+31(0)30 88 879 27 office@bebright.eu
Een sterkere organisatie van de eerstelijnszorg – orde in de chaos?

Een sterkere organisatie van de eerstelijnszorg – orde in de chaos?

De visie eerstelijnszorg 2030, onderdeel van de afspraken uit het Integraal Zorgakkoord (IZA), heeft twee nieuwe gremia in het leven geroepen: ‘regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s)’ en ‘hechte wijkteams’. Eerstelijnsdisciplines worden aangespoord om zich te organiseren zodat gemandateerde afvaardiging naar de RESV’s mogelijk wordt. Orde in de chaos of is dat te vroeg gejuicht?

De eerstelijnszorg wordt geconfronteerd met een toenemende zorgvraag door ontwikkelingen zoals dubbele vergrijzing, een groeiend aantal chronisch zieken, langer thuiswonende ouderen en toenemende gezondheidsverschillen. Tegelijkertijd is er sprake van personeelstekorten en gebrek aan tijd en middelen om te innoveren.

Complexiteit van samenwerking in de eerstelijnszorg
Samenwerking is essentieel om deze uitdagingen aan te gaan. Samen kunnen we zorg verdelen, substitutie organiseren, innoveren, doelgroepen segmenteren en meer. Echter, om afspraken te kunnen maken in de versnipperde eerstelijnszorg, samen met duizenden paramedici, huisartsen, apothekers en wijkverpleegkundigen, is het nodig dat de beroepsgroepen zich beter organiseren in aanspreekbare entiteiten. De visie eerstelijnszorg 2030 roept daarom op tot het versterken van de organisatiegraad van de eerste lijn, zowel op regio- als wijkniveau.

Regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s) en hechte wijkteams
Met de komst van een regionaal eerstelijnssamenwerkingsverband (RESV) in elke regio wordt er een centraal aanspreekpunt gecreëerd. In dit samenwerkingsverband zijn de eerstelijnsdisciplines vertegenwoordigd. De belangrijkste doelen zijn: vergroten van het oplossend vermogen in de keten, organiseren van een 24/7 infrastructuur voor crisissituaties, bevorderen van preventie, promoten van digitalisering, vergroten van zelfregie en waarborgen van werkplezier bij zorgverleners. Het RESV maakt afspraken over organisatie, samenwerking en coördinatie tussen verschillende ‘lijnen’ en het sociaal domein. Ook ontwikkelt het RESV een plan van aanpak om capaciteits- en ketenknelpunten in de regio op te lossen. Er komen afspraken over overbruggingszorg, effectieve initiatieven rond samenwerking en verplaatsing van zorg.

De eerstelijnsdisciplines is verzocht om zich te organiseren zodat gemandateerde afvaardiging naar het RESV mogelijk wordt. Momenteel zijn eerstelijnsdisciplines bezig met het opzetten van een monodisciplinair samenwerkingsverband in elke regio, of sluiten zij zich aan bij een multidisciplinair samenwerkingsverband in de regio.

Het tweede beoogde gremium betreft hechte wijkteams. Het doel van de beoogde hechte wijkteams is het stimuleren van samenwerking in de wijk tussen professionals, zodat er proactief kan worden ingespeeld op gezondheidsproblemen van inwoners. Hierbij is het niet de bedoeling om nieuwe entiteiten op te richten.

Kortom, er zijn veel nieuwe samenwerkingsverbanden in oprichting. Daarnaast ontstaan ook nieuwe samenwerkingen in de realisatie van transformatieplannen en in de domeinoverstijgende samenwerkingsverbanden (DSV’s). En rond de ketenaanpakken die gemeenten implementeren vanuit het GALA – Gezond en Actief Leven Akkoord. Van orde in de chaos is voorlopig helaas nog geen sprake.

The Bright Way – efficiënte en effectieve samenwerking vanuit een heldere visie
Menig zorgorganisatie en -professional zit in meerdere samenwerkingsverbanden en ziet door de bomen het bos niet meer. Een heldere visie en strategie is nodig om keuzes te maken en prioriteiten te stellen in de samenwerking met anderen. BeBright ondersteunt organisaties met het herijken van hun visie, strategie en positionering in het veranderende werkveld.

Daarnaast ondersteunt BeBright samenwerkingsverbanden om efficiënt en effectief met elkaar samen te werken. We zien vaak te veel overleg, te veel doelen en te veel rolverwarring, tegenover weinig concrete activiteiten en acties. Deelnemers kennen hun eigen en elkaars doelen en prioriteiten in samenwerkingen en regionale plannen vaak onvoldoende. BeBright ondersteunt met het creëren van overzicht, inzicht en orde in samenwerking.  Denk daarbij aan het ontwikkelen van een strategisch projectenportfolio, een efficiënte vergadercultuur en communicatiestructuur en een helder besluitvormingsmodel dat recht doet aan alle betrokken partijen.

Zie je door de bomen het bos niet meer? Wil jouw organisatie een gedragen visie die zich richt op toekomstbestendige en passende zorg? Is de visie scherp, maar zijn jullie op zoek naar het ‘hoe dan’? Of heb je hulp nodig bij het efficiënt inrichten van jouw (kersverse) samenwerkingsverband? We helpen je graag. Irene Mommers staat je graag te woord.

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Een strategisch meerjarenplan voor duurzame AYA-zorg: kwaliteit van leven voorop

Een strategisch meerjarenplan voor duurzame AYA-zorg: kwaliteit van leven voorop

Een reflectie met Dr. Eveliene Manten-Horst op de ontwikkeling van het strategisch meerjarenplan voor duurzame AYA-zorg

Jaarlijks krijgen in Nederland rond de 4000 jonge mensen tussen de 18 en 39 jaar voor het eerst de diagnose kanker. We noemen hen AYA’s: Adolescents and Young Adults. Samen vormen zij 3,5% van het totaal aantal patiënten met kanker en zijn daarmee een zeldzame groep. De organisatie van en de zorg voor AYA’s is bottom-up met AYA’s en zorgverleners ontwikkeld en wordt verleend in 77 ziekenhuislocaties. Deze ziekenhuizen vormen gezamenlijk het Nationaal AYA Zorgnetwerk. BeBright mocht het bestuur van het Nationaal AYA Zorgnetwerk ondersteunen bij de volgende grote stap: het ontwikkelen van een meerjarenstrategie gericht op permanente inbedding van zorg voor AYA’s in het zorglandschap. Samen met Dr. Eveliene Manten – Horst, begonnen als kwartiermaker en de huidige directeur van het Nationaal AYA Zorgnetwerk, blikken we terug op drie maanden van intensieve samenwerking.

 

Waarom ben je als kwartiermaker aan de slag gegaan?
“Toen ik begon was er slechts één AYA-poli. Er viel toen niets te managen of te ‘directeuren’, maar er was wel veel te ontdekken en te ontwikkelen sámen met gedreven zorgverleners en AYA’s. In die tijd was het ‘out of the box’ (om)denken en pionieren op alle fronten: het herkennen en erkennen van AYA’s als aparte oncologische patiëntengroep, het zien van de AYA’s als jongvolwassen mensen met ándere dillema’s voor de zorg en de behandeling van tumoren op deze leeftijd en het ontwikkelen en agenderen van persoonsgerichte zorg vanaf diagnose binnen de tumorzorg. Deze zorg dient geïntegreerd te zijn en verleend te worden binnen de tumorzorg, waarbij er erkend wordt dat de keuze voor een behandeling een direct effect heeft op kwaliteit van leven. Zorgverleners dienen vroegtijdig en actief te anticiperen op de zorgbehoeften en kwaliteit van leven van de AYA. Zodoende kan latere zorgconsumptie worden voorkomen.

Al snel zag ik ook dat AYA’s in alle ziekenhuizen behandeld werden en hun oncologische zorg en behandeling versnipperd waren over heel Nederland. Daarom initieerde ik  een landelijk netwerkverband om zowel kennis en kunde over ‘kanker op de AYA-leeftijd’ maximaal te kunnen bundelen als geïntegreerde AYA-zorg te verlenen. Als kwartiermaker zocht ik vrijelijk mijn weg naar besturen, behandelaren, verpleegkundigen, andere zorgverleners en AYA’s om te luisteren en hen uit te nodigen gezamenlijk te bouwen aan ‘AYA-zorg’ in netwerkverband. Die werkwijze wekte vertrouwen, want daarmee zette ik alle belanghebbenden in hun kracht. Die co-creatie en co-participatie vanuit diverse perspectieven werkte synergetisch en is tot op de dag van vandaag één van de succesfactoren van dit netwerk. Stap voor stap bouwen we nu leeftijdsspecifieke zorg in netwerkverband uit naar de 1e lijn en informele zorg.

 

Jullie hebben als pionier in het zorglandschap inderdaad al veel voor elkaar gekregen. Waarom was het AYA Zorgnetwerk toe aan een strategisch meerjarenplan?
“Anno 2024 hebben we in slechts 10 jaar tijd enorme mijlpalen bereikt: er is er een landelijk dekkend AYA Zorgnetwerk van 77 ziekenhuislocaties waarbinnen AYA-zorg verleend wordt, er zijn 8 AYA-poli’s bij de UMC’s en het AvL verdeeld over 6 regionale AYA Zorgnetwerken, en ook de 1e lijn en informele zorg doen mee. Er is landelijke en regionale scholing om de deskundigheid over zorg en behandeling voor AYA’s te bevorderen en dagelijks komen er nieuwe onderzoeksresultaten bij die nodig zijn om zorg en scholing te blijven verbeteren. Sinds 1 januari 2024 worden basis AYA-zorg, de 8 AYA-poli’s en de ondersteuning van het netwerk bekostigd vanuit DBC-zorgproducten. De grens is bereikt van wat we aankunnen met de huidige ondersteuningcapaciteit van 3,8 fte voor dit grootste zorgnetwerk van Nederland. Ik ben ongelofelijk trots op wat er gezamenlijk bereikt is, maar we verliezen geloofwaardigheid als we niet de volgende stap zetten. We hebben versnelling en de inzet van anderen nodig om te laten floreren van wat we tot nu toe hebben opgebouwd. Het strategisch meerjarenplan op zorg-deskundigheid-governance, inclusief visie, biedt houvast en een concreet plan voor de komende jaren om door te groeien en de AYA-zorg in netwerkverband te borgen.” 

 

Wat vind jij één van de belangrijkste projecten in het strategisch meerjarenplan?
“Voor de uniformiteit en kwaliteit van AYA-zorg binnen het landelijk netwerk is deskundigheidsbevordering erg belangrijk. Ik merk dat (zorg)professionals hier behoefte aan hebben, onder andere omdat AYA-zorg niet structureel is ingebed in de opleidingen. Dit betreft een groot project wat medische specialismen, verpleegkundige, paramedische en psychosociale zorgprofessionals beslaat. Het beoogt optimale kennis en kunde overdracht met betrekking tot AYA-zorgverlening. Daarnaast is het van belang om aan zorgprofessionals en onderzoekers de vraag te stellen ‘wie ben je en wat heb je nodig om dit werk te doen?’. Deze vraag stellen we in de zorg aan AYA’s zelf, maar is ook voor zorgverleners en onderzoekers die te maken hebben met AYA’s relevant. Soms kan het hen té veel raken en aangrijpen, waardoor ze niet goed kunnen blijven functioneren of zelfs afzwaaien. De zorg voor zichzelf komt vaak op de tweede plaats en moet in eigen tijd gebeuren; dat wil ik vanuit het zorgnetwerk veranderen. Dit gehele deskundigheidsproject voeren we samen met de wetenschappelijke en beroepsverenigingen uit. Zij zijn immers verantwoordelijk voor curricula van (vervolg-)opleidingen en na/bijscholingen. Ook is Stichting Jongeren en Kanker (SJK) vanuit partnerschap betrokken, want: ‘Niets over de AYA en hun zorg, zonder de AYA’.

Daarnaast zijn er in het meerjarenplan ook waardevolle projecten opgenomen om de AYA-zorg te evalueren en structureel in te bedden. En er zijn projecten waarin we bekijken welke taken van de huidige ondersteuning en aansturing van het AYA Zorgnetwerk gedeeltelijk geïntegreerd kunnen worden in bestaande structuren. Deskundigheidsbevordering is daar een voorbeeld van. We hebben vertrouwen dat alle stakeholders hun verantwoordelijkheid oppakken, zodat AYA-zorg in de toekomst optimaal ingebed is. Maar er zal altijd passende landelijke aansturing en coördinatie nodig zijn voor dit AYA Zorgnetwerk, om uniformiteit en continue vernieuwing van de zorg en de deskundigheid vanuit wetenschappelijk onderzoek en ‘expert opinion’ te blijven waarborgen.

“Aan AYA’s vragen we: wie ben je en wat heb je nodig? Dit moeten we ook aan de zorgprofessionals en onderzoekers vragen”

 

Welke leerlessen heb je de afgelopen jaren opgedaan en zou je willen delen met andere (zorg)netwerken?
“Ons motto is: ‘niets over de AYA, zonder de AYA’. AYA’s zijn daarom betrokken in alle lagen van onze organisatie, van bestuur tot aan praktische uitvoering. Dit verrijkt het perspectief en het oplossingsgericht denken van zowel AYA’s als zorgprofessionals: als het zo niet kan, hoe kan het dan wel? Ik zou alle (zorg)netwerken willen uitdagen om vanaf het begin patiënten te betrekken. De ziekte en de mens zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het is mooi dat ziekten te genezen zijn, maar op de eerste plaats staat het kunnen helen en de kwaliteit van leven. Daarnaast is het AYA Zorgnetwerk een ‘lerend netwerk’. Zorg, opleiding en onderzoek zijn continu op elkaar afgestemd en dagen uit tot innovaties. Dit blijkt effectief en hierdoor kunnen we makkelijker voorop lopen in de ontwikkelingen voor de AYA-zorg.”

“Het is mooi dat ziekten te genezen zijn, maar op één staat helen en kwaliteit van leven”

 

Hoe heb je de periode waarin we het strategisch meerjarenplan samen ontwikkeld hebben, ervaren?
“Goud! Dat we in zo’n korte tijd afzonderlijk van elkaar 34 stakeholders hebben kunnen spreken over hun wensen voor AYA-zorg en hun rol daarin en een mooi evenement voor hen konden organiseren met als uitkomst een gedragen meerjarenplan, vind ik fantastisch. Samen met BeBright zijn we  in co-creatie ‘from scratch’ begonnen; onbevooroordeeld en ‘met een gummetje in de hand’. Dit was nodig om tot de acht benodigde projecten te komen die beschreven staan in het meerjarenplan. Door onbevangen en kritische vragen te stellen heeft BeBright ons geholpen om definities zoals ‘leeftijdsspecifieke zorg’ beter te beschrijven. Met deze frisse wind en de structuur die werd aangebracht, hebben we in drie maanden enorm kunnen versnellen. We zijn dankbaar dat we dit samen hebben kunnen doen dankzij de financiering van KWF Kankerbestrijding.”

“Leeftijdsspecifieke zorg vanaf diagnose is niet alleen nodig bij AYA’s” 

 

Hoe ga je nu verder en wat is jouw rol?
“Met dit plan onder de arm zijn we hard bezig met het krijgen van financiering voor de uitvoering van de projecten. Als dat lukt, breiden we ons team uit zodat we meer slagkracht hebben. De fase van kwartier maken ligt achter ons. In 2030 moet elke AYA integrale AYA-zorg ontvangen vanaf diagnose, onafhankelijk van de tumor of de fase van de ziekte. Ik denk dat ik mezelf in deze fase beter verbinder kan noemen. Verbinding zal essentieel zijn om samen met alle betrokken stakeholders toe te werken naar de permanente inbedding van ‘state of the art’ AYA-zorg in het zorglandschap. En bovendien hoop ik dat wij een inspiratie zijn voor andere doelgroepen, want leeftijdsspecifieke zorg vanaf diagnose is niet alleen nodig bij AYA’s.”

Wil je meer lezen over het AYA Zorgnetwerk? Ga naar https://ayazorgnetwerk.nl.

Heb je interesse in de ontwikkeling van een strategisch meerjarenplan of visie of de uitvoering ervan? Irene Mommers vertelt graag meer.

 

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Strategische samenwerking BeBright, Movimento en Visiom

Strategische samenwerking BeBright, Movimento en Visiom

Strategische samenwerking BeBright, Movimento en Visiom

De Nederlandse gezondheidszorg staat voor grote uitdagingen: de toenemende druk in zowel volume als complexiteit van de zorgvraag in combinatie met de groeiende schaarste aan personeel is reeds voelbaar voor veel zorgaanbieders. Er zijn ook kansen om de kwaliteit en doelmatigheid van de zorg en het werkgeluk van zorgprofessionals te verbeteren, onder andere door het op de juiste manier inzetten van de beschikbare technologische hulpmiddelen.

BeBright, Movimento en Visiom bundelen de krachten om hun opdrachtgevers in de zorg te ondersteunen bij de noodzakelijke transformatie.

“Dit is een mooie eerste stap om te zorgen dat we onze opdrachtgevers in de zorg niet alleen helpen met visie, strategie en innovatie maar ook kunnen ondersteunen bij de implementatie” zo laat Philip Idenburg, managing partner van strategie- en innovatie-bureau BeBright, weten. “Tenslotte start zorgtransformatie niet met de juiste zorg op de juiste plek maar blijkt keer op keer dat succesvolle transformatie start met de juiste vrouw/man op de juiste plek.

Movimento, partner in leiderschap in zorg en welzijn, realiseert zich dat nieuw leiderschap een cruciale voorwaarde is om de noodzakelijke koersverandering in samenwerking met alle interne en externe stakeholders te realiseren. Astrid Booij Liewers, eigenaar en oprichter van Movimento: “Door de samenwerking met BeBright en Visiom kunnen we onze opdrachtgevers in zorg en welzijn helpen om zichzelf opnieuw uit te vinden terwijl de winkel openblijft. Dat vraagt transformationeel leiderschap binnen de RvB, het management en in de toezichthoudende rollen. Daarnaast is er behoefte aan een groot veranderkundig vermogen, mede te realiseren door de inzet van interim managers en programmamanagers.”

Hoewel innovatie en leiderschap essentiële onderdelen van transformatie zijn, kan geen organisatie de draai maken zonder haar medewerkers mee te nemen. Meer dan ooit zullen we moeten investeren in duurzame inzetbaarheid door middel van leren en opleiden. Niet alleen door het aanleren van nieuwe kennis en vaardigheden maar ook door het afleren van oud gedrag. “Daarbij hebben we elke medewerker nodig en staan we voor de uitdaging om van management tot medewerkers te leren omgaan met zowel nieuwe technologie & zorgvernieuwing als ook met de toenemende ervaren werkdruk” zo laat Meijke van Herwijnen, directeur van Visiom, weten.

Mede mogelijk gemaakt en gesteund door Delta Equity Partners is de intentie dit samenwerkingsverband verder uit te breiden met kwalitatief sterke op de zorg gerichte dienstverleners in aanpalende gebieden. John Luijs, partner bij DELTA Equity Partners: “ Onze focus is ondernemers ondersteunen bij het bouwen van kwaliteitsleiders in zorg en technologie. Wij geloven dat de samenwerking van BeBright, Movimento en Visiom een belangrijke eerste stap is in het bouwen van de kwalitatief beste transformatiepartner voor Nederlandse zorginstellingen”

samenwerking BeBright Movimento Visiom

 

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

adviseur regiescan

Philip J. Idenburg

adviseur regiescan

Irene Mommers

De Nederlandse Kanker Agenda: samen op weg naar het verminderen van de impact van kanker op onze samenleving

De Nederlandse Kanker Agenda: samen op weg naar het verminderen van de impact van kanker op onze samenleving

Na ruim een jaar van intensieve samenwerking is de Nederlandse Kanker Agenda (NKA) een feit. Dit nationale kankerplan is tot stand gekomen vanuit co-creatie met meer dan 100 partijen die allemaal verbonden zijn met kanker in Nederland. Partijen van zowel binnen als buiten de zorg. Als collectief zijn we aan de slag gegaan met het opstellen van doelen voor in de Nederlandse Kanker Agenda en het starten van een maatschappelijke beweging.  Niet alleen de agenda, ook de weg ernaartoe is te zien als een mijlpaal voor iedereen die betrokken is bij het leven voor, met en na kanker.

Het Nederlands Kanker Collectief (NKC), een initiatief van KWF, IKNL en NFK, heeft bewezen dat het verenigen van een versnipperd veld en een proces van co-creatie, mooie resultaten kan opleveren.

Belangrijk in dit proces is dat de NKA niet in opdracht van de overheid, maar onafhankelijk van politieke invloeden is opgesteld. Dit in tegenstelling tot andere Europese landen waar centraal door overheid een kankerplan is opgesteld. Het voordeel hiervan is dat het NKC kan rekenen op brede maatschappelijke steun en onafhankelijk is van politieke bewegingen.

De gehanteerde bottom-up aanpak is eveneens uniek. Vanuit het besef dat kanker een maatschappelijke opgave is dat te groot is om door één partij op te lossen, is een unieke alliantie gecreëerd van meer dan 100 organisaties uit de hele samenleving. Wij hebben op deze manier laten zien dat het vanuit maatschappelijk leiderschap mogelijk is om al deze partijen met elkaar te verbinden.

Het is het typerend voor de agenda dat stakeholders met elkaar in gesprek gingen en niet enkel in discussie. In het proces van co-creatie zijn de verschillende perspectieven gebundeld en hebben we met het hele veld gekeken naar vervolgstappen. Samen met alle organisaties zochten we naar de juiste inhoud, vorm en structuur. Deze samenwerking oversteeg de complexiteit van belangen en werd gedreven door een gezamenlijke focus en vertrouwen.

Tot slot hebben wij ons ingezet om de agenda zo concreet en beknopt mogelijk te maken. Door de concrete acties en de inzet van versnellingsteams is de NKA een actiegericht document geworden.

De Nederlandse Kanker Agenda
De Nederlandse Kanker Agenda beschrijft 20 doelen om de impact van kanker op de samenleving te verminderen. Deze doelen omvatten onder andere kankerpreventie, kankerbehandeling en kwaliteit van leven. Vijf doelen krijgen prioriteit: roken, bevolkingsonderzoek, zeldzame kanker, (late) gevolgen en kanker en werk. Versnellingsteams zorgen voor het opstellen en uitvoeren van concrete actieplannen voor deze doelen. Vervolgens gaan er teams aan de slag met de overige doelen. Meer informatie: Nederlandskankercollectief.nl/agenda

De lancering: het eerste resultaat van het Nederlands Kanker Collectief
De lancering van de NKA was een hoogtepunt van samenwerking en vastberadenheid. Tijdens een feestelijke bijeenkomst op 27 november kwamen bijna 200 betrokkenen samen om de gezamenlijke doelstellingen voor 2032 te vieren. Lieke Marsman, voormalig Dichter des Vaderlands en zelf levend met ongeneeslijke kanker, opende de bijeenkomst met een indringend gedicht. Vervolgens begeleidde dagvoorzitter Inge Diepman de gesprekken tussen verschillende tafelgasten: demissionair minister Kuipers, programmamanager Carla van Laer en bestuurders van de drie organiserende organisaties. De tafelgasten benadrukten het belang om de NKA te realiseren, buiten de korte termijn van politieke agenda’s om.

In een fictief en luchtig toekomstverhaal werden de doelen gepresenteerd. Dit verhaal illustreerde de beoogde maatschappelijke veranderingen die we met de agenda willen bereiken. Het evenement werd afgerond met vijf persoonlijke verhalen rondom de uitgelichte doelen. Zo werd de zaal verteld wat het belang is van deze doelen vanuit enkele persoonlijke ervaringen, want niets is waardevoller dan de verhalen van degenen die het aangaat. Optimistisch en vastberaden verlieten de aanwezigen de bijeenkomst. Klaar om de complexe uitdagingen rondom kanker aan te gaan, met de NKA als leidraad.

De rol van BeBright
BeBright heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling en lancering van de NKA. Gedurende 1,5 jaar hebben we nauw samengewerkt met het programmateam vanuit KWF, IKNL en NFK. Ons doel was om dit complexe maatschappelijke vraagstuk breed aan te pakken en alle partijen te verbinden. Deze samenwerking heeft geleid tot een groeiend vertrouwen van de deelnemende partijen in zowel het NKC als de NKA. Ook het uitstralen van volledige rust tijdens de vele bijeenkomsten en het vertellen van (daad)krachtige boodschappen, liet het vertrouwen verder groeien. Want waar er eerst toch met een gezonde dosis scepticisme naar het NKC werd gekeken, sloeg dit later om in een sterke behoefte om mee te doen en input te leveren. Dit laat zien dat de NKA niet alleen een plan is. Het is tevens de start van een maatschappelijke beweging. En wij zijn er heel trots op dat wij hier onderdeel van mogen zijn.

Lees hier het eerdere artikel over het stellen van de doelen voor de NKA: Samen doelen stellen voor de NKA

Ook voor andere maatschappelijke uitdagingen die een brede benadering vereisen staan we klaar om samen te werken en te ondersteunen. Neem gerust contact op met met Philip Idenburg of Marjolein Geurts.

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Marjolein Geurts

Marjolein Geurts

Volgende stap op weg naar de Nederlandse Kanker Agenda

Volgende stap op weg naar de Nederlandse Kanker Agenda

De moedige inspanningen en weloverwogen keuzes van het Nederlands Kanker Collectief (NKC) hebben geleid tot 20 doelen op de Nederlandse Kanker Agenda (NKA). Om concrete vooruitgang te kunnen boeken ligt de focus in de komende periode op vijf doelen op het gebied van: roken, bevolkingsonderzoek, zeldzamen/moeilijk te behandelen kankers, late gevolgen en werk&kanker. Bij het ontwikkelen van het plan van aanpak hanteert de NKA een breed perspectief. Want niet alleen de zorgsector kan oplossingen bieden voor de uitdagingen van de toekomst.

Het Nederlands Kanker Collectief
Het Nederlands Kanker Collectief verbindt partijen binnen en buiten de zorg met als gemeenschappelijke missie om de impact van kanker op de maatschappij verminderen. Samen komen we tot de Nederlandse Kanker Agenda (NKA): een ambitieuze visie en resultaatgerichte aanpak die maatschappelijke thema’s adresseert en zicht richt op kanker in de volle breedte.

Wat is er al gebeurd?
In co-creatie met het collectief hebben we op 27 juni de 45 doelen van het NKC besproken en geprioriteerd. Experts beoordeelden de impact en aandacht voor de verschillende doelen. Later op de dag namen bestuurders deze bevindingen mee in hun discussie over aandacht en urgentie. Uiteindelijk werden de 45 doelen teruggebracht tot 20. Om voortuitgang te boeken wordt voor een selectie van 5 doelen een plan van aanpak opgesteld voor de komende periode. Het totaal van 20 doelen blijft van groot belang voor de Nederlandse Kanker Agenda.

Vijf uitgelichte doelen
Bij het prioriteren van doelen, een delicaat proces, werden twee factoren zwaar meegewogen: de impact van de doelen en de winst die er te behalen valt. Uiteindelijk is gekozen voor de volgende vijf uitgelichte doelen:

  • Roken: In 2032 rookt 0% van de kinderen, jongeren en zwangere vrouwen, en niet meer dan 5% van de volwassenen.
  • Bevolkingsonderzoek: In 2032 zijn de bevolkingsonderzoeken meer risico-gebaseerd en is de deelname hieraan verhoogd.
  • Zeldzaam: Er wordt momenteel gewerkt aan het formuleren van een doel rondom zeldzame kankers. Deze is tijdens de bijeenkomst aangescherpt.
  • Late gevolgen: In 2032 is tijdens behandeling en daarna, goede zorg en ondersteuning beschikbaar om de impact van de (late) gevolgen van kanker te voorkomen of te verminderen.
  • Werk en kanker: In 2032 kunnen mensen die leven met of na kanker naar eigen wensen, behoeften en draagkracht werken.

Andere, niet-uitgelichte doelen worden ook opgepakt, maar hiervoor wordt hier op dit moment geen plan van aanpak voor opgesteld door het NKC. Prioriteiten stellen om voortuitgang te boeken, is niet alleen lastig, het vraagt ook om lef en focus. Het collectief heeft de stakeholders uit het veld samengebracht en moedig het grotere belang vooropgesteld, wat een grote stap is. Bijeenkomst over het opstellen van de aanpak van deze vijf doelen
De bijeenkomst op 5 september stond in het teken van de vijf doelen. Samen met meer dan 100 betrokken partijen, zoals patiëntenverenigingen, zorgaanbieders, kennisinstituten, zorgverzekeraars, overheid, ziekenhuizen, en andere organisaties binnen zorg en ondersteuning, hebben we besproken en beoordeeld hoe we de gestelde doelen kunnen bereiken. Zonder uit het oog te verliezen wat er op dit moment al gebeurt. De cruciale en prikkelende vraag die we stelden was: ‘Waarom is het nog niet gelukt?’ Dit resulteerde in heldere inzichten over het probleem dat we met elkaar willen oplossen, en de nodige aanpak.

Wat gaan we nu nog doen?
De Nederlandse Kanker Agenda is dynamisch en wordt continue aangepast op basis van de laatste ontwikkelingen. Zodra een van de huidige uitgelichte doelen is gerealiseerd, wordt een van de andere doelen uitgelicht. De komende periode werken we aan de eerste versie van de NKA, inclusief een aanpak voor de uitgelichte doelen. Dit wordt gelanceerd op 27 november 2023.

De beweging van het Nederlands Kanker Collectief is gestart en gezamenlijk werken we verder aan de Nederlandse Kanker Agenda die eind november 2023 gepresenteerd zal worden.

Meer weten over het Nederlands Kanker Collectief? Lees verder op www.nederlandskankercollectief.nl of neem contact op met Petra Zoer.

 

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Een groeiend en bloeiend voedselsysteem in Zuid-Limburg

Een groeiend en bloeiend voedselsysteem in Zuid-Limburg

Boeren die een eerlijke prijs krijgen voor hun gewassen, trotse inwoners die genieten van lokaal voedsel en toeristen die afkomen op het prachtige landschap en aanlokkelijke regionale producten. Met dit doel startte de Rabobank Kring Limburg in 2020, in nauwe samenwerking met BeBright, het Regionaal Voedselsysteem Zuid-Limburg (RVS-ZL). Na de groei van de eerste jaren verschuift nu de focus naar het verbinden van de regionale voedselketen met de overheid en het onderwijs, en het uitbreiden van het productenassortiment. Voor alle betrokkenen vond op 15 juni in Vijlen een bijeenkomst plaats om elkaar te ontmoeten, successen te delen en – natuurlijk – om streekproducten te proeven!

Proef, beleef en ontmoet

Om de samenwerking te faciliteren organiseert het RVS-ZL jaarlijks bijeenkomsten. In juni gebeurde dit bij Wijndomein St. Martinus. De sprekers vertelden over de uitdagingen, successen en de impact van het RVS-ZL op de regio. Stan Beurskens, eigenaar van Wijndomein St. Martinus, ging in op het belang van streekproducten en het produceren van Zuid-Limburgse wijnen. Tijdens de borrel waren uiteenlopende streekproducten te proeven, zoals de wijnen van Wijndomein St. Martinus, kaas van Stassen kaas, aspergesoep van Mees Catering, vleeswaren van slagerij Kusters, frietjes van Jongen-Budé, ijs van IJsbaas en appelsap van Bemelerhof.

Het Regionaal Voedselsysteem Zuid-Limburg (RVS-ZL) groeit!
Het groeiend aantal aangesloten leveranciers, producenten, horecaondernemers en andere stakeholders is één van de successen van het RVS-ZL. Naast afspraken met vier strategisch partners zijn er contracten getekend door groothandels, producenten en leveranciers. De drie wijnboeren binnen het RVS-ZL, Stan Beurskens (Wijngoed Sint Martinus), Ruud Verstegen (Landgoed Overst) en Math Bollen (Hoeve Nekum), gaan samenwerken. Vanaf 2024 produceren ze een gezamenlijke streekwijn onder het label van het RVS-ZL.

Ook zijn er diverse andere samenwerkingen gestart, zoals het partnerschap met Maastricht UMC+ (MUMC+). Mooie, gezonde producten uit de regio dragen bij aan het herstel en welzijn van patiënten en zorgen voor goed gevoed, energiek personeel. Het MUMC+ maakt zich hier sterk voor.

Kansen voor de toekomst
Na een succesvolle eerste periode blijft de komende tijd de nadruk liggen op het stimuleren van business en verkoop en het uitbreiden van het productaanbod. Ketenregisseurs zullen zich bezighouden met het leggen van verbindingen. Jules Goossens (programmamanager, RVS-ZL):

“We denken ook aan foodhubs voor opslag, overslag en van waaruit (elektrisch) transport in de regio plaatsvindt. En het promoten en verkopen van de regionale producten via een online platform en verkooporganisatie. Op die manier kunnen we producenten, verwerkers, distributeurs en consumenten informeren over dit initiatief en de meerwaarde van regionale producten.”

Ook Jules Coenen (strategisch adviseur, BeBright) ziet door RVS-ZL veelbelovende kansen voor een duurzaam voedselsysteem in Zuid-Limburg:

“Als je naar de Piëmont in Italië gaat en vraagt naar de Barolo wijn, dan begint iedereen te glimmen van trots want Barolo is een prachtig smaakvol streekproduct dat de regio grote bekendheid geeft. Zo’n trots gun ik onze regio ook. Wij hebben er alles voor in huis, zoveel is zeker. Met z’n allen gaan wij zorgen voor die trots op het unieke Zuid-Limburg.”

Verbinden, verknopen en verkopen
Door hun kleinschaligheid zijn veel regionale initiatieven beperkt in hun slagkracht. Samenwerking is dan ook cruciaal voor een succesvol regionaal voedselsysteem. Als een vliegwiel verknoopt, verbindt en verkoopt het RVS-ZL daarom bestaande en nieuwe initiatieven en producten. Het creëren van waardegedreven ketens en innovaties tussen ketens (cross-overs) staat daarbij centraal. Door krachten te bundelen op gebieden als financiën, technologie, marketing en communicatie, zijn al mooie resultaten behaald.

Jules Goossens, programmamanager van het RVS-ZL:

“Neem de Bisschopsmolen in Maastricht die bierborstel afneemt van Gulpener Bierbrouwerij. Tot voor kort was bierborstel een afvalproduct, nu is het een waardevol bestanddeel van gezond brood. Zo zijn tal van voorbeelden te bedenken. Waarom zouden de kippen niet het organisch afval uit de eigen streek kunnen eten? Waarom niet uitwerpselen uit de melkveehouderij of plantenresten composteren voor bemesting in de landbouw? Waarom niet voedingsstofrijke pulp van de wijnproductie toevoegen aan veevoer? Elkaar kennen levert ideeën op die leiden tot nieuwe waardevolle initiatieven en bedrijvigheid die een bijdrage leveren aan korte ketens, economisch rendabel zijn en goed voor natuur en milieu.”

Het belang van streekproducten

Wijn, kaas, asperges maar ook appelsap en ijs: Zuid-Limburg kent vele mooie streekproducten. Behalve dat ze van belang zijn voor de lokale voedselvoorziening en de gemeenschap, dragen streekproducten bij aan het behoud van de lokale tradities, cultuur en identiteit. Dat is nog afgezien van de andere voordelen op voor de regio, zoals kansen voor de regionale landbouw, economie en maatschappij maar ook voor het landschap en het milieu (Figuur 1).

Ondersteuning van lokale producten resulteert bijvoorbeeld in minder afhankelijkheid van import en meer werkgelegenheid binnen de regio. Bovendien zijn de producten verser en van hogere kwaliteit omdat ze direct van de lokale boeren en producenten komen. Dat is smakelijker en bovendien ook een stuk duurzamer! Het streven is dat over vijf jaar 25% van de inwoners van Zuid-Limburg lokaal geproduceerd voedsel consumeert.

Figuur 1. Schematisch overzicht van een regionaal voedselsysteem (Nourish, 2014).

Wij ondersteunen regio’s bij het boosten van het regionale voedselsysteem en korte ketens. Zo maken we samen regionaal het verschil!

Interesse of meer weten? Neem contact op met Irene Mommers.

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief. 

AAN DE SLAG?

Neem contact op! 

Irene Mommers

Irene Mommers

+31(0)6 53461444 
irene.mommers@bebright.eu