+31(0)30 88 879 27 office@bebright.eu
Zo groeit een RESV van plan naar praktijk: Lessen uit Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee en Rozenburg

Zo groeit een RESV van plan naar praktijk: Lessen uit Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee en Rozenburg

Sinds 2025 worden in heel Nederland regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s) ingericht om de eerstelijnszorg sterker en doelmatiger te organiseren. Daarmee ontstaat in iedere regio één herkenbaar aanspreekpunt voor samenwerking in de eerstelijnszorg. Maar hoe zorg je ervoor dat een RESV effectief wordt? In de regio Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee en Rozenburg krijgt dat stap voor stap vorm.

Nu de toegankelijkheid van zorg steeds verder onder druk staat, zoeken zorgorganisaties elkaar vaker op. Een RESV biedt de noodzakelijke structuur om regionale samenwerking duurzaam te organiseren.

Voorkomen dat samenwerking vastloopt
De inrichting van een RESV is allesbehalve eenvoudig.  De eerstelijnszorg bestaat uit een brede groep disciplines, waaronder huisartsen, apothekers, wijkverpleging, paramedici en professionals uit het sociaal domein. Iedere discipline brengt een eigen perspectief mee op samenwerking en zorgorganisatie. Juist die diversiteit maakt samenwerking waardevol, maar ook uitdagend. Daarom is het essentieel dat alle disciplines goed vertegenwoordigd zijn binnen het samenwerkingsverband.

Het RESV krijgt steeds meer vorm nu de subsidieperiode richting afronding gaat en regio’s zich voorbereiden op structurele financiering door zorgverzekeraars. De aandacht verschuift daardoor geleidelijk van de inrichting van het samenwerkingsverband naar het duurzaam organiseren van de samenwerking. De centrale vraag daarbij is: hoe zorg je ervoor dat de samenwerking ook na de opstartfase blijft bestaan en daadwerkelijk bijdraagt aan een betere organisatie van de eerstelijnszorg?

In drie stappen naar een werkend RESV
De regio Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee en Rozenburg bouwt het RESV op in drie fasen. In de eerste fase lag de nadruk op het opzetten en inrichten van het RESV.  Tijdens deze fase zijn afspraken gemaakt over de structuur van de samenwerking, besluitvorming en vertegenwoordiging van de verschillende beroepsgroepen

Om het RESV effectief te organiseren is gekozen voor een vaste overlegstructuur waarin de vijf hoofdtaken maandelijks worden besproken. Hierdoor leiden vakantie, uitval of personele wisselingen niet direct tot vertraging . Voor de paramedische disciplines is gekozen voor een gezamenlijke vertegenwoordiging: één vaste vertegenwoordiger, aangevuld met een roulerende tweede vertegenwoordiger. Zo blijft het overleg compact en uitvoerbaar, terwijl verschillende paramedische beroepsgroepen betrokken blijven bij het RESV.

Experimenteren
In de tweede fase staat het oefenen met de rol van het RESV centraal. Er wordt geëxperimenteerd met het uitvoeren van de hoofdtaken en met het positioneren van het samenwerkingsverband in de regio. Juist omdat het RESV een nieuw samenwerkingsverband is, vraagt dit tijd om te ontdekken wat werkt, waar verantwoordelijkheden liggen en hoe de samenwerking vorm krijgt in de praktijk.

Een RESV krijgt pas betekenis als professionals zich erin herkennen en eigenaarschap ervaren. Daarom organiseerde de regio op 13 april een congres voor eerstelijnszorgverleners.  Tijdens deze bijeenkomst gingen professionals uit verschillende disciplines met elkaar in gesprek over ervaringen, knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen.

Aan de hand van fictieve maar realistische casuïstiek werd onderzocht waar samenwerking in de praktijk vastloopt. Daarbij kwamen onder meer verwijzingen, gegevensuitwisseling en de aansluiting tussen zorg en sociaal domein aan bod. De gesprekken maakten inzichtelijk waar verbeteringen mogelijk zijn en welke afspraken nodig zijn om de samenwerking verder te versterken.

Uitbouwen en bestendigen
In de derde fase ligt de focus op het verder uitbouwen en bestendigen van de samenwerking. Door maandelijks bijeen te komen en gezamenlijk uitvoering te geven aan de hoofdtaken van het RESV ontstaat een continu verbeterproces ten aanzien van de organisatie en coördinatie van zorg in de regio. Daarbij is het belangrijk dat het gesprek plaatsvindt op tactisch en strategisch niveau en niet verzandt in individuele casuïstiek.

Regionale opgaven worden stap voor stap afgepeld en aangepakt. Door in gesprek te blijven met inwoners, zorgprofessionals en bestuurders in de regio worden verschillende perspectieven actief meegenomen in de verdere ontwikkeling van de regionale samenwerking.

Op deze manier werkt de regio toe naar een RESV dat in 2027 stevig is verankerd en daadwerkelijk bijdraagt aan een sterkere eerstelijnszorg.

Wil je meer weten over regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden? Neem dan contact op met Irene Mommers via irene.mommers@bebright.eu.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Bij Ons Advies treedt toe tot de Health Transformation Group

Bij Ons Advies treedt toe tot de Health Transformation Group

Health Transformation Group (HTG) breidt expertise in VVT-, GHZ- en GGZsector uit met Bij Ons Advies

Het transformatiecollectief Health Transformation Group (HTG) groeit verder door de komst van Bij Ons Advies. Met deze stap versterkt HTG haar positie als integrale partner voor zorgorganisaties in zowel de Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT), de Gehandicaptenzorg (GHZ) en de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ).

Zorginstellingen ervaren niet alleen een hoge administratieve druk en personeelstekorten, maar staan ook voor de uitdaging om regionale samenwerking vorm te geven. Het gaat hierbij steeds vaker om het veilig delen van cliëntdata en samenwerken over de grenzen van de eigen organisatie heen.

Om zorgorganisaties hierbij optimaal te ondersteunen, bundelt HTG de krachten met de specialisten van Bij Ons advies. Zij brengen diepgaande kennis mee van het elektronisch cliëntendossier (ECD) ONS van Nedap. Door deze expertise te combineren met de uitvoeringskracht van de labels binnen HTG, kunnen zorgorganisaties hun administratieve processen en applicatiebeheer slimmer inrichten en regionale ambities waarmaken.

Een complete keten voor de zorg met deze stap versterkt HTG haar positie als integrale partner die zorgorganisaties ondersteunt bij Zorgtransformatie: van strategie tot aan realisatie op de werkvloer:

BeBright: Strategie- en transformatiebureau.

Movimento: Richt zich op leiderschap en het vinden van de juiste mensen.

Zorgkenners: Begeleidt de IT- en procesveranderingen.

ZZA: De operationele basis voor applicatiebeheer en zorgadministratie.

Bij Ons Advies: Specialisten op het gebied van Nedap Ons.

Jelle Mostert, directeur van Bij Ons Advies: “Door de krachten te bundelen binnen HTG kunnen we onze expertise breder inzetten om digitale ambities binnen de zorg om te zetten in tastbare resultaten. Ons doel is dat techniek de zorgverlener ondersteunt en samenwerking tussen organisaties faciliteert, zodat er meer tijd overblijft voor de cliënt.”

John Jansen, directeur van ZZA (onderdeel van HTG): “Veel instellingen benutten de mogelijkheden van hun software nog niet optimaal voor regionale samenwerking. De komst van de adviseurs van Bij Ons Advies is een enorme verrijking; samen kunnen we de administratie simpel, foutloos en grensoverschrijdend inrichten.”

De verdere uitbouw van het platform wordt ondersteund door Delta Equity Partners.

Health Transformation Group (HTG) is een transformatiecollectief van toonaangevende adviesbureaus in de Nederlandse zorg, gericht op integrale ondersteuning bij strategie, leiderschap, verandering en uitvoering.

 

 

 

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

adviseur regiescan

Philip J. Idenburg

adviseur regiescan

Irene Mommers

+31(0)6 53461444
irene.mommers@bebright.eu

Het ziekenhuis van de toekomst kiest, ook als dat pijn doet

Het ziekenhuis van de toekomst kiest, ook als dat pijn doet

Van autonoom instituut naar een knooppunt in het regionale zorg- en gezondheidsnetwerk
De grootste strategische fout die een ziekenhuisbestuurder vandaag kan maken? Doen alsof alles kan blijven zoals het was. De zorgvraag groeit. De complexiteit neemt toe. Personeelstekorten worden structureel. De financiële druk stijgt. Tegelijkertijd vragen duurzaamheidsverordeningen, digitalisering en de verschuiving van zorg naar gezondheid om een fundamenteel ander systeem. En toch houden veel ziekenhuizen vast aan een medisch profiel dat historisch is gegroeid – niet strategisch gekozen. Dat is niet langer houdbaar. Het ziekenhuis van de toekomst zet niet in op het behouden van een medisch profiel gebaseerd op historische belangen, maar kiest bewust voor regionale herschikking van zorg in nauwe regionale samenwerking.

De pijn zit niet alleen in externe druk. De pijn zit in de spanning tussen ambitie en realiteit. En we herkennen het dagelijks:

  • SEH’s die onder druk staan door beperkte beschikbaarheid van personeel
  • OK-capaciteit die niet volledig benut kan worden
  • Toenemende wachttijden in specifieke specialismen
  • Investeringen in vastgoed die onderbenut dreigen te raken
  • Specialismen die moeite hebben hun 24/7-beschikbaarheid rond te krijgen

Tegelijkertijd blijven we het volledige palet aanbieden — omdat het historisch zo gegroeid is, omdat het zo voelt als “ons ziekenhuis”, of omdat het gesprek over profilering intern én extern gevoelig ligt. Maar niets doen betekent langzaam uithollen: kwaliteit onder druk, medewerkers overbelast, financiële ruimte beperkter, regionale legitimiteit fragieler. De echte pijn is niet het maken van keuzes. De echte pijn is het uitstellen ervan.

1. Erken dat niet alles overal kan, en maak expliciete keuzes in het medisch profiel van het ziekenhuis — ook als dat intern pijn doet
De door ons hierboven geschetste toekomst gebeurt namelijk al nu. En de effecten zijn voelbaar:

  • Acute zorg vraagt disproportioneel veel capaciteit ten opzichte van volume
  • Planbare electieve zorg wordt steeds competitiever georganiseerd
  • Chronische zorg verschuift richting eerstelijn en VVT
  • Hoogcomplexe zorg wordt regionaal geconcentreerd

Kijkend naar de verdeling van de ziekenhuiszorg is landelijk gezien ongeveer 40 procent chronisch, 30 procent electief, 15 procent acuut en 15 procent hoogcomplex. Laten we de verschillende zorgclusters eens langslopen:

Hoogcomplexe zorg
Landelijk zien we de meeste discussie over de organisatie van hoogcomplexe zorg waarvoor ziekenhuizen steeds meer samenwerken met partners in de regio. Of anders gezegd, deze zorg wordt in toenemende mate geconcentreerd in topklinische of academische ziekenhuizen. Echter het gaat maar om 15 procent van de totale zorg in de ziekenhuizen. De acute hoogcomplexe zorg is al geconcentreerd. Hieronder vallen aandoeningen zoals een hartinfarct, CVA en multitrauma, die ongeveer 5 tot 10 procent van de acute zorg omvatten.

De concentratie van de overige hoogcomplexe zorg vanwege de volumenormen is volop gaande en omvat grotendeels chirurgische ingrepen, zoals academische of gespecialiseerde oncologische ingrepen en vaatchirurgie. Deze ontwikkeling is nodig om de kwaliteit van de zorg te garanderen door de noodzakelijke ervaring en expertise per aandoening zoveel mogelijk te clusteren. De keerzijde is dat concentratie van hoogcomplexe zorg impact heeft op de invulling van de opleiding en het dagelijks werk van specialisten en verpleegkundigen in het ziekenhuis waar deze zorg verdwijnt. Hierbij is een integrale impactanalyse van de concentratie- en spreidingsbewegingen op diverse dossiers (zoals oncologie, vaat-, basiszorg en acute zorg) nodig om de impact op de ziekenhuizen inzichtelijk te maken. Echter deze analyses ontbreken vaak omdat inzicht in kostprijzen en externe data doorgaans ontbreekt.

Electieve zorg
Op het gebied van de electieve zorg is de toenemende concurrentie in de medisch specialistische zorg een belangrijke ontwikkeling, met name gedreven door de toename van het aantal zelfstandige klinieken van 184 klinieken in 2010 naar maar liefst 420 in 2026. De opmars van deze zbc’s betekent voor reguliere ziekenhuizen in sommige regio’s het verlies van planbare electieve zorg, doordat de zbc’s kortere wachttijden hebben. Verlies van deze productie heeft gevolgen voor de infrastructuur en het investeringsvermogen van het ziekenhuis. Daarnaast heeft de afnemende productie op de lange termijn ook het risico van verminderde expertise doordat de vakgroepen kleiner worden.

Acute zorg
Met een kleinere omvang van de vakgroepen zouden ziekenhuizen ook het dienstrooster op de spoedeisende hulp niet meer rond krijgen, wordt gezien als risico. En dat terwijl de SEH juist een belangrijk portaal is voor de toestroom van nieuwe patiënten, en daarmee de productie van het ziekenhuis. In veel gevallen komt de helft van de klinische opnames binnen via de SEH en wordt daarmee het electieve programma van het ziekenhuis grotendeels gevuld. Dit onderstreept het belang van de acute zorg en het instandhouden van een volwaardige acute as.

Chronische zorg
Tenslotte de chronische zorg. Het aantal mensen met een chronische aandoening zoals COPD, astma of diabetes stijgt vanwege de vergrijzing fors. Gemiddeld genomen is chronische zorg het grootste en snelst groeiende deel van de medisch specialistische zorg. Niet goed geleverde chronische zorg leidt bovendien vaak tot onnodige acute zorg. De klassieke grenzen tussen de huidige eerste en tweede lijn vervagen verder en via transmurale zorgpaden en thuismonitoring worden patiënten geholpen om thuis hun gezondheid te volgen, sneller contact te hebben met hun zorgverlener en meer regie te ervaren over hun behandeling. Dit vraagt om een verandering in het huidige business model van het ziekenhuis.

Kortom meerdere drijvende krachten spelen tegelijkertijd met potentieel een significante impact op het profiel en positionering van het ziekenhuis:

  • Het verdwijnen van hoogcomplexe zorg als gevolg van concentratie
  • Het verlies van marktaandeel in de planbare zorg aan zbc’s
  • Afnemend volume om dienstroosters op de SEH rond te krijgen
  • Veranderend business model in de chronische zorg

Zonder duidelijke keuzes vanuit het ziekenhuis, wordt het toch al zo versnipperde zorglandschap nog meer versnipperd waardoor schaarse mensen en middelen nog inefficiënter worden ingezet. Wat is ervoor nodig om het tij te keren? Een helder medisch profiel.

Een helder medisch profiel, herkenbaar en geclusterd rondom doelgroepen. Een goed medisch profiel verbindt verschillende thema’s met elkaar met meerdere vakgroepen en geeft het ziekenhuis bovendien een duidelijk profiel voor patiënten en (toekomstige) samenwerkingspartners. Wie vasthoudt aan het oude profiel, beschermt het verleden. Wie kiest, bouwt aan legitimiteit in de regio. En het is geen vrijblijvende gedachte meer. Volgens de NVZ heeft in 2030 iedere zorgaanbieder samen met zijn partners in de regio een helder zorgprofiel ontwikkeld dat past in de onderlinge afstemming van het zorgbrede aanbod.

Ook zorgverzekeraars spreken zich nadrukkelijker uit over profilering en regionale positionering. Zilveren Kruis wil dat ziekenhuizen voor de zorginkoop 2027 verplicht een profiel kiezen dat past bij hun regionale rol. De verplichte profielkeuze is nodig om de toegankelijkheid van zorg te garanderen. In een krimpende arbeidsmarkt moeten we slim omgaan met mensen en middelen. Als ziekenhuizen in regio’s een profiel kiezen, kunnen ze hun personeel efficiënter inzetten.

2. Vorm een knooppunt in een regionaal zorg- en gezondheidsnetwerk, waarin macht, middelen en verantwoordelijkheid worden gedeeld
Het ziekenhuis van de toekomst is geen zelfstandig bastion meer. Het is een knooppunt in een regionaal zorg- en gezondheidsnetwerk. Dat betekent ook een fundamentele keuze in het medisch profiel, passend bij de (toekomstige) zorgvraag in de regio en het huidige zorgaanbod, en tevens afgestemd met stakeholders zoals collega-ziekenhuizen, huisartsen, VVT-organisaties en gemeente en inwoners.

Essentieel hierbij is dat samenwerking boven individuele voorkeuren gaat. En besluiten worden genomen op basis van feiten, volumes, arbeidsmarktcijfers en landelijke normen. Keuzes zijn bindend — besluit betekent daarmee ook uitvoering. Het uitwerken van nieuw zorgprofiel vindt plaats in co-creatie met zorgpartners zonder te vervallen in vrijblijvend polderen.

Deze opgave vraagt niet om kleine optimalisaties, maar om een fundamentele keuze in het zorgportfolio en in hoe ziekenhuizen werken, sturen en samenwerken. Er is niet alleen sprake van optimalisatie, maar van een noodzakelijke verandering in structuur en strategie. Hieronder staan enkele belangrijke onderdelen van een profielkeuze.

  • Volwaardige acute as staat centraal inclusief SEH (geïntegreerd met de HAP) voor voldoende beschikbaarheid en bereikbaarheid van acute zorg voor inwoners in regio. Door integrale samenwerking met de huisarts, HAP of wijkverpleging kan veel (onnodige) spoedzorg voorkomen worden.
  • Voor alle ziekenhuizen geldt dat electieve zorg een onmisbaar onderdeel is van de bedrijfsvoering. Efficiënt georganiseerde planbare electieve zorg vraagt schaal, focus en efficiënt georganiseerde zorg in ‘zorgstraatjes’. Dit vraagt een andere mindset en ondernemerschap.
  • Chronische zorg organiseren in samenwerking met de eerste lijn en thuismonitoring. Voor de chronische zorg geldt dat er in 2030 resultaten van experimenten en pilots met (elementen van) populatiebekostiging en waardegedreven bekostiging beschikbaar zijn.
  • De concentratie van hoog complex- laag volume zorg moet hand in hand gaan met spreiding van zorg, waarvoor regionale afspraken tussen de ziekenhuizen nodig zijn.

De transformatie naar aan ander zorgportfolio vraagt investeringen in nieuwe organisatievormen, digitalisering en preventie. Daarom moeten ziekenhuizen gedurende de overgangsperiode continue sturen op de financiële impact en investeringsruimte, zodat continuïteit van zorg niet in het gedrang komt. Regionale herschikking is daarmee geen project met een einddatum. Het is een herdefiniëring van het bestaansrecht van een ziekenhuis. Dit betekent ook dat niet langer elke strategische beslissing binnen de eigen muren van het ziekenhuis genomen kan worden. Samenwerking verschuift van convenant naar gedeeld eigenaarschap. Van regionale overlegtafels naar gezamenlijke investeringen. En van “wij-zij’ naar “ons netwerk”.

3. Voorbeelden uit de praktijk
Op meerdere plekken zien we dat ziekenhuizen inmiddels bewuste keuzes maken in hun profiel: van het concentreren van complexe zorg, het reorganiseren van acute functies in de vorm van spoedpleinen of het anders organiseren van planbare zorg in focusklinieken. Ziekenhuizen die deze stap zetten, ervaren aanvankelijk spanning – maar winnen op lange termijn duidelijkheid, focus en bestuurlijke geloofwaardigheid. Kiezen is dan ook geen verzwakking. Het is positionering. Echt kiezen vraagt bestuurlijke moed. Om zorg te concentreren of juist te spreiden. Om zorg te verplaatsen of afdelingen te sluiten, om vervolgens nieuwe kansen te kunnen benutten. Om nieuwe samenwerkingsvormen aan te gaan. Om regionale afspraken boven interne belangen te plaatsen. Om investeringen anders te alloceren. En invloed te delen. Dat doet soms intern pijn, maar geen keuzes maken doet extern schade. Het roept ook lastige vragen op zoals:

  • Wat betekent regionale profilering voor opleidingsstatussen?
  • Hoe verhoudt regionale concentratie zich tot ‘concurrentie’?
  • Wat doen we met vastgoed dat niet meer past bij het gekozen profiel?
  • Hoe waarborgen we continuïteit voor medewerkers?

De toekomst vraagt niet nog meer van hetzelfde. Het ziekenhuis van de toekomst kiest. Want wie niet kiest, wordt gekozen. Meer weten? Neem contact op met Arno Leeijen via arno.leeijen@bebright.eu

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief. 

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Health Transformation Group versterkt positie met toetreding van ZZA

Health Transformation Group versterkt positie met toetreding van ZZA

ZZA sluit zich aan bij transformatiecollectief van BeBright, Movimento en Zorgkenners

Health Transformation Group (HTG) breidt uit met de toetreding van ZZA –Applicatiebeheer & Projecten. Met deze stap versterkt het collectief, bestaande uit BeBright, Movimento en Zorgkenners, zijn expertise op het gebied van zorgtransformatie, met aanvullende kennis van zorgadministratie, applicatiebeheer en verdergaande digitale transformatie.
De Nederlandse zorgsector staat voor complexe uitdagingen, waaronder toenemende zorgvraag, personeelstekorten, digitalisering en datagedreven werken. Met de toevoeging van ZZA’s operationele expertise in zorg-ICT en administratie ontstaat een integrale keten die reikt van strategische visie en leiderschap tot procesoptimalisatie, implementatie en dagelijks beheer.

ZZA werkt met experts en ondersteunt zorginstellingen in vrijwel alle zorgdomeinen, waaronder ziekenhuizen, GGZ, forensische zorg, VVT, jeugdzorg, revalidatie en het sociaal domein.

Met ZZA versterken we de brug tussen strategie en uitvoering, precies wat nodig is voor duurzame digitale transformatie in de zorg,” aldus Philip Idenburg, managing partner van BeBright.

Erik Sprang, managing partner van Movimento: “ZZA maakt ons collectief completer. We kunnen zorgorganisaties nu van visie tot beheer volledig ontzorgen.”

Roger van Driel, namens Zorgkenners: “ZZA’s operationele kennis en technologische slagkracht sluiten naadloos aan. Samen realiseren we succesvollere transformaties.”

Jamie Maidman, directeur van ZZA: “Deze samenwerking biedt kansen om onze expertise breder in te zetten. Door de verbinding met de strategische en veranderkundige kracht van de partners helpen we zorginstellingen digitale ambities om te zetten in duurzame resultaten.”

De samenwerking wordt ondersteund door Delta Equity Partners, dat de ambitie deelt om een leidend platform van kwalitatieve dienstverleners in de zorg op te bouwen.

Health Transformation Group (HTG) is een transformatiecollectief van toonaangevende adviesbureaus in de Nederlandse zorg, gericht op integrale ondersteuning bij strategie, leiderschap, verandering en uitvoering.

 

 

 

 

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Inrichten van eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s) en de essentie van gemandateerde vertegenwoordiging

Inrichten van eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s) en de essentie van gemandateerde vertegenwoordiging

In steeds meer regio’s worden regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s) opgericht om de eerstelijnszorg sterker en beter georganiseerd te maken. Maar hoe werkt dat in de praktijk? Welke beroepsgroepen zitten aan tafel? En wat betekent gemandateerde vertegenwoordiging eigenlijk voor hen? BeBright helpt RESV’s en monodisciplinaire netwerken bij deze uitdagingen, zodat deze nieuwe samenwerkingen effectief en impactvol zijn.

In de Visie Eerstelijnszorg 2030 hebben eerstelijnspartijen een duidelijk doel gesteld: een sterke, aanspreekbare en hecht georganiseerde eerstelijnszorg. Dit betekent dat professionals in 2030 in hechte wijkverbanden samenwerken en dat in elke regio een regionaal eerstelijnssamenwerkingsverband (RESV) actief is. Dit RESV vertegenwoordigt en ondersteunt twaalf disciplines binnen de eerstelijnszorg en fungeert als aanspreekpunt richting verzekeraars, gemeenten en andere zorgdomeinen.

Momenteel worden in zo’n 50 regio’s RESV’s ingericht. ZonMw stelt hiervoor een aanzienlijke subsidie per regionaal verband beschikbaar. “Dit is een unieke kans voor de eerstelijnszorg om zich regionaal te organiseren en gezamenlijk duurzame afspraken te maken,” zegt Irene Mommers, partner bij BeBright. “Er wordt een flink bedrag geïnvesteerd: de totale programmalijn ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’ bedraagt 104 miljoen euro.”

Aan de RESV-tafel nemen gemandateerde vertegenwoordigers van twaalf eerstelijnsdisciplines plaats. Zij bespreken samen een vijftal kerntaken, met als doel om de eerstelijnszorg duurzaam toegankelijk te houden en te versterken. “Veel net opgerichte RESV’s worstelen met de vraag: Wat nu? Hoe zorgen we dat we effectief samenwerken en impact gaan maken?” aldus Mommers.

De tafelschikking
De twaalf stoelen aan de RESV-tafel worden bezet door gemandateerde vertegenwoordigers van de volgende beroepsgroepen: huisartsen, wijkverplegers, apothekers, fysiotherapeuten, diëtisten, oefentherapeuten, ergotherapeuten, huidtherapeuten, logopedisten, optometristen, specialisten ouderengeneeskunde en artsen verstandelijk gehandicapten. Op de huisartsen na kunnen ook deze beroepsgroepen bij ZonMw terecht voor een subsidie om zich te organiseren in een netwerk. In een aantal regio’s hebben de paramedische beroepsgroepen zichzelf al georganiseerd in een multidisciplinair samenwerkingsverband. In dat geval gaan de stoelen van deze beroepsgroepen van tafel en wordt er één stoel neergezet voor het multidisciplinair verband. “Veel beroepsgroepen zijn blij met hun stoel aan tafel” vertelt Mommers. “Het wordt zoeken naar een goede balans tussen tijd en impact”.

De essentie van gemandateerde vertegenwoordiging
Iedere beroepsgroep wijst dus een gemandateerde vertegenwoordiger aan die deelneemt aan de RESV-tafel en de belangen van haar achterban behartigt. Deze persoon handelt en spreekt namens de beroepsgroep en kan namens hen bindende afspraken maken. Dat is geen gemakkelijke rol om te vervullen. BeBright adviseert monodisciplinaire netwerken om het ‘ABC-model van gemandateerde vertegenwoordiging’ te gebruiken. Het betreft een eenvoudig model waarmee de minimale randvoorwaarden voor een efficiënte en effectieve samenwerking worden ingericht.

Werkend met dit model, stelt de gemandateerde vertegenwoordiger zichzelf aan de RESV-tafel steeds drie vragen:

Ambitie: Zijn de plannen en besluiten in lijn met de visie en doelen van de achterban?
Besluitvorming: Dient de achterban te worden geconsulteerd over specifieke plannen en besluiten?
Communicatie: Welke berichtgeving is nodig om de achterban op de hoogte te houden van wat er besproken wordt aan tafel?

De vertegenwoordiger weet met dit model hoe te handelen en spreken namens de beroepsgroep in verschillende situaties. Dat schept vertrouwen bij alle betrokkenen”.

De vijf taken van de RESV
In de Visie Eerstelijnszorg 2030 worden vijf taken beschreven voor de RESV, te weten:

1. Vertegenwoordigen van de eerstelijnsdisciplines bij regionale afspraken met partijen
2.
Regionaal organiseren van capaciteit en toegankelijkheid van de eerstelijnszorg
3. Maken van zorginhoudelijke afspraken over specifieke patiëntgroepen
4.Faciliteren en ondersteunen van eerstelijnszorgaanbieders
5. Ondersteunen van hechte wijkverbanden

RESV’s hebben tijd nodig om invulling te geven aan deze taken. Wij adviseren RESV’s om eindeloze discussies over samenwerking te voorkomen en gericht te beginnen met deze kerntaken. Bouw van daaruit gestructureerd verder.” – Irene Mommers

Ondersteuning nodig?
Een RESV of monodisciplinaire netwerk oprichten is één ding, maar zorgen dat het functioneert en impact heeft, is een andere uitdaging. Veel samenwerkingsverbanden beginnen enthousiast, maar lopen vast in complexe besluitvorming en communicatievraagstukken. BeBright begeleidt RESV’s en monodisciplinaire netwerken bij het structureren van hun samenwerking, helpt bij het maken van strategische keuzes en zorgt ervoor dat vertegenwoordigers goed voorbereid aan tafel zitten.

> Meer weten? Bekijk hier de INFORMATIEBROCHURE ORGANISATIE EERSTELIJNSZORG. Neem hierover contact op met Irene Mommers (irene.Mommers@bebright.eu) of Arjo Mans (arjo.mans@bebright.eu).

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Arjo Mans

Arjo Mans

+31(0)6 53 64 83 29
arjo.mans@bebright.eu

BeBright helpt bij realisatie van IZA-transformatieplannen in Zuid-Limburg

BeBright helpt bij realisatie van IZA-transformatieplannen in Zuid-Limburg

 Het Integraal Zorgakkoord (IZA) biedt aanzienlijke financiële middelen om regio’s te ondersteunen bij de noodzakelijke zorgtransformatie. Om deze middelen toegekend te krijgen, moeten regio’s hun transformatieplannen onderbouwen met een solide maatschappelijke businesscase en een gedegen impactanalyse. Deze elementen zijn cruciaal om aan te tonen dat de investeringen niet alleen juist besteed worden, maar ook daadwerkelijk bijdragen aan regionale doelen en belangen van betrokken partijen. BeBright helpt regio’s, zoals Zuid-Limburg, bij het opstellen van deze businesscases en impactanalyses ter ondersteuning van de IZA transformatieplannen

“BeBright heeft ons aan de hand van een constructieve aanpak ontzorgd in het maken van de begroting, maatschappelijke businesscase en impactanalyse. Met goede voorbereiding, begrip voor belangen van stakeholders én stevig de schouders eronder zijn we tot resultaten gekomen”
– Thomas Gelissen, programmamanager PlusWIJken

Van regiobeeld en -plan naar transformatieplannen en realisatie
In de afgelopen twee jaar hebben de Nederlandse regio’s in het kader van het Integraal Zorgakkoord (IZA) en de Juiste Zorg op de Juiste Plek, hard gewerkt aan het in kaart brengen van de gezondheidssituatie, het opstellen van regiobeelden en het ontwikkelen van regioplannen voor toekomstbestendige zorg. Nu is het tijd voor de volgende stap: de regioplannen vertalen naar concrete acties. Organisaties uit de verschillende domeinen werken samen aan domeinoverstijgende transformatieplannen voor de komende drie jaar. Met deze plannen kunnen regio’s aanspraak maken op de nodige transformatiemiddelen. Tot nu toe is echter maar een beperkt aantal plannen positief beoordeeld[1]. Een sterke businesscase en impactanalyse blijken cruciaal om de verwachte effecten goed te onderbouwen[2][3].

IZA Transformatieplannen in Zuid-Limburg
BeBright ondersteunt regio Zuid-Limburg bij het realiseren en onderbouwen van de IZA transformatieplannen. We ondersteunen de samenwerkingspartners in Zuid-Limburg bij de volgende transformatietransformatieplannen: Deltaplan, PlusWIJken, ouderen, digitalisering en arbeidsmarkt. In Maastricht-Heuvelland is gewerkt aan het Deltaplan, dat werkt onder het motto: “it takes a village to complete your life”. Dit plan richt zich op ouderen, met initiatieven die variëren van het creëren van vangnetvoorzieningen in de wijk tot het implementeren van digitale oplossingen. Daarnaast wordt in de bredere regio Zuid-Limburg gewerkt aan de zogenaamde PlusWIJken. Hierin wordt gebouwd aan een sterk sociaal netwerk in een wijkaanpak, daarnaast worden bewezen aanpakken PlusPraktijken, Welzijn op Recept, Kernteam Ouderen en de Doorbraakmethode Zuid-Limburg (Sociaal Hospitaal) breed geïmplementeerd en opgeschaald. Andere belangrijke thema’s in deze plannen zijn de arbeidsmarkt, digitalisering en ouderen. Van digitalisering van transmurale zorgpaden tot de inzet van kernteams voor ouderen – er worden ambitieuze stappen gezet richting integrale toekomstbestendige zorg.

Wij dachten dat we een heel duidelijk beeld hadden van de inhoud van het transformatieplan. De vragen van BeBright zetten ons aan het denken en dwingen ons om heel scherp na te denken over wat we echt gaan doen en wat daarvan de impact is. Nodig voor de business case, maar vooral ook van toegevoegde waarde voor onszelf. Het dwingt ons om ideeën te vertalen naar concrete acties
– Petra Lamberts, directeur besturing en strategie Envida

Van idee naar realiteit: (maatschappelijke) businesscases en impactanalyse
BeBright ondersteunde de partijen bij het opstellen van businesscases en impactanalyses voor de IZA-transformatieplannen. Met de businesscase tonen we aan dat de geplande investering opweegt tegen de verwachte opbrengsten. Dit helpt niet alleen bij het objectief beoordelen van de te verwachten resultaten en haalbaarheid, het stimuleert tevens de betrokken organisaties om hun plannen te concretiseren. De impactanalyse speelt een belangrijke rol door inzicht te bieden in de bredere effecten van de plannen, zowel op korte als lange termijn. Het gaat hierbij niet alleen om de financiële aspecten, maar ook om de maatschappelijke impact, zoals verbeterde zorguitkomsten, toegankelijkheid en de duurzaamheid van de zorg. De analyse maakt onderscheid tussen de verschillende stakeholders en laat zien, wat de impact van de plannen is op betrokken partijen, zoals welzijnsorganisaties, patiënten, ziekenhuizen, huisartsen en verzekeraars. Door deze effecten te analyseren, krijgen regio’s en betrokken organisaties beter zicht op de gevolgen van hun beslissingen en kunnen zij effectiever werken aan draagvlak en financiering voor hun transformatieplannen.

Expertises en belangen
De huidige plannen overstijgen de grenzen van afzonderlijke domeinen, waardoor samenhang tussen de verschillende partijen noodzakelijk is. In het verbinden van deze uiteenlopende perspectieven schuilt de meerwaarde van BeBright. Bij het opstellen van de businesscase en impactanalyse werken we samen met verschillende partijen, waaronder gemeenten, zorg- en welzijnsorganisaties en woningcorporaties. We begrijpen dat elke partij zijn eigen expertise en belangen heeft, en we helpen om deze te integreren in een samenhangend geheel. Door onze aanpak zetten we gezamenlijke ambities om in concrete, haalbare plannen die ook op lange termijn succesvol zijn. Zo ondersteunen we niet alleen bij de uitvoering, maar vergroten we ook de kans op succesvolle implementatie en financiering van de transformatieplannen.

“BeBright combineert deskundigheid en kennis van het werkveld met een duidelijk en zorgvuldig proces. Ze hebben ons en de betrokken stakeholders uit de regio geholpen om tot een ambitieus en goed onderbouwd transformatieplan te komen”
– Thomas Gelissen, programmamanager PlusWIJken

Een heldere methodiek als leidraad voor duiding
De ‘Theory of Change’-methodiek gebruiken we om helder te definiëren welk probleem we willen aanpakken, welke activiteiten daarvoor nodig zijn, en wat de beoogde resultaten zijn. Tijdens dit gestructureerde proces stellen we vast wat de toegevoegde waarde van het transformatieplan is. We starten met een analyse van de huidige situatie en het definiëren van de belangrijkste uitdagingen in relatie tot het regioplan. We duiden de activiteiten die onderdeel zijn van het transformatieplan om een oplossing te bieden voor de regio-opgaven. Samen met stakeholders stellen we de ambities en de gewenste output van deze activiteiten vast. Het resultaat is een goed onderbouwde businesscase die zowel kwantitatieve als kwalitatieve effecten omvat. Terwijl de kwantificeerbare effecten worden opgenomen in de businesscases, geven we ook aandacht aan de moeilijker te meten, maar minstens even belangrijke, kwalitatieve effecten. Deze effecten verwerken we zodanig dat ze invloed hebben op zowel de beoordeling als de uitvoering van de plannen.

Door deze inzichten te structureren aan de hand van de Quadruple Aim-doelen, krijgen wij en de betrokken organisaties een duidelijk beeld van de verwachte impact. De conclusies uit de businesscase en de impactanalyse worden verwerkt in de aanvraag, wat de plannen een stevige onderbouwing geeft. Deze aanpak stelt ons ook in staat om concrete stappen te zetten richting de implementatie. De verkregen inzichten ondersteunen organisaties bij het maken van gerichte keuzes en het effectief doorvoeren van de transformatie.

BeBright brengt op een prettige en transparante manier hun specifieke deskundigheid in bij het maken van een business case, met een echte focus op co-creatie. Daarbij zijn ze goede gesprekspartners voor zowel bestuurders, dataspecialisten als inhoudsdeskundigen.”
– Petra Lamberts, directeur besturing en stategie Envida

Ondersteuning van BeBright bij jouw IZA transformatieplannen?
Wij ondersteunen regio’s en organisaties bij het uitwerken van een transformatieplan, opstellen van een (maatschappelijke) businesscase, het uitvoeren van een impactanalyse, of het kritisch doorlichten van begrotingen en plannen. Voor meer informatie en om de mogelijkheden te bespreken, neem contact op met Arjo Mans.

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Bronnen:
[1] https://www.dejuistezorgopdejuisteplek.nl/programmas/integraal-zorgakkoord/transformatieplannen/goedgekeurde-voorstellen-en-plannen/ (geraadpleegd op 9 augustus 2024)
[2] https://www.medischcontact.nl/actueel/laatste-nieuws/artikel/uitvoering-zorgakkoord-verloopt-traag-je-hebt-regie-nodig (geraadpleegd op 9 augustus 2024)
[3] https://www.skipr.nl/nieuws/tussenevaluatie-iza-ravijnjaar-2026-nadert-te-snel/ (geraadpleegd op 9 augustus 2024)

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op!