+31(0)30 88 879 27 office@bebright.eu
Vijf aandachtsgebieden voor een succesvolle digitale strategie in de zorg

Vijf aandachtsgebieden voor een succesvolle digitale strategie in de zorg

De wereld wordt steeds digitaler. Ook bij zorgprofessionals, patiënten en zorgorganisaties groeit de interesse in digitale oplossingen snel. Zorginstellingen realiseren zich dat ze zwaar moeten investeren in digitale zorgvernieuwing om de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg naar de toekomst te garanderen. Dat vraagt om een robuuste digitale strategie én investeringsplan. Dit samen met BeBright oppakken? Lees meer over onze aanpak.

Digitale transformatie versus digitaliseren

De veranderende maatschappelijke context en zorgbehoeftes vragen om innovatie, nieuw zorgaanbod en oplossingen. Digitale oplossingen moeten de kwaliteit van de zorg op pijl houden en zorgdragen voor toegankelijkheid en betaalbaarheid. Binnen maar ook over de grenzen van zorgorganisaties heen, zijn dit soort oplossingen nodig. We moeten afscheid nemen van die systemen die ons verhinderen de gewenste en noodzakelijke toekomst te bouwen. Wij definiëren transformatie als ‘een fundamentele verandering in visie en werkwijze van een organisatie die vaak onomkeerbaar is.’1 Een digitale transformatie draait om het creëren van een wendbare en toekomstbestendige organisatie, waarbij de eindgebruiker centraal staat. In tegenstelling tot het gebruiken van eHealth en andere digitale oplossingen in een oud zorgproces, gaat om een fundamenteel herontwerp van zorgprocessen. Dit garandeert kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg naar de toekomst. Technologie is hiermee niet het doel maar een enabler en draagt zo bij aan de quadruple aim: verbeterde patiëntervaring, verbeterde populatiegezondheid, verminderde zorgkosten en verbeterd welzijn van zorgverleners.

Digitalisering

Digitalisering en digitale transformatie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar zijn niet hetzelfde. Digitaliseren draait bijvoorbeeld om het digitaal beschikbaar maken van (papieren) patiëntgegevens en zorgprocessen. Er ontstaan manieren waarop elektronische gegevens kunnen worden opgeslagen en uitgewisseld in patiëntportalen en persoonlijke gezondheidsomgevingen. Ook andere communicatievormen komen beschikbaar, zoals e-consults, beeldbellen, chatbots en apps en websites. En er komen steeds meer hulpmiddelen en sensoren om data van de patiënt te verzamelen die mee kunnen wegen in de behandelingskeuze.

De digitale opslag van informatie maakt het mogelijk om verbanden te leggen, patiëntdata te verrijken en informatie te vergelijken, al dan niet met behulp van slimme algoritmen en moderne dataverwerkingstechnieken. Door gebruik te maken van deze digitale mogelijkheden kunnen zorgprofessionals data inzetten om de zorg te verbeteren. De digitalisering van processen is een stap van een organisatie naar een meer digitaal georiënteerde en (data-)gedreven organisatie.

Digitale transformatie

Digitale transformatie in de zorg gaat over een fundamentele verandering in en over de grenzen van de eigen zorgorganisatie. Deze transformatie wordt vormgegeven door een digitale visie en strategie mogelijk gemaakt door mensen en technologie. Het is een continu proces van onder meer procesinnovatie, sociale innovatie en technologische innovatie die het fundament vormen van een duurzame verandering. Enkel nieuwe technologieën uitproberen is niet voldoende. Met de toename van digitale zorgoplossingen zullen ook huidige zorgprocessen, werkwijzen, bedrijfsvoering en ict-infrastructuur mee moeten veranderen. Maar waar te beginnen?

Vijf aandachtsgebieden voor een succesvolle digitale strategie

Er zijn tal van factoren die bijdragen aan een succesvolle digitale strategie in de zorg. Hieronder lichten wij vijf aandachtsgebieden toe.

  1. Start vanuit een heldere visie en zorgstrategie en digitale strategie

    Technologie wordt steeds belangrijker. Het is dan ook logisch dat een digitale strategie de koers van een zorgorganisatie bepaalt. Echter, een digitale strategie kan nooit de gaten vullen van een ontbrekende zorgstrategie en visie met heldere keuzes en prioriteiten. Als deze ontbreekt is het lastig om concreet invulling te geven aan deelstrategieën, zoals een digitale strategie.

  2. Breng de toegevoegde waarde van digitalisering voor de zorgorganisatie in kaart

    Digitalisering biedt zorgorganisaties vele kansen. Het is wel noodzakelijk om de toegevoegde waarde van digitale oplossingen voor de zorgprocessen in kaart te brengen. Inventariseer de knelpunten wat betreft kwaliteit en doelmatigheid in de zorgprocessen, waar digitalisering een bijdrage aan de oplossing kan bieden. Zet hierbij de eindgebruiker, patiënt én medewerker, centraal. Verbind de onderdelen van de digitale strategie en de specifieke zorgpaden met de patient journey. Heb daarbij ook aandacht voor het verschil tussen bijvoorbeeld de acute zorgketen versus de electieve en chronische zorg waar behoefte en bijdrage in kwaliteit sterk verschillen.

  3. Zorg dat bestuurders en zorgprofessionals weten welke technologie reeds beschikbaar is

    Welke relevante trends en ontwikkelingen hebben invloed op de zorg? En waar liggen nog kansen? Met Zorg Enablers geven wij een jaarlijks overzicht van de belangrijkste technologische bewegingen in de zorg. De zorgorganisatie moet vanuit een goede kennis van de (on)mogelijkheden van de bestaande infrastructuur, pragmatisch kijken hoe deze ingezet kunnen worden. Inventariseer goed met welke huidige ICT-systemen er wordt gewerkt en hoe deze kunnen helpen om beter te presteren en processen te automatiseren.

  4. Durf te leren van anderen

    Vaak zien we dat zorgorganisaties zelf het wiel opnieuw proberen uit te vinden. Terwijl we ook snel en slim kunnen leren van succesvolle voorbeelden. Door samenwerking en opschaling van succesvolle voorbeelden kunnen we versnelling geven aan het innovatie- en leervermogen van de Nederlandse gezondheidszorg. We kunnen gebruik maken van digitale leerlessen uit andere landen, zoals e-Estonia in Estland of Mercy Virtual Care center, het eerste virtuele ziekenhuis van de Verenigde Staten.

  5. Realiseer je dat technologie slechts één aspect is in de digitale transformatie

    Een digitale transformatie gaat slechts voor een klein deel over de technologie. De grootste uitdaging bij de implementatie van een digitale strategie gaat over samenwerking, vertrouwen, leiderschap, overwinnen van angst en korte termijn belang versus lange termijn (maatschappelijke) waardencreatie en business model. Zorg voor voldoende verandermanagement kennis en competenties binnen de projectorganisatie van de digitale strategie. Personen die enerzijds de brug kunnen slaan tussen zorg en de technologie en anderzijds het proces van bewustwording en (politiek) draagvlak voor de digitale koers en haar consequenties weten te spelen. Om de juiste vervolgstappen te maken, zal er daarnaast ook ruimte (financieel én tijd) gemaakt moeten worden om voldoende innovatiekracht te bieden om de strategie daadwerkelijk te realiseren.

Meer weten over onze aanpak?

Samen met onze opdrachtgevers in de zorg verkennen wij de huidige situatie en vertalen wij de visie en zorgstrategie naar een digitale strategie. Deze concretiseren wij naar een agenda voor verandering en wij gaan na wat nodig is voor de realisatie. Wij ondersteunen bij het realiseren van businessplannen en het doorvertalen van de strategie tot op teamniveau. Dit gebeurt in nauwe samenspraak met interne én externe stakeholders. Een succesvolle strategie is immers het resultaat van co-creatie, een transparant proces waar de eindgebruiker en andere relevante partijen actief met elkaar samenwerken en gebruikmaken van elkaars complementaire inzichten, kennis en vaardigheden om te komen tot oplossingen. Meer weten over de digitale transformatie of zelf graag digitale stappen zetten? Neem dan contact op met Philip Idenburg of Sjoerd Emonts.

Bronvermelding

  1. P.J. Idenburg en M. Philippens. Diagnose Transformatie: een toolkit voor grensverleggers in de zorg. BeBright. 2018
3 maart 2020: Masterclass Transformatie naar Positieve Gezondheid voor bestuurders in de zorg

3 maart 2020: Masterclass Transformatie naar Positieve Gezondheid voor bestuurders in de zorg

Op 3 maart 2020 start een bijzondere masterclass Positieve Gezondheid. Deze is speciaal bedoeld voor bestuurders in de zorg die vorm willen geven aan Positieve Gezondheid in hun organisatie. Wat vraagt dat aan anders kijken, werken en organiseren? Initiatiefnemers zijn BeBright en iPH.

Vanwege de gezondheidswinst en gezondheidswelzijn die naar verwachting valt te boeken, krijgen steeds meer bestuurders belangstelling voor Positieve Gezondheid. Gelukkig maar, want juist zij hebben de sleutel in handen voor de transformatie die het gedachtegoed teweegbrengt. Dat stelt Ellis Boerkamp, partner en adviseur bij BeBright. ‘Bestuurders vormen namelijk de verbinding tussen patiënt, organisatie en regio. En hun grootste uitdaging is balanceren met alles wat zich voordoet tijdens die transformatie.’

Omgaan met uitdagingen

Zo zal de bestuurder eerst moeten verkennen of hij wel brood ziet in Positieve Gezondheid en wat het ambitieniveau is. Dan komt er een fase van experimenteren om te achterhalen wat werkt en wat niet. Vervolgens is het zaak om wat beloftevol is te implementeren en te borgen. Al die fases brengen hun eigen uitdagingen met zich mee. ‘De kansen die je waarneemt, kunnen bijvoorbeeld op gespannen voet staan met gemaakte productieafspraken. Met bestaande werkprocessen. Met hoe je onderling samenwerkt. Hoe ga je dat met elkaar oplossen? Hoe ga je sturen op wat werkt? Kun je straks de prestaties van je organisatie nog wel meten met dezelfde indicatoren als voorheen?’

Denk groot, begin klein

Vooruitlopend op de masterclass heeft Boerkamp vast twee tips. De eerste heeft vooral betrekking op een goede start. ‘Denk eerst groot en formuleer een collectieve ambitie, liefst zelfs op regioniveau. Daarna begin je klein. Pakt dat kleine goed uit, ga dan snel opschalen. Dat grote denken, die grote ambitie heb je daarbij wel nodig. Zomaar met iets kleins beginnen, zonder dat er een groter verbindend beeld is, kan leiden tot versnippering en een gebrek aan richting. Ik denk dat dat een gemiste kans is.’

Aandacht voor de onderstroom

De tweede tip is om oog te hebben voor de ‘onderstroom’ die door de verandering op gang komt. ‘Zekerheden loslaten, doet iets met mensen. Het is belangrijk om zicht te houden op wat er loskomt en om daarover in gesprek te gaan. Wat betekent het als het cliëntcontact er anders uit gaat zien? Waar nemen we voortaan wel of niet de tijd voor? Hoe gaan we vanuit de cliëntbehoefte ons aanbod anders vormgeven? Het vraagt moed om anders te kijken en anders te organiseren.’

Opzet van de masterclass

In het licht van deze tips start de masterclass bewust met groot denken, maar gaan de bestuurders naar huis met een pragmatische opdracht. Ze formuleren – met hulp – een experiment dat zij in hun eigen organisatie of regio in gang willen zetten. In de maanden erna kunnen zij voor vragen, en begeleiding een beroep doen op BeBright of iPH. Er is een gezamenlijke terugkommiddag met Machteld Huber van iPH en Philip Idenburg van BeBright om uit te wisselen hoe het gaat en om gericht te werken aan vraagstukken en oplossingen. De deelnemers kiezen welke belemmeringen ze met elkaar willen verkennen, zodat iedereen weer verder kan. Boerkamp: ‘Dat maakt een vernieuwing uitdagend. Het is vaak spannend om te experimenteren, maar ook inspirerend om te leren samen met anderen. En dat er mensen zijn die met je oplopen als dat nodig is.’

Praktische details

Aanmelden en info: via bo.fokkes@bebright.eu
Datum: 3 maart 2020
Tijd: 09:00 uur tot 18:00 uur
Terugkommiddag: datum in overleg met deelnemers te bepalen
Locatie: Jaarbeurs Innovation Mile, Beatrixgebouw te Utrecht
Kosten: €995,-

GOED GEVOED Bouwsteen 1. Gezonde ruimtes: naar een gezond voedselaanbod in de publieke ruimte

GOED GEVOED Bouwsteen 1. Gezonde ruimtes: naar een gezond voedselaanbod in de publieke ruimte

“An apple a day, keeps the doctor away.” Simpeler laat de relatie tussen onze gezondheid en voeding zich niet uitdrukken. In onze moderne samenleving ligt het echter aanzienlijk ingewikkelder. In GOED GEVOED bundelen de auteurs Irene Mommers en Michel van Schaik de bevindingen uit het programma Diagnose Voeding & Gezondheid over de preventieve rol die voeding kan spelen in het stimuleren van een gezonder Nederland. Hiertoe stellen de auteurs een vijftal bouwstenen voor die bijdragen aan een nieuwe eetcultuur en een gezonde voedselomgeving ten behoeve van een gezonder Nederland. Een van deze bouwstenen is ‘Gezonde ruimtes: naar een gezond voedselaanbod in de publieke ruimte’.

Vijf bouwstenen voor een gezonder Nederland

Voeding draagt bij aan een vitaal en gezond leven. Het kan het ontstaan van (chronische) aandoeningen vertragen of zelfs voorkomen. Voeding verdient daarom een prominente rol in onze gezondheidszorg, zowel bij preventie en herstel als ook meer algemeen bij het stimuleren van gezondheid. De publicatie GOED GEVOED toont aan dat er veel ruimte is voor verandering, dat er tal van mogelijkheden bestaan voor verbetering en vernieuwing. Het bewijst zelfs dat een radicale (cultuur)verandering noodzakelijk is. De preventieagenda is groot en ambitieus. De vragen die daaruit voortvloeien zijn: waar te beginnen en wie neemt het voortouw? Het antwoord op de eerste vraag volgt logischerwijze uit de beschouwingen: vijf bouwstenen voor een nieuwe eetcultuur en een gezonde voedselomgeving die aanzet tot een gezonde leefstijl. Bouwstenen waar we op termijn gezondheidswinst mee kunnen behalen en waar diverse partijen in het veld reeds aan werken. Door deze activiteiten te versterken en bestaande innovaties te versnellen, kunnen we snel resultaat behalen. Wij onderscheiden de volgende vijf bouwstenen:

  1. Gezonde ruimtes: naar een gezond voedselaanbod in de publieke ruimte;
  2. Gezonde lunch: naar een groenterijke en relaxte lunchcultuur;
  3. Gezonde gewoonten: naar een brede ondersteuning bij gedragsverandering;
  4. Gezonde relaties: naar een warme sociale inbedding;
  5. Gezonde zorg: naar voeding als startpunt van behandeling bij ziekte.
Bouwsteen 1. Gezonde ruimtes: naar een gezond voedselaanbod in de publieke ruimte

In iedere levensfase is de fysieke, sociale en digitale voedselomgeving van grote invloed op het consumptiepatroon. De verleiding tot (over)consumptie is enorm. Voedsel is overal, altijd! Onze omgeving stimuleert ons voortdurend om te veel te eten en te weinig te bewegen. We leven in een obesogene samenleving. Om de verleiding tot (over)consumptie te weerstaan moeten we weloverwogen keuzes maken en beschikken over een grote mate van zelfbeheersing. De discipline die dat vraagt druist in zekere mate tegen onze natuur in. Ons brein is namelijk voorgeprogrammeerd om voedsel te consumeren dat binnen ons bereik komt, een instelling die stamt uit de oertijd, toen voedselaanbod schaars was1. De voedselindustrie investeert jaarlijks miljarden euro’s aan uitgekiende marketingstrategieën (prijs, promotie en plaatsing) die op dit oerinstinct inspelen2. Bovendien worden voedselkeuzes grotendeels bepaald door gewoonten. Ongemerkt nemen we dagelijks zo’n 200 beslissingen over voedselinname, vaak in de vorm van onbewuste reacties op prikkels3. Onze huidige voedselomgeving heeft met al haar verleidingen een enorme invloed op ons voedingspatroon. Daarom is het ter stimulering van onze gezondheid van groot belang om onze voedselomgeving anders en gezonder in te richten.

Actief (overheids)beleid

Er valt veel gezondheidswinst te behalen door te zorgen dat het voedselaanbod in publieke ruimtes waar veel mensen samenkomen – denk aan stadskernen, stationsomgevingen, pretparken en beurshallen – gezond is. Gemeenten spelen hierin een cruciale rol vanuit hun taak om publieke omgevingen veilig en gezond te maken. Zij hebben de mogelijkheid om beleid te formuleren om het aanbod van ongezonde voeding in het straatbeeld terug te dringen. Zij worden hiertoe ook aangezet door de Omgevingswet die in 2021 van kracht gaat en onder andere tot doel heeft om de huidige duizenden bestemmingsplannen en beheersverordeningen te versimpelen tot slechts een paar honderd omgevingsplannen. Regionale en lokale overheden worden met deze nieuwe wet verplicht een visie te ontwikkelen op een gezondere en duurzame publieke ruimte, en daar beleid op af te stemmen4. Zo kunnen gemeenten bijvoorbeeld in het omgevingsplan het aantal nieuwe eetwinkels, fastfoodzaken en snackbars limiteren of bewerkstelligen dat er watertappunten in de stad worden geplaatst. Het zijn dergelijke eenvoudige maatregelen die gezond gedrag stimuleren. Maar een gemeente kan verder gaan. Ze kan een gezond voedselaanbod op scholen en sportverenigingen stimuleren. En bij inkoopcontracten, aanbestedingen en in subsidievoorwaarden (bijvoorbeeld bij grote evenementen) kan de gemeente eisen stellen aan het aanbod van gezond eten en drinken.

Als het gaat om gebouwen in eigendom van de overheid of om gebouwen met een publieke taak (denk aan instellingen voor zorg, welzijn en onderwijs) ligt het voor de hand de kwaliteit van het aangeboden voedsel aan regels te binden. Burgers zullen begrijpen en (uiteindelijk) accepteren dat in deze gebouwen het beleid gericht is op het stimuleren van gezondheid in het algemene belang. Sterker nog, het is eigenlijk moeilijk te bevatten dat dit nu vaak nog niet het geval is. Met nieuwe wetgeving, beleidsregels of simpelweg afspraken kan worden geregeld dat het voedselaanbod in deze gebouwen gezonder wordt.

Kortom, overheden hebben vanuit hun verantwoordelijkheden de taak om het voedselaanbod in publieke ruimtes gezond te maken. En daar kunnen zij meteen mee starten, zowel beleidsmatig als operationeel binnen gebouwen met een publieke functie. Zij kunnen zich daarbij ook laten ondersteunen door partijen in de markt die hier reeds jarenlange ervaring mee hebben, zoals best practice Greendish.

Niet ambitieus zijn is geen optie

Er zijn flinke veranderingen nodig op verschillende fronten. Dat vraagt om nieuwe perspectieven en gerichte activatie. De vijf gepresenteerde bouwstenen vormen een eerste aanzet waar we meteen mee kunnen starten. Bouwstenen die ieder voor zich de potentie hebben om positief bij te dragen aan onze gezondheid en de andere eetcultuur en voedselomgeving die daarvoor nodig zijn. Door hun relatieve eenvoud kunnen onze ingrepen aan een groot publiek worden uitgelegd. Passen we ze tegelijkertijd toe, dan kunnen we een beweging op gang brengen die we gerust een paradigmashift kunnen noemen. Dat zal geen sinecure zijn, maar niet ambitieus zijn is geen optie.

Benieuwd naar de publicatie GOED GEVOED? Verzeker je nu nog van een exemplaar of kijk voor meer informatie op www.goedgevoed.eu of neem contact op met Irene Mommers!

Bronvermelding:

  1. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Rijksbegroting 2020, XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport, onderdelen Ziekte- preventie en Gezondheidsbevordering. 2019. p. 58-59
  2. The Nielsen Company. Jaarrapport Bruto Mediabestedingen 2018. 2019
  3. Seidell J. et al. Het Voedsellabyrint: een weg uit een doolhof van eetadviezen en –trends. Januari 2015
  4. Rijksoverheid. Omgevingswet. Geraadpleegd 7 oktober 2019 via https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/omgevingswet
Samen diabetes type 2 aanpakken: Programma 2diabeat van start

Samen diabetes type 2 aanpakken: Programma 2diabeat van start

In oktober 2019 is het landelijk programma 2diabeat gestart. Het programma komt voort uit het Nationaal Preventieakkoord en is gericht op het realiseren van een trendbreuk in de toename van diabetes type 2 in Nederland door de inzet van leefstijlinterventies.

De opmars van diabetes type 2
De prevalentie van diabetes type 2 laat al jaren een stijgende lijn zien. Onder meer door vergrijzing en onze leefstijl krijgen steeds meer mensen te maken met deze aandoening. Diabetes is een chronische aandoening met grote impact op iemands leven. Onder andere door de intensieve zelfzorg die nodig is, wordt diabetes ook gezien als psychisch één van de meest belastende ziektes. De epidemische toename van de veelal leefstijl-gerelateerde aandoening, zet druk op de duurzaamheid van ons zorgstelsel en geeft zorgen over de vitaliteit van de samenleving als geheel.

Om een vraagstuk van dergelijke omvang aan te pakken is samenwerking tussen partijen, die hierin van betekenis zijn, noodzakelijk. Het programma 2diabeat faciliteert het samenbrengen van deze partijen. Het programma heeft daarmee voor ogen om de kennis en ervaring die in het veld voorhanden is, bij elkaar te brengen, te benutten en te verrijken. VWS heeft het kwartiermakerschap voor 2diabeat belegd bij stichting VitaValley, die samen met de Nederlandse Diabetes Federatie, het Diabetes Fonds, Diabetesvereniging Nederland en BeBright het programma uitvoert.

Na de voorbereiding in de kwartiermakersfase start het programma in 2021
De kwartiermakersfase kent twee fasen: een ontwerp- en een realisatiefase. Tijdens de ontwerpfase wordt de maatschappelijke opgave nader geduid, interventies, stakeholders en implementatiepartners geïnventariseerd, segmenten van mensen met (verhoogd risico op) diabetes worden geïdentificeerd en we stellen een veranderagenda en een impactmodel op. De opbrengst van de ontwerpfase wordt gedeeld tijdens een conferentie eind maart.

Tijdens de realisatiefase worden de potentieel meest impactvolle segmenten geselecteerd en verdiept, wordt een passende aanpak voor de segmenten ontwikkeld, verbinden en versnellen we interventies t.b.v. de aanpak, selecteren we pilotregio’s en starten pilots op, ontwikkelen we een programmaplan en werken we aan financiering voor het programma.

Programma 2diabeat en de doelen
In het programma wordt de vastgestelde aanpak in de kwartiermakersfase geïmplementeerd. Nieuwe segmenten van mensen met diabetes worden verdiept om een passende aanpak vast te stellen en te implementeren. Tevens wordt de maatschappelijke impact periodiek inzichtelijk gemaakt. Binnen de landelijke community of practices worden opgedane kennis en ervaringen gedeeld. Het acht jaar durende programma start in 2021 en geeft invulling aan de volgende doelen:

  • Een trendbreuk van de toename van het aantal mensen met diabetes type 2
  • Landelijk impact model waar regionaal aan gespiegeld wordt
  • Maatschappelijk bewustzijn over de inzet van leefstijlinterventies
  • Van een medische richtlijn nu naar een breder palet aan interventies gericht op leefstijlbevordering en terugdringen van prevalentie en waar nodig verdieping van bestaande richtlijnen hierop
  • Landelijke learning community of practices

Meer informatie en op de hoogte blijven? Kijk op www.2diabeat.nl of neem contact op met Irene Mommers (Irene.mommers@bebright.eu)

Inspiratiebijeenkomst “Positive Health in een Gezonde Leefomgeving”

Inspiratiebijeenkomst “Positive Health in een Gezonde Leefomgeving”

Tot 2040 neemt het inwoneraantal binnen de provincie Utrecht toe met ruim 165.000 mensen. Hoe zorgen we ervoor dat dorpen en steden fijne en gezonde plekken blijven? Om te wonen, werken, verblijven en in te recreëren. Op woensdag 27 november 2019 organiseerde BeBright op initiatief van de provincie Utrecht en met hulp van het Institute for Positive Health en RUIMTEVOLK de eerste inspiratiebijeenkomst in een nieuwe driedelige ‘gezonde leefomgeving’-reeks. Bekijk de aftermovie hier. 

De eerste inspiratiebijeenkomst werd gehouden in the Colour Kitchen in Zuilen en stond in het teken van positieve gezondheid – het gedachtegoed ontwikkeld door voormalig huisarts en oprichtster van het Institute for Positive Health, Machteld Huber. Waar gezondheid voorheen werd benaderd als simpelweg de afwezigheid van ziekten, refereert positieve gezondheid naar “het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven”.

In de namiddag werd het evenement feestelijk geopend door gedeputeerde van de provincie Utrecht Rob van Muilekom. Met het publiek deelde hij wat een gezonde leefomgeving voor hem persoonlijk betekent. Zo waardeert hij het dat er veel plekken zijn om lichaamsbeweging uit te oefenen. Plekken die niet alleen gezond zijn om die reden, maar ook omdat men er met andere mensen samen kan zijn. De gedeputeerde staat zelf voor dilemma rondom ruimtelijke ontwikkeling: in de provincie Utrecht moeten de komende 30 jaar 150.000 nieuwe woningen gebouwd worden.

Machteld Huber nam de aanwezigen mee in haar gedachtegoed en hoe zij dit, met haar ervaringen als zowel arts als patiënt zelf, tot de wijdverspreide beweging heeft gevormd die Positive Health vandaag de dag is. Ook spoorde zij het publiek aan om ter plekke zelf het welbekende spinnenweb van positieve gezondheid in te vullen. Vervolgens liet architect Thomas Steensma zien hoe hij in zijn gelauwerde afstudeerproject positieve gezondheid volledig heeft geïntegreerd in een ontwerp voor het havengebied van Delfzijl. Zijn casus was tevens het startschot van de interactieve break-out sessies, waar de deelnemers aan de slag konden met het toepassen van de methodiek.

Tijdens de break-out sessies spatte de inspiratie en energie onder de deelnemers ervan af. Iedereen ging op een plattegrond van een levensechte wijk druk aan de slag met de kleuren van het positieve gezondheid spinnenweb en als het zou kunnen was iedereen nog uren doorgegaan met het uitwisselen van ideeën en ervaringen. Dit gebeurde dan ook zeker op de afsluitende borrel, waar onder het genot van een drankje en heerlijke gezonde hapjes concrete plannen werden gesmeed om onze leefomgeving een gezondere plek te maken.

 

De volgende lezing – de tweede in het drieluik ‘gezonde leefomgeving’ – zal in het teken staan van Wijk- en dorpgericht werken aan een gezonde leefomgeving. Tevens door BeBright georganiseerd in samenwerking met Ruimtevolk, een creatief bureau voor stedelijke en regionale ontwikkeling en tevens onze ‘buren’ op de Jaarbeurs innovation Mile. Directeur Sjors de Vries zal de eerste spreker zijn, waarna je door de initiatiefnemers meegenomen wordt in de inspirerende succesverhalen van de gezonde dorpen Mariënvelde en Leende.

De inspiratiebijeenkomst Wijk- en dorpsgericht werken aan een gezonde leefomgeving vindt plaats op 16 januari 2020 in evenementencentrum Merwestein te Nieuwegein van 16:00 tot 18:45 met aansluitende borrel. KLIK HIER om je aan te melden, er is slechts een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.

Scriptieonderzoek: Succesfactoren voor uitkomstgerichte bekostiging

Scriptieonderzoek: Succesfactoren voor uitkomstgerichte bekostiging

Het toekomstbestendig inrichten van de curatieve zorg vraagt om ontvlechting naar acute, chronische, electieve en hoog complexe zorg. Deze ontvlechting biedt kansen om de zorg anders te organiseren en financieren. Saskia van Miert heeft tijdens haar stage bij BeBright voor haar masterscriptie onderzoek gedaan naar uitkomstgerichte bekostiging voor chronische zorg. In dit blogartikel delen wij enkele inzichten uit het onderzoek. Deze zijn verkregen door het voeren van gesprekken met bestuurders van zorginstellingen, verzekeraars en experts binnen het veld.

De huidige financiering van curatieve zorg, middels Diagnose-Behandel-Combinaties (DBC’s), geeft een (perverse) prikkel tot productie. DBC’s geven een overzicht van de activiteiten van de zorginstelling die voortkomen uit de zorgvraag. In de ideale situatie draagt de inrichting en financiering van chronische zorg bij aan de doelstellingen van de Quadriple Aim: verbeterde patiëntervaring, verbeterde toegankelijkheid en populatiegezondheid, vermindering van zorg- en ondersteuningskosten en verbeterd welzijn van zorgverleners. Uitkomstgerichte bekostiging kan de prikkel tot productie wegnemen en bijdragen aan de doelstellingen van de Quadriple Aim. Er zijn verschillende vormen van uitkomstgerichte bekostiging voor chronische zorg: shared savings, pay-for-performance en populatiebekostiging. Al deze vormen vinden echter nog maar in beperkte mate plaats in de praktijk. In dit blogartikel delen wij zes succesfactoren uit het onderzoek van Saskia van Miert om het realiseren van uitkomstgerichte zorg mogelijk te maken.

 

Succesfactoren voor uitkomstgerichte bekostiging

 

  1. Transformatie-aanpak
    Het maatschappelijk belang voor het anders inrichten van de zorg bleek evident. Hoewel velen zich nog in het beginstadium van de doorvoering van uitkomstgerichte bekostiging bevonden, werd unaniem erkend dat het een complexe verandering betreft. Een complexe verandering die vraagt om flexibiliteit en een transformatie-aanpak. Daarbij is het nodig om vanuit een duidelijke visie te experimenteren en anders te organiseren alvorens er kan worden opgeschaald. Bij iedereen was het uitgangspunt de Quadriple Aim. Opvallend was dat men zich voornamelijk bezighield met de kwaliteit van zorg, en niet zozeer met het verhogen van de patiënttevredenheid of het verlagen van kosten. Hoge kwaliteit van zorg was voor de respondenten het uitgangspunt in een gefaseerde aanpak, waar uiteindelijk ook toegevoegde waarde ontstaat op de andere doelen.

“We leven in een veranderende wereld in plaats van uitgekristalliseerd. Daarom moeten we voor uitkomstgerichte financiering buiten de lijnen gaan kleuren en dat vraagt om flexibiliteit. De waarheid die we vandaag verkondigen, is misschien niet de waarheid van morgen.”

  1. Leiderschap & cultuur
    De huidige cultuur is gericht op productie. Een productiegerichte cultuur moet worden doorbroken, wat niet alleen vraagt om toewijding en doorzettingsvermogen, maar ook om een andere mindset. Een gedreven leider met een heldere visie en ambitie blijkt onmisbaar bij het realiseren van verandering, en in het bijzonder van een cultuuromslag. Leiderschap niet alleen van bestuurders, maar van boegbeelden uit de organisatie die dit zichtbaar uitdragen. Lef van organisaties en leiders die experimenteren wordt beloond.

 “Veel is gericht op productie. Ik denk dat dat is geleerd tijdens de studie geneeskunde, en ik denk dat het doordrongen is in elke laag van de samenleving.” 

  1. Transparantie, verantwoordelijkheid en vertrouwen
    De verantwoordelijkheid van zorgverlener en –instelling neemt toe bij uitkomstgerichte zorg. Transparantie over (ervaren) kwaliteit en medische keuzes is hierbij een belangrijke voorwaarde. De zorgverleners dienen hier zelf initiatief in te nemen, echter blijkt dit een paradox. Aan de ene kant vraagt men om meer transparantie, maar om dit zelf toe te passen lijft lastig. Dit betekent namelijk dat iedereen kan inzien hoe men presteert en dat brengt een bepaalde mate van kwetsbaarheid met zich mee. Vertrouwen in elkaar is daarom essentieel om transparantie te kunnen realiseren. Gemeenschappelijke doelen stellen, meerjarige afspraken met zorgverzekeraars, zelf een actieve rol spelen of samenwerken met een externe partij kan het vertrouwen in elkaar bevorderen.

“Als je je uitkomsten niet kent dat is gewoon onethisch. Dus dat legitimeert sowieso dat je dat moet meten en daarover transparant moet zijn”

  1. Samenwerking en communicatie
    Door een gebrek aan eenduidige terminologie van uitkomstgerichte bekostiging ontstaat er vaak miscommunicatie tussen de verschillende betrokken partijen. Ondanks dat het DBC-systeem nadelige prikkels met zich meebrengt, heeft het wel voor een gemeenschappelijke taal gezorgd. Om gemeenschappelijke doelen te kunnen stellen en een toekomstbestendige samenwerking te kunnen vormen, is investeren in communicatie cruciaal.
  1. Wet- en regelgeving en ICT-infrastructuur
    Wet- en regelgeving en de ICT-infrastructuur zijn een veel gebruikt excuus om een andere vorm van bekostiging te realiseren. Binnen de huidige wet- en regelgeving is echter veel mogelijk, maar het vraagt wel om een nauwkeurige operationalisering van de regelgeving binnen de eigen organisatie. Daarnaast dient de ICT-infrastructuur op orde te zijn, om o.a. administratielast zo veel mogelijk te minimaliseren.
  1. Intrinsieke en extrinsieke motivatie
    De verschillende betrokken partijen zijn zowel intrinsiek als extrinsiek gemotiveerd om uitkomstbekostiging te realiseren. Intrinsieke factoren bleken vooral: zorg leveren waarvoor men is opgeleid, bij kunnen dragen aan preventie en het verhogen van de patiënttevredenheid. Extrinsieke factoren bleken vooral: meerjarige afspraken met zorgverzekeraars en financiële beweegredenen.

Uitkomstbekostiging wordt door Eijkenaar en Schut (2015) gedefinieerd als volgt:
“Een zo eenvoudig mogelijk, vraag gestuurd bekostigingssysteem dat expliciet is gericht op het stimuleren van zorgaanbieders tot het realiseren van goede uitkomsten van zorg in termen van kwaliteit, kosten, coördinatie en preventie, en dat tevens stimuleert tot kosteneffectieve innovatie en geen prikkels bevat voor ongewenst gedrag.[1]

 Daarnaast onderzochten zij welke dimensies en randvoorwaarden belangrijk zijn voor het realiseren van uitkomstgerichte bekostiging. Deze dimensies en randvoorwaarden zijn in dit onderzoek als basis gebruikt in de gesprekken met mensen uit het veld om de succesfactoren te identificeren.

De vijf dimensies zijn:

  • goede kwaliteit van zorg
  • kostenbewust gedrag
  • goede coördinatie en doelmatige substitutie
  • kosteneffectieve innovatie
  • en effectieve preventie

De randvoorwaarden zijn als volgt:

  • afbakening van de populatie
  • definiëren van de zorgbundels
  • risicodragende aanbieders
  • basisbekostiging
  • waarborgen van kwaliteit
  • ICT-infrastructuur
  • gezonde concurrentie
  • wederzijds vertrouwen
  • juridische belemmeringen en
  • eenvoud en uitvoerbaarheid

Dit blogartikel is gebaseerd op het masterscriptie ‘Revision of the funding for chronic care: By studying the necessary conditions for the implementation of outcome- oriented funding’ van Saskia van Miert, geschreven voor het masterprogramma Management, Policy Analysis & Entrepreneurship in Health and Life Sciences.

Voor vragen kunt u contact opnemen met Arjo Mans of Anouk Neureiter.

Referenties:

[1] Eijkenaar, F., & Schut, E. (2015). Uitkomstbekostiging in de zorg: een (on) begaanbare weg?