBright consultancy Zorg

Marjolein Geurts

Preventiestrategieën in ziekenhuizen: tijd voor structurele inbedding van preventie

Preventiestrategieën in ziekenhuizen: tijd voor structurele inbedding van preventie

Preventie is inmiddels opgenomen in de missie en visie van alle ziekenhuizen in Nederland. Talloze initiatieven zijn gestart, vaak geïnitieerd door enthousiaste medewerkers. Echter, een heldere preventiestrategie ontbreekt waardoor er geen beleid is en er geen financiële middelen zijn gealloceerd. Dit leidt vaak tot frustratie onder medewerkers en belemmert de opschaling van goede initiatieven. De sleutel? Het structureel inbedden van preventie in en om het ziekenhuis vraagt om een gedegen strategische benadering en de nodige resources.

BeBright organiseerde dit jaar vijf modules voor bestuurders, (medisch) managers en beleidsmedewerkers, waarin we samen met toonaangevende sprekers inzichten deelden over het ontwikkelen van een preventiestrategie voor ziekenhuizen. In onze nieuwe whitepaper delen we de belangrijkste lessen en concrete handvatten voor het structureel organiseren van preventie in ziekenhuizen. Met onder andere:

Tips voor het ontwikkelen van een effectieve preventiestrategie binnen ziekenhuizen.

Ervaringen ten aanzien van: ‘leefstijl standaard onderdeel maken van behandeling’, ‘het inzetten van technologie en data’ en ‘het bevorderen van vitaliteit bij medewerkers’

Inzichten vanuit ziekenhuizen zoals het Radboudumc en Erasmus MC

Lees de whitepaper hier: Whitepapier Preventiestrategieën in Ziekenhuizen

 

Zoek jij hulp bij het opstellen van een preventiestrategie voor jouw ziekenhuis of wil je meer weten over de inhoud van de ‘Leergang Preventiestrategieën voor ziekenhuizen, neem dan contact op met Irene Mommers of Puck Kahlmann.

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief. Lees ook ons eerdere artikel over preventie in het ziekenhuis.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

adviseur regiescan

Irene Mommers

Portretten BeBright - Puck Kahlmann 2

Puck Kahlmann

+31(0)30 88 879 27
puck.kahlmann@bebright.eu

Een sterkere organisatie van de eerstelijnszorg – orde in de chaos?

Een sterkere organisatie van de eerstelijnszorg – orde in de chaos?

De visie eerstelijnszorg 2030, onderdeel van de afspraken uit het Integraal Zorgakkoord (IZA), heeft twee nieuwe gremia in het leven geroepen: ‘regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s)’ en ‘hechte wijkteams’. Eerstelijnsdisciplines worden aangespoord om zich te organiseren zodat gemandateerde afvaardiging naar de RESV’s mogelijk wordt. Orde in de chaos of is dat te vroeg gejuicht?

De eerstelijnszorg wordt geconfronteerd met een toenemende zorgvraag door ontwikkelingen zoals dubbele vergrijzing, een groeiend aantal chronisch zieken, langer thuiswonende ouderen en toenemende gezondheidsverschillen. Tegelijkertijd is er sprake van personeelstekorten en gebrek aan tijd en middelen om te innoveren.

Complexiteit van samenwerking in de eerstelijnszorg
Samenwerking is essentieel om deze uitdagingen aan te gaan. Samen kunnen we zorg verdelen, substitutie organiseren, innoveren, doelgroepen segmenteren en meer. Echter, om afspraken te kunnen maken in de versnipperde eerstelijnszorg, samen met duizenden paramedici, huisartsen, apothekers en wijkverpleegkundigen, is het nodig dat de beroepsgroepen zich beter organiseren in aanspreekbare entiteiten. De visie eerstelijnszorg 2030 roept daarom op tot het versterken van de organisatiegraad van de eerste lijn, zowel op regio- als wijkniveau.

Regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s) en hechte wijkteams
Met de komst van een regionaal eerstelijnssamenwerkingsverband (RESV) in elke regio wordt er een centraal aanspreekpunt gecreëerd. In dit samenwerkingsverband zijn de eerstelijnsdisciplines vertegenwoordigd. De belangrijkste doelen zijn: vergroten van het oplossend vermogen in de keten, organiseren van een 24/7 infrastructuur voor crisissituaties, bevorderen van preventie, promoten van digitalisering, vergroten van zelfregie en waarborgen van werkplezier bij zorgverleners. Het RESV maakt afspraken over organisatie, samenwerking en coördinatie tussen verschillende ‘lijnen’ en het sociaal domein. Ook ontwikkelt het RESV een plan van aanpak om capaciteits- en ketenknelpunten in de regio op te lossen. Er komen afspraken over overbruggingszorg, effectieve initiatieven rond samenwerking en verplaatsing van zorg.

De eerstelijnsdisciplines is verzocht om zich te organiseren zodat gemandateerde afvaardiging naar het RESV mogelijk wordt. Momenteel zijn eerstelijnsdisciplines bezig met het opzetten van een monodisciplinair samenwerkingsverband in elke regio, of sluiten zij zich aan bij een multidisciplinair samenwerkingsverband in de regio.

Het tweede beoogde gremium betreft hechte wijkteams. Het doel van de beoogde hechte wijkteams is het stimuleren van samenwerking in de wijk tussen professionals, zodat er proactief kan worden ingespeeld op gezondheidsproblemen van inwoners. Hierbij is het niet de bedoeling om nieuwe entiteiten op te richten.

Kortom, er zijn veel nieuwe samenwerkingsverbanden in oprichting. Daarnaast ontstaan ook nieuwe samenwerkingen in de realisatie van transformatieplannen en in de domeinoverstijgende samenwerkingsverbanden (DSV’s). En rond de ketenaanpakken die gemeenten implementeren vanuit het GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord. Van orde in de chaos is voorlopig helaas nog geen sprake.

The Bright Way – efficiënte en effectieve samenwerking vanuit een heldere visie
Menig zorgorganisatie en -professional zit in meerdere samenwerkingsverbanden en ziet door de bomen het bos niet meer. Een heldere visie en strategie is nodig om keuzes te maken en prioriteiten te stellen in de samenwerking met anderen. BeBright ondersteunt organisaties met het herijken van hun visie, strategie en positionering in het veranderende werkveld.

Daarnaast ondersteunt BeBright samenwerkingsverbanden om efficiënt en effectief met elkaar samen te werken. We zien vaak te veel overleg, te veel doelen en te veel rolverwarring, tegenover weinig concrete activiteiten en acties. Deelnemers kennen hun eigen en elkaars doelen en prioriteiten in samenwerkingen en regionale plannen vaak onvoldoende. BeBright ondersteunt met het creëren van overzicht, inzicht en orde in samenwerking.  Denk daarbij aan het ontwikkelen van een strategisch projectenportfolio, een efficiënte vergadercultuur en communicatiestructuur en een helder besluitvormingsmodel dat recht doet aan alle betrokken partijen.

Zie je door de bomen het bos niet meer? Wil jouw organisatie een gedragen visie die zich richt op toekomstbestendige en passende zorg? Is de visie scherp, maar zijn jullie op zoek naar het ‘hoe dan’? Of heb je hulp nodig bij het efficiënt inrichten van jouw (kersverse) samenwerkingsverband? We helpen je graag. Irene Mommers staat je graag te woord.

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Een strategisch meerjarenplan voor duurzame AYA-zorg: kwaliteit van leven voorop

Een strategisch meerjarenplan voor duurzame AYA-zorg: kwaliteit van leven voorop

Een reflectie met Dr. Eveliene Manten-Horst op de ontwikkeling van het strategisch meerjarenplan voor duurzame AYA-zorg

Jaarlijks krijgen in Nederland rond de 4000 jonge mensen tussen de 18 en 39 jaar voor het eerst de diagnose kanker. We noemen hen AYA’s: Adolescents and Young Adults. Samen vormen zij 3,5% van het totaal aantal patiënten met kanker en zijn daarmee een zeldzame groep. De organisatie van en de zorg voor AYA’s is bottom-up met AYA’s en zorgverleners ontwikkeld en wordt verleend in 77 ziekenhuislocaties. Deze ziekenhuizen vormen gezamenlijk het Nationaal AYA Zorgnetwerk. BeBright mocht het bestuur van het Nationaal AYA Zorgnetwerk ondersteunen bij de volgende grote stap: het ontwikkelen van een meerjarenstrategie gericht op permanente inbedding van zorg voor AYA’s in het zorglandschap. Samen met Dr. Eveliene Manten – Horst, begonnen als kwartiermaker en de huidige directeur van het Nationaal AYA Zorgnetwerk, blikken we terug op drie maanden van intensieve samenwerking.

Waarom ben je als kwartiermaker aan de slag gegaan?
“Toen ik begon was er slechts één AYA-poli. Er viel toen niets te managen of te ‘directeuren’, maar er was wel veel te ontdekken en te ontwikkelen sámen met gedreven zorgverleners en AYA’s. In die tijd was het ‘out of the box’ (om)denken en pionieren op alle fronten: het herkennen en erkennen van AYA’s als aparte oncologische patiëntengroep, het zien van de AYA’s als jongvolwassen mensen met ándere dillema’s voor de zorg en de behandeling van tumoren op deze leeftijd en het ontwikkelen en agenderen van persoonsgerichte zorg vanaf diagnose binnen de tumorzorg. Deze zorg dient geïntegreerd te zijn en verleend te worden binnen de tumorzorg, waarbij er erkend wordt dat de keuze voor een behandeling een direct effect heeft op kwaliteit van leven. Zorgverleners dienen vroegtijdig en actief te anticiperen op de zorgbehoeften en kwaliteit van leven van de AYA. Zodoende kan latere zorgconsumptie worden voorkomen.

Al snel zag ik ook dat AYA’s in alle ziekenhuizen behandeld werden en hun oncologische zorg en behandeling versnipperd waren over heel Nederland. Daarom initieerde ik  een landelijk netwerkverband om zowel kennis en kunde over ‘kanker op de AYA-leeftijd’ maximaal te kunnen bundelen als geïntegreerde AYA-zorg te verlenen. Als kwartiermaker zocht ik vrijelijk mijn weg naar besturen, behandelaren, verpleegkundigen, andere zorgverleners en AYA’s om te luisteren en hen uit te nodigen gezamenlijk te bouwen aan ‘AYA-zorg’ in netwerkverband. Die werkwijze wekte vertrouwen, want daarmee zette ik alle belanghebbenden in hun kracht. Die co-creatie en co-participatie vanuit diverse perspectieven werkte synergetisch en is tot op de dag van vandaag één van de succesfactoren van dit netwerk. Stap voor stap bouwen we nu leeftijdsspecifieke zorg in netwerkverband uit naar de 1e lijn en informele zorg.

 

Jullie hebben als pionier in het zorglandschap inderdaad al veel voor elkaar gekregen. Waarom was het AYA Zorgnetwerk toe aan een strategisch meerjarenplan?
“Anno 2024 hebben we in slechts 10 jaar tijd enorme mijlpalen bereikt: er is er een landelijk dekkend AYA Zorgnetwerk van 77 ziekenhuislocaties waarbinnen AYA-zorg verleend wordt, er zijn 8 AYA-poli’s bij de UMC’s en het AvL verdeeld over 6 regionale AYA Zorgnetwerken, en ook de 1e lijn en informele zorg doen mee. Er is landelijke en regionale scholing om de deskundigheid over zorg en behandeling voor AYA’s te bevorderen en dagelijks komen er nieuwe onderzoeksresultaten bij die nodig zijn om zorg en scholing te blijven verbeteren. Sinds 1 januari 2024 worden basis AYA-zorg, de 8 AYA-poli’s en de ondersteuning van het netwerk bekostigd vanuit DBC-zorgproducten. De grens is bereikt van wat we aankunnen met de huidige ondersteuningcapaciteit van 3,8 fte voor dit grootste zorgnetwerk van Nederland. Ik ben ongelofelijk trots op wat er gezamenlijk bereikt is, maar we verliezen geloofwaardigheid als we niet de volgende stap zetten. We hebben versnelling en de inzet van anderen nodig om te laten floreren van wat we tot nu toe hebben opgebouwd. Het strategisch meerjarenplan op zorg-deskundigheid-governance, inclusief visie, biedt houvast en een concreet plan voor de komende jaren om door te groeien en de AYA-zorg in netwerkverband te borgen.” 

Wat vind jij één van de belangrijkste projecten in het strategisch meerjarenplan?
“Voor de uniformiteit en kwaliteit van AYA-zorg binnen het landelijk netwerk is deskundigheidsbevordering erg belangrijk. Ik merk dat (zorg)professionals hier behoefte aan hebben, onder andere omdat AYA-zorg niet structureel is ingebed in de opleidingen. Dit betreft een groot project wat medische specialismen, verpleegkundige, paramedische en psychosociale zorgprofessionals beslaat. Het beoogt optimale kennis en kunde overdracht met betrekking tot AYA-zorgverlening. Daarnaast is het van belang om aan zorgprofessionals en onderzoekers de vraag te stellen ‘wie ben je en wat heb je nodig om dit werk te doen?’. Deze vraag stellen we in de zorg aan AYA’s zelf, maar is ook voor zorgverleners en onderzoekers die te maken hebben met AYA’s relevant. Soms kan het hen té veel raken en aangrijpen, waardoor ze niet goed kunnen blijven functioneren of zelfs afzwaaien. De zorg voor zichzelf komt vaak op de tweede plaats en moet in eigen tijd gebeuren; dat wil ik vanuit het zorgnetwerk veranderen. Dit gehele deskundigheidsproject voeren we samen met de wetenschappelijke en beroepsverenigingen uit. Zij zijn immers verantwoordelijk voor curricula van (vervolg-)opleidingen en na/bijscholingen. Ook is Stichting Jongeren en Kanker (SJK) vanuit partnerschap betrokken, want: ‘Niets over de AYA en hun zorg, zonder de AYA’.

Daarnaast zijn er in het meerjarenplan ook waardevolle projecten opgenomen om de AYA-zorg te evalueren en structureel in te bedden. En er zijn projecten waarin we bekijken welke taken van de huidige ondersteuning en aansturing van het AYA Zorgnetwerk gedeeltelijk geïntegreerd kunnen worden in bestaande structuren. Deskundigheidsbevordering is daar een voorbeeld van. We hebben vertrouwen dat alle stakeholders hun verantwoordelijkheid oppakken, zodat AYA-zorg in de toekomst optimaal ingebed is. Maar er zal altijd passende landelijke aansturing en coördinatie nodig zijn voor dit AYA Zorgnetwerk, om uniformiteit en continue vernieuwing van de zorg en de deskundigheid vanuit wetenschappelijk onderzoek en ‘expert opinion’ te blijven waarborgen.

“Aan AYA’s vragen we: wie ben je en wat heb je nodig? Dit moeten we ook aan de zorgprofessionals en onderzoekers vragen”

Welke leerlessen heb je de afgelopen jaren opgedaan en zou je willen delen met andere (zorg)netwerken?
“Ons motto is: ‘niets over de AYA, zonder de AYA’. AYA’s zijn daarom betrokken in alle lagen van onze organisatie, van bestuur tot aan praktische uitvoering. Dit verrijkt het perspectief en het oplossingsgericht denken van zowel AYA’s als zorgprofessionals: als het zo niet kan, hoe kan het dan wel? Ik zou alle (zorg)netwerken willen uitdagen om vanaf het begin patiënten te betrekken. De ziekte en de mens zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het is mooi dat ziekten te genezen zijn, maar op de eerste plaats staat het kunnen helen en de kwaliteit van leven. Daarnaast is het AYA Zorgnetwerk een ‘lerend netwerk’. Zorg, opleiding en onderzoek zijn continu op elkaar afgestemd en dagen uit tot innovaties. Dit blijkt effectief en hierdoor kunnen we makkelijker voorop lopen in de ontwikkelingen voor de AYA-zorg.”

“Het is mooi dat ziekten te genezen zijn, maar op één staat helen en kwaliteit van leven”

Hoe heb je de periode waarin we het strategisch meerjarenplan samen ontwikkeld hebben, ervaren?
“Goud! Dat we in zo’n korte tijd afzonderlijk van elkaar 34 stakeholders hebben kunnen spreken over hun wensen voor AYA-zorg en hun rol daarin en een mooi evenement voor hen konden organiseren met als uitkomst een gedragen meerjarenplan, vind ik fantastisch. Samen met BeBright zijn we  in co-creatie ‘from scratch’ begonnen; onbevooroordeeld en ‘met een gummetje in de hand’. Dit was nodig om tot de acht benodigde projecten te komen die beschreven staan in het meerjarenplan. Door onbevangen en kritische vragen te stellen heeft BeBright ons geholpen om definities zoals ‘leeftijdsspecifieke zorg’ beter te beschrijven. Met deze frisse wind en de structuur die werd aangebracht, hebben we in drie maanden enorm kunnen versnellen. We zijn dankbaar dat we dit samen hebben kunnen doen dankzij de financiering van KWF Kankerbestrijding.”

“Leeftijdsspecifieke zorg vanaf diagnose is niet alleen nodig bij AYA’s” 

Hoe ga je nu verder en wat is jouw rol?
“Met dit plan onder de arm zijn we hard bezig met het krijgen van financiering voor de uitvoering van de projecten. Als dat lukt, breiden we ons team uit zodat we meer slagkracht hebben. De fase van kwartier maken ligt achter ons. In 2030 moet elke AYA integrale AYA-zorg ontvangen vanaf diagnose, onafhankelijk van de tumor of de fase van de ziekte. Ik denk dat ik mezelf in deze fase beter verbinder kan noemen. Verbinding zal essentieel zijn om samen met alle betrokken stakeholders toe te werken naar de permanente inbedding van ‘state of the art’ AYA-zorg in het zorglandschap. En bovendien hoop ik dat wij een inspiratie zijn voor andere doelgroepen, want leeftijdsspecifieke zorg vanaf diagnose is niet alleen nodig bij AYA’s.”

Wil je meer lezen over het AYA Zorgnetwerk? Ga naar https://ayazorgnetwerk.nl.

Heb je interesse in de ontwikkeling van een strategisch meerjarenplan of visie of de uitvoering ervan? Irene Mommers vertelt graag meer.

 

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op!