+31(0)30 88 879 27 office@bebright.eu
Diagnose 2040: van beweging naar Doorbraak-coalitie

Diagnose 2040: van beweging naar Doorbraak-coalitie

Hoe zorgen we ervoor dat Nederland in 2040 beschikt over een toegankelijk, houdbaar en toekomstbestendig systeem voor zorg, gezondheid en welzijn? Die vraag staat centraal in Diagnose 2040. Niet als toekomstverkenning, maar als een gedragen transformatie-agenda én een oproep tot actie. Tijdens de lancering op 22 mei j.l. kwamen meer dan 200 professionals, bestuurders, beleidsmakers, onderzoekers en maatschappelijke partners bijeen om hierover met elkaar in gesprek te gaan.

Diagnose 2040 is meer dan een publicatie. Het is een onderdeel van de Diagnose beweging die oproept om anders te kijken naar de uitdagingen die op ons afkomen én naar de oplossingen die daarvoor nodig zijn. Diagnose 2040 brengt organisaties en professionals samen die niet willen wachten tot de problemen zich verder opstapelen, maar nu al willen bouwen aan een vitale en weerbare samenleving. Daarvoor zijn nieuwe keuzes, nieuwe samenwerkingen en een frisse blik op de organisatie van zorg en gezondheid nodig.

Van urgentie naar verandering
De lanceringsdag maakte zichtbaar dat de behoefte aan verandering breed wordt gedeeld. Tijdens het frictiepanel met Gerben van Voorden (wethouder gemeente Hilversum), Bertine Lahuis (Raad van Bestuur Radboudumc), Conny Helder (voormalig minister VWS) en Emile van Oorschot (Bergman Clinics) werden verschillende perspectieven op de toekomst van zorg en gezondheid naast elkaar gelegd. De gesprekken maakten duidelijk dat de urgentie breed wordt gevoeld, maar ook dat er verschillende opvattingen bestaan over de route naar verandering.

“Mooi om te zien hoe we met zo’n grote groep gedreven mensen niet alleen stilstaan bij de uitdaging, maar vooral ook kijken naar de oplossingen voor de ouderwordende samenleving” – Philip J. Idenburg, managing partner BeBright en initiatiefnemer Diagnose-beweging

Tijdens de workshops gingen deelnemers aan de slag met de thema’s uit Diagnose 2040: digitalisering, preventie, werk en werken in de zorg, mentale volksgezondheid en de inrichting van de zorg en vastgoed. Daarbij werd steeds opnieuw dezelfde vraag gesteld: hoe voorkomen we dat we blijven analyseren wat iedereen al weet? De uitdagingen zijn bekend. De opgave ligt in het organiseren van beweging en het daadwerkelijk realiseren van verandering.

diagnose-2040
Een beknopt overzicht van de thema’s in de transformatie-agenda.

Een bijzonder moment tijdens de lanceringsdag was de komst van Sophie Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zij nam het boek Diagnose 2040 in ontvangst en ging in gesprek met vertegenwoordigers van de Doorbraakcoalitie.

“Laten we elkaar vasthouden en steunen, zonder terug te vallen in alles nog een keer uitzoeken. Samen werken wij, samen met jullie, verder aan de beweging die hierin omschreven staat” – Sophie Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

De conclusie van de dag was helder: de vraagstukken waar zorg en gezondheid voor staan laten zich niet oplossen binnen de grenzen van het huidige systeem. Wie de toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg wil behouden, moet bereid zijn anders te organiseren, anders te investeren en gezondheid veel nadrukkelijker als maatschappelijke verantwoordelijkheid te benaderen. Dat betekent samenwerking over domeinen heen en keuzes die verder reiken dan het op korte termijn in stand houden van de bestaande systemen en manieren van zorg en ondersteuning.

Van analyse naar actie
Om die stap te zetten, wordt binnen Diagnose 2040 gewerkt aan een zogenoemde Doorbraakcoalitie. Een netwerk van organisaties en professionals die samen werken aan de noodzakelijke Doorbraak van oude systemen en manieren van werken die lange maatschappelijke transformatie in de weg staan. Door succesvolle voorbeelden van vernieuwing op te schalen en nieuwe samenwerkingen te stimuleren, ontstaat ruimte voor structurele verandering. Dit vraagt om publiek/private samenwerking met het lange termijn maatschappelijk belang als uitgangspunt en het innovatievermogen om korte termijn belemmeringen in systemen en belangen te overwinnen.

Hoe nu verder?
De vraag is niet langer óf verandering nodig is, maar hoe we die samen realiseren. Diagnose 2040 wil daarvoor mensen, organisaties en initiatieven met elkaar verbinden. De inzichten uit de publicatie worden in de komende periode verder uitgewerkt en de Doorbraakcoalitie krijgt vorm. Daarmee verschuift de aandacht van het beschrijven van uitdagingen naar het realiseren van concrete veranderingen.

De ambitie blijft helder: gezondheid van mensen en gemeenschappen centraal stellen en werken aan een samenleving waarin gezondheid niet alleen een zorgvraagstuk is, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Wij kijken terug op een inspirerende dag vol gesprekken, nieuwe verbindingen en gedeelde ambities. Tegelijkertijd is duidelijk dat het echte werk nu begint. Iedereen die wil bijdragen aan een gezonde, weerbare en vitale samenleving wordt uitgenodigd om mee te denken, kennis te delen en samen te werken aan concrete oplossingen.

 Wil je meedenken, kennis delen en/of actief bijdragen aan een doorbraakcoalitie? Neem contact op via diagnoseteam@bebright.eu

Wil je meer weten over Diagnose 2040 of de publicatie bestellen, bezoek dan onze website.

 

 

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Gronings adviesbureau BBENG wint Nieuwe Lunch Cultuur Award: Van leftover lunches tot Broodje Grunn

Gronings adviesbureau BBENG wint Nieuwe Lunch Cultuur Award: Van leftover lunches tot Broodje Grunn

Het Groningse adviesbureau BBENG heeft de Nieuwe Lunch Cultuur Award 2026 gewonnen. De prijs werd op 9 juni uitgereikt door wethouder Janette Bosma van de gemeente Groningen. Volgens de jury laat BBENG op inspirerende wijze zien hoe de lunch kan bijdragen aan gezondheid, verbinding, duurzaamheid en werkplezier.

Bij BBENG is samen lunchen veel meer dan een pauzemoment. Op het Suikerterrein in Groningen koken collega’s regelmatig voor elkaar, worden zogenaamde “leftover lunches” georganiseerd om voedselverspilling tegen te gaan en vormt de lunchtafel een plek waar ideeën, kennis en ervaringen worden gedeeld.

Daarnaast brengt BBENG haar visie ook buiten de eigen organisatie in praktijk. Zo werkte het adviesbureau mee aan de ontwikkeling van Broodje Grunn, een innovatief broodje met lokale ingrediënten, dat samen met studenten, boeren en tuinders uit Groningen werd ontwikkeld en inmiddels op verschillende locaties verkrijgbaar is.

Lunch als cultuurdrager
Volgens Natasja van der Lely, mede-initiatiefnemer van Nieuwe Lunch Cultuur, is BBENG een voorbeeld van waar de beweging voor staat:

“Bij BBENG draait de lunch niet alleen om wat er op tafel staat, maar vooral om wat er aan tafel ontstaat. Ze laten zien hoe een lunch kan bijdragen aan verbinding, inspiratie en gezondheid op de werkvloer. Bovendien verbinden ze hun eigen lunchcultuur aan de regio door samen te werken met Groningse boeren, producenten en studenten.”

Sterk deelnemersveld

De vakjury beoordeelde de inzendingen op impact, onderscheidend vermogen en inspirerend karakter. De jury bestond uit Stijn Baan (Koppert Cress), Elly Baak (LUMC) en Pieter Vader (CIRFOOD, winnaar van de award in 2025).

De tweede plaats ging naar ASR, dat samen met cateraar Albron werkt aan een regeneratief, seizoensgebonden en overwegend plantaardig lunchaanbod. De derde plaats was voor De PIT, het horeca-initiatief in de kantine van de Universiteit Utrecht.

Volgens de jury hebben alle drie de organisaties één belangrijke overeenkomst: zij zien lunch niet als een verplicht eetmoment, maar als een krachtig instrument om gezondheid, verbinding en cultuur binnen organisaties te versterken.

NLC-2

Over de Nieuwe Lunch Cultuur Award
De Nieuwe Lunch Cultuur Award wordt jaarlijks uitgereikt aan organisaties die laten zien hoe een groenterijke, relaxte en sociale lunchcultuur in de praktijk kan bijdragen aan gezondere en prettigere werkplekken.

De Nieuwe Lunch Cultuur is een initiatief van GroentenFruit Huis, BeBright, Koppert Cress, Greenport West-Holland en Provincie Zuid-Holland. Samen met werkgevers, overheden, cateraars, producenten en onderzoekers werken we samen aan één ambitie: van de gezonde lunch een vanzelfsprekend onderdeel van de werkdag maken.

Met inmiddels meer dan 100 aangesloten organisaties groeit de beweging snel. Want juist op de werkvloer liggen enorme kansen: iedere week vinden er in Nederland namelijk meer dan 25 miljoen lunchmomenten plaats.

Meer weten? Kijk op www.nieuwelunchcultuur.nl of neem contact op met Marjolein Geurts

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Regionaal Aanmeldpunt Wijkzorg groeit uit tot regionale werkwijze

Regionaal Aanmeldpunt Wijkzorg groeit uit tot regionale werkwijze

De druk op de wijkzorg neemt toe. In Zuid-Holland Noord kiezen zorgorganisaties daarom voor een gezamenlijke aanpak via het Regionaal Aanmeldpunt Wijkzorg (RAP). Wat begon als een pilot groeit inmiddels uit tot een regionale werkwijze, waarbij steeds meer organisaties en deelregio’s zich aansluiten.

Via één centraal punt komen aanvragen voor wijkzorg van cliënten, huisartsen, ziekenhuizen en revalidatiecentra samen. Wijkteams van verschillende organisaties beoordelen deze aanvragen gezamenlijk en verdelen ze op basis van beschikbare capaciteit en expertise. Dit zorgt voor een efficiëntere inzet van capaciteit, minder zoekwerk voor verwijzers en vooral: cliënten krijgen sneller passende zorg van de juiste zorgverlener. Dit initiatief is mede mogelijk wordt gemaakt door Zorg en Zekerheid. 

Meer deelregio’s sluiten aan
In Zuid-Holland Noord groeit het Regionaal Aanmeldpunt Wijkzorg stap voor stap uit tot een regionale werkwijze. Na eerdere implementaties in onder andere Nieuwkoop, Leiden en Lisse, wordt het RAP Wijkzorg verder uitgebreid naar nieuwe deelregio’s. Recent zijn nieuwe aanmeldpunten gestart in Leiderdorp/Zoeterwoude en Oegstgeest. Wijkteams van onder andere ActiVite, Libertas Leiden, Marente, Zorg-Vuldig en WIJdezorg werken hier samen aan een betere toewijzing van zorg. In Leiden hebben twee nieuwe organisaties zich aangesloten bij het bestaande Regionaal Aanmeldpunt Wijkzorg. Daarmee zijn de dekking en slagkracht in de regio verder toegenomen.

Dagelijks samenwerken maakt het verschil
De kracht van het RAP zit niet alleen in het proces, maar juist in de samenwerking. Wijkverpleegkundigen nemen dagelijks deel aan een gezamenlijk (digitaal) verdeeloverleg, waarin zij aanvragen bespreken en verdelen. Hierdoor leren professionals elkaar beter kennen en groeit het onderling vertrouwen. Complexe zorgvragen worden besproken aan de hand van het 5-stappenmodel. Zo wordt de beschikbare capaciteit in de regio beter benut en neemt de druk op individuele organisaties af.

Eerste resultaten zijn positief
De eerste resultaten laten zien dat het RAP snel zijn waarde bewijst. In de eerste maanden na de livegang kwamen in Zuid-Holland Noord al bijna 1.000 aanvragen voor wijkzorg via het RAP Wijkzorg binnen. Ook de samenwerking wordt positief beoordeeld. Drie maanden na de start beoordelen wijkteams deze samenwerking gemiddeld cijfer van 8.0. Wijkverpleegkundigen geven aan dat het gezamenlijke verdeeloverleg niet alleen helpt bij het efficiënt verdelen van aanvragen, maar ook bij het bespreken van casuïstiek en het versterken van de samenwerking in de regio.

Ook aan de slag met een Regionaal Aanmeldpunt Wijkzorg?
BeBright begeleidt regio’s bij het opzetten en doorontwikkelen van Regionale Aanmeldpunten voor wijkzorg. We combineren digitale oplossingen met aandacht voor samenwerking, governance en implementatie in de praktijk.

Benieuwd wat een Regionaal Aanmeldpunt Wijkzorg voor jouw regio kan betekenen? Lisette Bos denkt graag mee over hoe je de samenwerking in jouw regio kunt vormgeven. Meer weten? Neem gerust contact op!

 

 

 

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Zo groeit een RESV van plan naar praktijk: Lessen uit Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee en Rozenburg

Zo groeit een RESV van plan naar praktijk: Lessen uit Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee en Rozenburg

Sinds 2025 worden in heel Nederland regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s) ingericht om de eerstelijnszorg sterker en doelmatiger te organiseren. Daarmee ontstaat in iedere regio één herkenbaar aanspreekpunt voor samenwerking in de eerstelijnszorg. Maar hoe zorg je ervoor dat een RESV effectief wordt? In de regio Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee en Rozenburg krijgt dat stap voor stap vorm.

Nu de toegankelijkheid van zorg steeds verder onder druk staat, zoeken zorgorganisaties elkaar vaker op. Een RESV biedt de noodzakelijke structuur om regionale samenwerking duurzaam te organiseren.

Voorkomen dat samenwerking vastloopt
De inrichting van een RESV is allesbehalve eenvoudig.  De eerstelijnszorg bestaat uit een brede groep disciplines, waaronder huisartsen, apothekers, wijkverpleging, paramedici en professionals uit het sociaal domein. Iedere discipline brengt een eigen perspectief mee op samenwerking en zorgorganisatie. Juist die diversiteit maakt samenwerking waardevol, maar ook uitdagend. Daarom is het essentieel dat alle disciplines goed vertegenwoordigd zijn binnen het samenwerkingsverband.

Het RESV krijgt steeds meer vorm nu de subsidieperiode richting afronding gaat en regio’s zich voorbereiden op structurele financiering door zorgverzekeraars. De aandacht verschuift daardoor geleidelijk van de inrichting van het samenwerkingsverband naar het duurzaam organiseren van de samenwerking. De centrale vraag daarbij is: hoe zorg je ervoor dat de samenwerking ook na de opstartfase blijft bestaan en daadwerkelijk bijdraagt aan een betere organisatie van de eerstelijnszorg?

In drie stappen naar een werkend RESV
De regio Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee en Rozenburg bouwt het RESV op in drie fasen. In de eerste fase lag de nadruk op het opzetten en inrichten van het RESV.  Tijdens deze fase zijn afspraken gemaakt over de structuur van de samenwerking, besluitvorming en vertegenwoordiging van de verschillende beroepsgroepen

Om het RESV effectief te organiseren is gekozen voor een vaste overlegstructuur waarin de vijf hoofdtaken maandelijks worden besproken. Hierdoor leiden vakantie, uitval of personele wisselingen niet direct tot vertraging . Voor de paramedische disciplines is gekozen voor een gezamenlijke vertegenwoordiging: één vaste vertegenwoordiger, aangevuld met een roulerende tweede vertegenwoordiger. Zo blijft het overleg compact en uitvoerbaar, terwijl verschillende paramedische beroepsgroepen betrokken blijven bij het RESV.

Experimenteren
In de tweede fase staat het oefenen met de rol van het RESV centraal. Er wordt geëxperimenteerd met het uitvoeren van de hoofdtaken en met het positioneren van het samenwerkingsverband in de regio. Juist omdat het RESV een nieuw samenwerkingsverband is, vraagt dit tijd om te ontdekken wat werkt, waar verantwoordelijkheden liggen en hoe de samenwerking vorm krijgt in de praktijk.

Een RESV krijgt pas betekenis als professionals zich erin herkennen en eigenaarschap ervaren. Daarom organiseerde de regio op 13 april een congres voor eerstelijnszorgverleners.  Tijdens deze bijeenkomst gingen professionals uit verschillende disciplines met elkaar in gesprek over ervaringen, knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen.

Aan de hand van fictieve maar realistische casuïstiek werd onderzocht waar samenwerking in de praktijk vastloopt. Daarbij kwamen onder meer verwijzingen, gegevensuitwisseling en de aansluiting tussen zorg en sociaal domein aan bod. De gesprekken maakten inzichtelijk waar verbeteringen mogelijk zijn en welke afspraken nodig zijn om de samenwerking verder te versterken.

Uitbouwen en bestendigen
In de derde fase ligt de focus op het verder uitbouwen en bestendigen van de samenwerking. Door maandelijks bijeen te komen en gezamenlijk uitvoering te geven aan de hoofdtaken van het RESV ontstaat een continu verbeterproces ten aanzien van de organisatie en coördinatie van zorg in de regio. Daarbij is het belangrijk dat het gesprek plaatsvindt op tactisch en strategisch niveau en niet verzandt in individuele casuïstiek.

Regionale opgaven worden stap voor stap afgepeld en aangepakt. Door in gesprek te blijven met inwoners, zorgprofessionals en bestuurders in de regio worden verschillende perspectieven actief meegenomen in de verdere ontwikkeling van de regionale samenwerking.

Op deze manier werkt de regio toe naar een RESV dat in 2027 stevig is verankerd en daadwerkelijk bijdraagt aan een sterkere eerstelijnszorg.

Wil je meer weten over regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden? Neem dan contact op met Irene Mommers via irene.mommers@bebright.eu.

 

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Het team van de toekomst begint bij anders organiseren: Inzichten uit het HR-diner over functiemix in de VVT

Het team van de toekomst begint bij anders organiseren: Inzichten uit het HR-diner over functiemix in de VVT

Op 17 maart kwamen HR-directeuren, managers en bestuurders uit de VVT samen tijdens het jaarlijkse HR-diner van BeBright. Dit jaar werd het diner georganiseerd in samenwerking met IVVU (een vereniging van VVT-organisaties in de regio Utrecht). Het gesprek draaide om het team van de toekomst, en wat dat vraagt van de manier waarop VVT-organisaties zijn ingericht.

Ellis Boerkamp, partner bij BeBright, opende de avond met inzichten uit de publicatie Diagnose 2040, die op 22 mei verschijnt. In de publicatie staat centraal hoe we gezondheid en zorg organiseren in een snel veranderende, steeds complexere wereld.

“De arbeidsmarkt staat onder druk, de ondersteuning van informele zorg schiet tekort en er is behoefte aan een ander type professional. Tegelijkertijd is er te weinig ruimte voor innovatie en samenwerking. Dat vraagt om een andere manier van kijken naar werk en werken in de zorg van morgen.” – Ellis Boerkamp

Wat kan anders in de functiemix?
Mirjam van Blanken (programmamanager) en Hilde Hamstra (projectleider) van IVVU lieten zien wat er mogelijk is met een andere functiemix, waarbij taken worden herverdeeld over zorgprofessionals en ondersteunende functies. Tot wel 70% van de taken rondom 24-uurs welzijn en zorg kan anders worden ingericht, bijvoorbeeld door inzet van niet-zorggekwalificeerd personeel.

Van experimenteren naar uitvoeren
Veel organisaties zetten stappen naar een andere functiemix en maken heldere keuzes over rollen en verantwoordelijkheden. IVVU deelde resultaten uit lopende pilots en benoemde zowel succesfactoren als de dilemma’s waar organisaties tegenaan lopen.

Ook kwam de implementatieset Team van de toekomst ter sprake. Dit is een praktische set met tools, werkvormen en stappenplannen die organisaties helpen om van verkenning naar daadwerkelijke uitvoering te gaan. Deze is nu beschikbaar en te downloaden via: Implementatieset – IVVU – Ouderenzorg Utrecht

“We zijn niet meer aan het verkennen, we zijn aan het uitvoeren. De structuur staat en de eerste resultaten op de werkvloer zijn zichtbaar.” – Mirjam van Blanken

 Complexe praktijk vraagt samenwerking
Tijdens het diner werd duidelijk welke impact knelpunten zoals personeelstekorten, (on)duidelijkheid over taken en bevoegdheden en weerstand hebben op leiderschap, HR, cultuur en wet- en regelgeving.

Ook bleek dat de knelpunten niet uitsluitend binnen de eigen organisatie kunnen worden aangepakt. Regionale samenwerking en gezamenlijk leren tussen VVT-organisaties zijn nodig om deze beweging duurzaam vorm te geven. Het delen van ervaringen en het samen zoeken naar oplossingen helpt om de volgende stappen te zetten.

Wil je in gesprek over het team van de toekomst, deelnemen aan een volgend HR-diner of sparren over hoe een andere functiemix binnen jouw organisatie vorm kan krijgen? Neem dan contact op met Lisette Bos of Pleuni Vullers.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op!