+31(0)30 88 879 27 office@bebright.eu
2e druk Ouder Worden 2040: Transformatieagenda voor een ouder wordende samenleving

2e druk Ouder Worden 2040: Transformatieagenda voor een ouder wordende samenleving

2e druk Ouder Worden 2040: Transformatieagenda voor een ouder wordende samenleving

De in het voorjaar gepresenteerde Transformatieagenda voor een ouder wordende samenleving is enthousiast ontvangen en inmiddels toe aan de tweede druk. Ook is er groen licht om verdere stappen te zetten richting realisatie van de Agenda.

Op 21 april j.l. presenteerde een groot aantal partijen de Transformatieagenda voor een ouder wordende samenleving. Publieke en private organisaties, kennis- en overheidsorganisaties en burgers hebben in het programma Ouder Worden 2040 de krachten gebundeld om antwoorden te vinden op de vraagstukken die de ouder wordende samenleving ons stelt. De agenda geeft concrete doelen, acties en randvoorwaarden voor de kansen en uitdagingen die de ouder wordende samenleving ons de komende 20 jaar biedt.

De agenda is enthousiast ontvangen. De publicatie waarin de agenda uitgewerkt is, is eind deze maand al toe aan de tweede druk. De agenda is door het huidige kabinet omarmd en onderdelen van de agenda zijn overgenomen in het WoZo akkoord dat de minister voor langdurige zorg, Conny Helder, onlangs naar de Tweede Kamer gestuurd heeft.

En er is groen licht voor het programma Ouder Worden 2040 om verdere stappen te zetten richting realisatie van de Transformatieagenda. Dit najaar komen alle betrokken partijen en een groeiende groep experts bij elkaar om uit te werken hoe ieders bijdrage invulling kan geven aan het realiseren van de doelen en acties die in de agenda beschreven zijn. Een belangrijk onderdeel is de dialoog met de samenleving, burgers, cliënten, bestuurders en toezichthouders om te onderzoeken wat ze zelf kunnen doen en handelingsperspectief te geven als antwoord op de uitdagingen van morgen.
Daarbij onderzoekt het programmateam in samenwerking met betrokken partners op welke wijze de samenwerking in het programma en beweging een duurzaam en structureel karakter kan krijgen. Ten slotte wordt er hard gewerkt om instrumentarium en plannen te ontwikkelen om breed in de samenleving in gesprek te gaan over de transformatieagenda. Nadruk daarbij ligt op het perspectief dat er voor iedereen zou kunnen zijn en welke belemmeringen we daarvoor te overbruggen hebben.

Meer informatie over de Transformatieagenda en het programma Ouder Worden 2040 is te vinden op: www.ouderworden2040.nl. Daar is ook de publicatie gratis te downloaden.

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Succesvol samenwerken in netwerken vraagt om samenspel van rollen

Succesvol samenwerken in netwerken vraagt om samenspel van rollen

De publieke en private sector hebben elkaar nodig om het hoofd te bieden aan belangrijke maatschappelijke vraagstukken en thema’s. Deze toegenomen afhankelijkheid vraagt om een nieuw denkkader dat uitgaat van bundeling van krachten als basis voor het gezamenlijk werken aan een hoger maatschappelijk doel. Van het egosysteem bewustzijn naar het ecosysteem bewustzijn. Vertrekpunt van ons denken en handelen is dan dat het hele ecosysteem moet profiteren als we houdbare oplossingen voor de toekomst willen creëren.  Maar welke rollen en activiteiten zijn er eigenlijk nodig voor een succesvolle samenwerking? In opdracht van de Erasmus Universiteit en BeBright is hier onderzoek naar gedaan bij RvN@, een regionaal samenwerkingsverband in de regio Rijk van Nijmegen.

(meer…)

Samen werken aan de transformatieagenda voor de ouder wordende samenleving

Samen werken aan de transformatieagenda voor de ouder wordende samenleving

Woensdag 15 december kwamen na driekwart jaar hard werken de verschillende gremia rondom het programma Ouder Worden 2040 voor het eerst gezamenlijk digitaal bijeen om zich te buigen over de inhoud van de transformatieagenda. Burgerraad, Maatschappelijke Expertgroep, Veldraad, het interdepartementale netwerk, de politiek en een groot aantal experts gingen in dialoog over vijf verschillende agendathema’s.

Onder de bezielende leiding van Lea Bouwmeester startte de werkconferentie plenair in de jaarbeursstudio. Lea sprak met twee leden van de Burgerraad, Fons Weijts (leerkracht, 78 jaar) en Dilara Ercan (data-analist, 25 jaar) over hun inzichten uit de dialogen die in het afgelopen jaar in de Burgerraad zijn gevoerd. Fons: “De vraag is hoe je na je pensionering je ervaring en expertise nog in kan zetten. Het is ongelooflijk belangrijk mee te blijven doen. Ik wil graag sterven als leraar!” Dilara was als jongere verrast over de hoeveelheid mensen die ook bereid is te willen zorgen voor kwetsbare ouderen. “Je eigen vrijheid inleveren om te mantelzorgen. Dat is echt heel bijzonder.” Daarnaast vindt Dilara het belangrijk dat jong en oud van elkaar leren; leren van de goede dingen maar ook van wat fout is gegaan. “Het is een continu leerproces voor jong en oud,” aldus Dilara. “Samen dingen doen, daar gaat het om.”

 

Inhoudelijke pitches

Vervolgens kregen een drietal bevlogen experts kortdurend het podium om een toelichting te geven over het thema waar zij nauw bij betrokken zijn. Edwin van der Meer, voorzitter Raad van Bestuur van het BovenIJ ziekenhuis, nam de deelnemers van de werkconferentie mee naar zijn droom in Amsterdam Noord.  “Een gezondere samenleving waarin alle partijen domeinoverstijgend denken en mét ouderen praten, niet over ouderen.”

Machteld Huber vroeg zich af hoe je goed ouder wordt: “Hoe bereid je je voor op goed doodgaan?” In dat kader introduceert zij de laatste 1000 dagen (als tegenhanger van de eerste 1000 dagen). De komende tijd gaat zit dit traject zelf verkennen. “Niet dat ik van plan ben om dan na 1000 dagen ook echt dood te gaan, maar dan ben ik wel voorbereid,” aldus Machteld. Peter Boerenfijn van wooncorporatie Habion hield als derde een mooi persoonlijk pleidooi voor meer aandacht voor de grijze verduurzaming. “Probeer anders te denken, luister naar hoe ouderen willen wonen en creëer flexibele woonvormen,” was zijn boodschap.

Als afsluiting van het plenaire deel lichtte aanjager van Ouder Worden 2040, Philip J. Idenburg, toe wat hem heeft bewogen om alle partijen bij elkaar te brengen en te komen tot deze beweging van Ouder Worden 2040.

 

Twee werksessies rondom vijf agendathema’s

Aan de hand van vijf agendathema’s gingen de deelnemers in verschillende subgroepen aan het werk. In een eerste ronde werden de verschillende agendathema’s en bijbehorende agendaonderwerpen besproken en geprioriteerd, in een tweede ronde werden een of twee agendaonderwerpen verder geconcretiseerd en verdiept. In de pauze en na afloop werden de inzichten uit de subgroepen plenair gedeeld. De volgende thema’s werden besproken:


Van oud zijn naar actief ouder worden (mee doen)

We werken aan langer en meer meedoen in de samenleving, ook als je ouder wordt. We stimuleren en faciliteren een betere voorbereiding op leven en sterven gedurende je hele levensloop. Dat betekent meer bewustzijn over de eigen verantwoordelijkheid die ieder daar in heeft, maar ook meer ondersteuning om die verantwoordelijkheid in te vullen.

Van betrokken dienstbaarheid naar wederkerig werken (ertoe doen)

We creëren mogelijkheden zodat iedereen, ook in de derde en vierde levensfase, ertoe doet en op zijn of haar eigen manier betekenisvol kan zijn. We waarderen elke bijdrage en werken aan flexibele oplossingen voor het combineren van mantelzorg, vrijwilligers- en betaald werk. Ook verminderen we met creatieve oplossingen de druk op de arbeidsmarkt en versterken sociaal ondernemerschap.

Van eigen huis naar samen-wonen (samen doen)

We werken aan een woon- en leefomgeving waar we gezamenlijk verantwoordelijkheid voor nemen en daar ook samen zeggenschap in hebben. We realiseren de woonopgave op een manier die past bij de veranderende samenstelling van de bevolking en die bijdraagt aan gezondheid en vitaliteit in elke levensfase.

Van kostbare uitgaven aan zorg naar ondersteund investeren in meer gezonde jaren (helpen doen)

We werken collectief en individueel aan het bevorderen van de eigen gezondheid en vitaliteit op elke leeftijd, waarbij we passend gefaciliteerd worden met zorg en ondersteuning. Regionale samenwerking biedt de basis voor effectieve inzet van (schaarse) capaciteit naar draagkracht met minimale systeembelemmeringen.

Van individueel innoveren naar digitaal verbonden (digitaal doen)

We werken aan digitale ondersteuning bij kwaliteit van leven die toegankelijk en begrijpelijk is voor iedereen en de infrastructuur die daarvoor nodig is. Gegevensuitwisseling wordt gemakkelijk en vanzelfsprekend, evenals de inzet van technologie en digitale hulpmiddelen die bijdragen aan een gezonde ouder wordende samenleving.

 

 

Bewustwording en samenwerking

Gedurende de werksessies werden bovenstaande thema’s getoetst en op onderdelen verder verdiept. Op basis daarvan wordt de transformatieagenda de komende maanden verder verfijnd. Een van de rode draden door alle sessies heen was bewustwording en samenwerking in de regio. Het resultaat van de gezamenlijke zoektocht naar een goede transformatieagenda wordt op een congres op 21 april 2022 gepresenteerd.

 

Meer informatie vind je op www.ouderworden2040.nl

BeBright lanceert StayBright  –  leadership for healthcare

BeBright lanceert StayBright – leadership for healthcare

Zorgvernieuwing en transformatie is relevanter dan ooit. De coronacrisis maakt duidelijk dat we de zorg anders moeten én kunnen inrichten. Een transformatie stelt andere eisen aan het ontwerp en de inrichting van zorgorganisaties. Om sturing aan deze verandering te geven is passend leiderschap essentieel. Met StayBright ondersteunen wij hierbij.

Niet alleen de juiste zorg op de juiste plek maar ook de juiste persoon op de juiste plek!

Vanuit StayBright ondersteunen wij bestuurders van ziekenhuizen, brancheorganisaties, VVT- en ggz-organisaties met interim management en de werving & selectie van sleutelpersonen teneinde succesvol sturing te geven aan hun organisatie in tijden van zorgvernieuwing en transformatie.

StayBright is een joint venture van BeBright en Vroom & Van den Heuvel. Samen vormen wij een unieke combinatie van een sterke visie op de zorg, jarenlange expertise in interim management en executive search en grondige kennis over transformationeel leiderschap. Wij zetten onze ervaring vanuit Diagnose Transformatie in om zorgorganisaties te ondersteunen met passend leiderschap.

Meer informatie vind je op onze website www.staybright.eu of neem direct contact op met Maarten Reuchlin of Philip Idenburg.

 

Veerkrachtig leiderschap tijdens en na corona: een gesprek over collateral damage en gifts in de ouderenzorg

Veerkrachtig leiderschap tijdens en na corona: een gesprek over collateral damage en gifts in de ouderenzorg

Terwijl het kabinet en ministerie in de eerste fasen van hun crisismanagement voornamelijk keken naar de beschikbaarheid van ic-bedden en het aantal doden in ziekenhuizen, bleef de nijpende situatie in verpleeghuizen ernstig onderbelicht. ‘Care’ (verpleeghuizen, thuiszorg) moest het afleggen in de aandachtsconcurrentie tegen ‘cure’ (ziekenhuizen). Niet alleen bij de verdeling van middelen zoals mondkapjes en testen stonden verpleeghuizen achteraan, ook de impact van de maatregelen op de wereld van kwetsbare ouderen werd nauwelijks onderkend. Ellis Boerkamp (partner BeBright), Vivian Broex (bestuurder ZorgSpectrum) en Mirjam Bezemer (specialist ouderengeneeskunde ZorgSpectrum) vinden het tijd voor een ander geluid vanuit de ouderenzorg. “De verpleeghuissector heeft te lang in een onzichtbare hoek gezeten.”

Een tegengeluid ontstaat

De afgelopen weken zagen we op meerdere plekken een tegengeluid ontstaan over de landelijke corona-aanpak en de impact daarvan op de ouderen(zorg). Zo schreef hoogleraar ouderengeneeskunde Marcel Olde Rikkert (1): “Er is niet gekeken naar het effect van het coronavirus op ouderen. Te veel is het land geleid door een soort militair commando van ministers, ic-artsen en virologen die te weinig oog hadden voor andere belangen.” Klinisch ethicus dr. Erwin Kompanje reflecteert (2): “Isolatie van liefde en contact in de laatste levensfase, die zonder eigen inspraak is afgenomen. Juist hetgeen waardoor zij nog kwaliteit van leven ervaren. […] Een humanitaire ramp voltrekt zich momenteel in het rusteloos streven, en dat met het doel om het aantal coronadoden laag te houden.” En Anne-Mei The, hoogleraar langdurige zorg en dementie vraagt zich af (3): “Heiligt het doel nog wel het middel?”

Ellis Boerkamp, Vivian Broex en Mirjam Bezemer verkennen in gesprek met elkaar de eigen ervaringen en leerlessen van de afgelopen periode. “De huidige situatie biedt ons de ruimte om van elkaar te leren.”

Leiderschap en crisis response

De snelle verspreiding van het coronavirus heeft een enorme druk op onze gezondheidszorg gelegd. Vanzelfsprekend lag de nadruk aan het begin van deze crisis op directe actie om de verspreiding van het virus zoveel mogelijk te voorkomen. Toch was het ook zaak om na te denken over de consequenties op middellange termijn.

Ellis: “Al eerder schetsten wij een viertal fasen van crisis-response. Wat van zorgbestuurders gevraagd werd, is een combinatie van adequaat handelen én anticiperen op de mogelijke gevolgen van de crisis.”

Vivian onderschrijft deze fasen en licht toe hoe zij dit bij ZorgSpectrum heeft toegepast:

“Het is een combinatie geweest tussen die actiehouding en tegelijkertijd ruimte maken voor reflectie. De actiehouding kreeg vorm in een operationeel crisisteam en beleidscrisisteam, een heel hoog tempo van besluitvorming en een duidelijke structuur voor de implementatie met instructieteams. Communicatie is daarbij cruciaal geweest. Tevens hebben tal van medewerkers achter de schermen en behandelaren de ‘frontlinie’ geprobeerd zo goed mogelijk te ondersteunen en te ontlasten. Tegelijkertijd beseften we maar al te goed dat we als gevolg van de crisis nooit meer terug zouden kunnen vallen op onze oude manier van werken. Gedurende het verloop van de crisis, ging het van strakke sturing naar ruimte voor afwijken, dilemma’s en afwegingen. Waar we in het begin veel aandacht hadden voor personele en zorgcontinuïteit, zijn we daarna steeds meer gaan reflecteren op het werken in het ‘nieuwe normaal’.”

Leven in twee werelden

Werken in crisis en tegelijkertijd de organisatie voorbereiden op het ‘nieuwe normaal’ vraagt veel van bestuurders en van de organisatie. Ellis: “In mijn gesprekken met relaties merkte ik dat bestuurders en managers van zorgorganisaties behoefte hebben om stoom af te blazen. Mijn collega’s en ik zijn ons nog veel meer als een luisterend oor voor onze relaties gaan opstellen: meedenken en meeveren. In die gesprekken merkte ik ook grote verschillen op tussen zorgmedewerkers die in de frontlinie actief waren en medewerkers die vanwege hun functie (bijv. beleid, staf en ondersteuning) minder zichtbaar waren, vanuit huis werkten en het gevoel hadden buiten spel te staan. Dat riep frustratie, maar ook wederzijds onbegrip op.”

Vivian waande zich af en toe in twee werelden:

“De wereld van mijn bestaan bij ZorgSpectrum, waar ik dag en nacht werd beheerst door de vraag: heb ik niet iets over het hoofd gezien? En daar tegenover het schrille contrast met het landelijke beeld waarin alleen de feiten en cijfers van ziekenhuizen werden gepresenteerd. Ik dacht: zijn we wel wakker in Nederland?”

Het perspectief van het outbreak management team (OMT) was te beperkt, vindt Mirjam. Bijna drie weken na de uitbraak, is de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde Verenso pas bij het overleg van het OMT aanwezig.

De landelijke adviezen pasten niet bij onze populatie. We voelden ons niet gezien als specialisten ouderengeneeskunde. Daarnaast kwam kwaliteit van leven nergens meer ter sprake; infectiepreventie stond centraal. Dat paste helemaal niet bij onze manier van werken en denken. Dat voelt vreemd, je vraagt je af: wat ben ik eigenlijk aan het doen?”

Waardengedreven werken

De druk op zorgverleners is immens door de coronacrisis. Medewerkers gaan koste wat kost door en brengen hun eigen gezondheid in gevaar. Alsof zij een sprint trekken, terwijl het bestrijden van corona een marathon betreft. Vivian:

“Er is veel angst en onrust onder onze medewerkers (geweest). Sommige teams staan op, andere vragen zich af: waar vind ik de energie om door te gaan? We realiseren ons maar al te goed: dit is niet zomaar over. We houden er rekening mee dat het weer kan misgaan. Onze medewerkers vragen zich af: is er de volgende keer wel genoeg materiaal om ons te beschermen?”

Mirjam merkte als specialist ouderengeneeskunde een omslag in haar werk:

“Wij bieden nu ruimte voor psychische ondersteuning aan medewerkers, bijvoorbeeld aan de hand van een psychologenlijn. Dit zal een duurzaam agendapunt moeten worden: hoe zit iedereen erbij? Wat heb je nodig? Moet je toch een extra dagje vrij nemen? Onze medewerkers tonen enorm veel lef en de teamkracht is versterkt. We zijn met elkaar een enorme groeicurve ingegaan met positieve effecten voor onze organisatie. Maar we zullen moeten blijven letten op elkaar. ”

Ellis benoemt het belang van de organisatievisie als richtsnoer bij het doorkomen van deze aangrijpende periode:

“Het is belangrijk om ruimte te maken en te bieden voor het verwerken van verdriet en trauma. Juist nu komt het erop aan om de visie en waarden als kompas te gebruiken; om dit samen te kunnen doorstaan en helder voor ogen te hebben waarom we dit doen en welke ambities we met elkaar willen behalen, óók na corona. Met een visie schep je in een tijd waarin de macht der gewoonte overal wordt doorbroken een helder kader waarbinnen mensen op innovatieve ideeën kunnen broeden.”

Corona als versneller van de innovatiestrategie

Vernieuwing schuilt vaak in het onbekende. Het wegvallen van orde en structuur leidt vaak tot meer creativiteit en ruimte voor innovatie. Veel veranderingen die al op de planning stonden, zijn hierdoor in een stroomversnelling gekomen, aldus Vivian.

“Gedurende de hele crisis hebben we het perspectief van postcorona voor ogen gehad. Onder druk wordt veel vloeibaar: hoe kunnen we kansen benutten? We hebben een speciaal ‘omdenkteam’ opgericht. Het omdenkteam heeft vanuit de principes van de ‘caring community, onze visie’ bijvoorbeeld het overweldigende hulpaanbod vanuit de regio bij elkaar gebracht met het idee: het komt nú aan op het bundelen van alle krachten in regio en het optimaal benutten van technologische mogelijkheden, zoals telemonitoring en beeldbellen.”

Mirjam vult aan:

Het is ZorgSpectrum gelukt om steeds meer van een situatie van nee, via nee tenzij, naar ja ’t kan wél te gaan. Een mooi voorbeeld van omdenken is toen een cliënt van ons geen bezoek mocht ontvangen vanwege een besmette bewoner op dezelfde gang. We waren op dat moment al volop in voorbereiding om hier alternatieven voor te verzinnen met de gedachte: hoe kunnen we dit op een innovatieve manier mogelijk maken zodat dit past bij onze eigen normen en waarden? We hebben de GGD uitgenodigd, er is gekeken naar onze situatie en het werd mogelijk gemaakt dat wij bezoek mochten ontvangen. Zo hebben we toch op een creatieve manier onze eigen weg kunnen vinden in een tijd waarin dit door generieke maatregelen nauwelijks mogelijk leek te zijn.”

Vivian:

“Een onbedoelde positieve uitwerking van de crisis is de energie en versnelling die we hebben weten te realiseren met technologische oplossingen, zoals telemonitoring. Wij willen als ZorgSpectrum graag de speedboot zijn op het gebied van innovaties en technologische mogelijkheden.” Mirjam benadrukt dat de technologische middelen die nu ingezet zijn, een boost zullen zijn voor de behandeling, begeleiding en revalidatie die ZorgSpectrum al bij mensen thuis levert.  “We zien volop mogelijk om met medisch specialisten digitaal samen te werken in de thuissituatie.”

Wat is er nodig? Zicht op de collateral damage en gifts

Ellis, Vivian en Mirjam roepen op tot evaluatie en dialoog over de gewenste langetermijngevolgen en benadrukken dat juist nu de gelegenheid is ontstaan om van elkaar te leren, zowel binnen de organisatie als ook landelijk. Nu we enigszins in control zijn en de maatregelen worden afgebouwd, is het noodzaak om zowel de schade op te nemen, als de lessen met elkaar te delen. Mirjam:

“We willen graag de discussie aangaan. Hoe kunnen we bijvoorbeeld infectiepreventie en kwaliteit van leven beter met elkaar in balans brengen? Ook wij moeten –samen met bewoners/familie- voortdurend afwegingen maken: wat is ons ethisch kompas daarin?”  

Ellis herkent een dergelijk kompas.

Nu het stof enigszins is neergedaald, moeten we de tijd nemen om samen met de crisisteams te evalueren. Benoem de collateral damage* en bepaal wat nodig is om die te verwerken, maar laten we ook zeker verzamelen wat de collateral gifts* zijn. Denk bijvoorbeeld aan de versnelling van technologische oplossingen die Vivian noemde. Borg deze inzichten in een innovatieagenda, zodat we voorkomen dat we de komende maanden terugvallen in het ‘oude normaal’ omdat dat zo vertrouwd voelt.”

Het is een gezamenlijke zoektocht waarbij we steeds meer ruimte voelen voor dialoog,” sluit Vivian af. “We hebben onszelf de ultieme ambitie gesteld: hoe geven we in deze nieuwe wereld invulling aan goede zorg en ondersteuning voor cliënten, vanuit onze eigen visie ‘oog voor u’? Hoe krijgt die kwaliteit van leven vorm? De focus op de maatschappelijke opgave waar niemand een antwoord op heeft, creëert een samenspel van naar elkaar luisteren en bedenken wat goed is voor de toekomst vanuit verschillende perspectieven. De ruimte voor deze manier van multidisciplinaire samenwerking in de regio en in de keten is een ‘collateral gift’ die we na de crisis zeker gaan behouden. Het heeft de professionals en alle ketenpartners letterlijk dichterbij elkaar gebracht. We moeten ook een beetje genieten van de weg die we daarin gezamenlijk belopen. We gaan dit ontdekken met elkaar in onze regio én blijven ons realiseren dat we het doen voor die cliënt.”

* Collateral gifts (4) komt van de term Collateral damage = nevenschade. Nevenschade (ook wel randschade genoemd) is onbedoelde schade die wordt toegebracht tijdens een aanval die tegen iets of iemand anders is gericht. Collateral gifts is daar de zogenaamde tegenhanger van, namelijk: onbedoelde positieve uitwerkingen van een gebeurtenis

Bronnen:

  1. https://www.parool.nl/nederland/kritiek-op-corona-aanpak-ze-hebben-alleen-doden-en-ic-bedden-geteld~b8de9ac0/
  2. https://www.zorgvisie.nl/bezoekverbod-verpleeghuizen-is-op-den-duur-onhoudbaar
  3. Twigt, A. (2020). Herkennen van collateral gifts. (LinkedIn) https://www.linkedin.com/posts/agnita-twigt-5205295_herkennen-van-collateral-gifts-activity-6676072955996336128-hu0n
Interview directievoorzitter Rabobank Zuidwest-Brabant Ed Vreman: op weg naar regionale samenwerking

Interview directievoorzitter Rabobank Zuidwest-Brabant Ed Vreman: op weg naar regionale samenwerking

Een vitale regio is belangrijk voor iedereen die daar woont, werkt, verblijft en leeft.  Onze opdrachtgevers zien het belang van toenemende vitaliteit van inwoners  en organisaties. Én zij zien kansen tot meer business door meer activiteiten en meer bedrijvigheid. De basis voor het verhogen van deze regionale vitaliteit is regionale samenwerking vanuit een gedeelde ambitie over de gemeentegrenzen heen.

Ed Vreman, bevlogen en betrokken directievoorzitter van Rabobank Zuidwest-Brabant, benadrukt het belang van een gedeelde ambitie om te komen tot succesvolle regionale samenwerking:

“Regionale samenwerking vraagt om een gedeelde ambitie en een gezamenlijke integrale aanpak die past bij de omvang en schaal van de regio. Door het overzien van de complexiteit van het grotere geheel, kunnen we de gehele regio in beweging krijgen en de sociaaleconomische vitaliteit versterken.”

In regio Zuidwest-Brabant begint samenwerking tussen de gemeenten Bergen op Zoom, Woensdrecht, Steenbergen en Roosendaal steeds meer vorm te krijgen, een veelbelovend gegeven gezien de gunstige ligging tussen de regio’s Rotterdam – Antwerpen en Breda – Tilburg. Toch blijven veel kansen volgens Ed nu (nog) onbenut.

“Daar waar het regent, voelen we hier maar ‘toevallig’ een paar druppels. Ondanks de goede wil die ik in het gefragmenteerde landschap zie om meer regie te krijgen op waar en hoe die regenbui gevoeld wordt, zie je toch dat er te veel energie verloren gaat in onderlinge gesprekken over de uitgangssituatie. Dit leidt tot vertraging, waarmee de kracht van de bundeling verloren gaat.

Regioscan

Succesvol en duurzaam de handen ineenslaan, gebeurt niet vanzelf. Gedeeld inzicht in kansen en uitdagingen biedt een vruchtbare voedingsbodem. Als coöperatieve en maatschappelijke bank heeft Rabobank Zuidwest-Brabant het initiatief genomen om inzicht te krijgen in kansen en uitdagingen in de regio. BeBright heeft Rabobank Zuidwest-Brabant hierbij eind vorig jaar in een periode van vier maanden ondersteund. Stap één: het realiseren van een regioscan rondom vijf samenhangende thema’s: demografie, economie, wonen & leefbaarheid, zorg & welzijn en duurzaamheid. Deze regioscan geeft inzicht in de belangrijkste regionale vraagstukken. Ed:

“De objectieve data uit de regioscan brengen het proces meteen een flinke stap verder. In plaats van te blijven hangen in de discussies over veronderstelde feiten, is de energie en focus versneld gericht op de toekomst en zet het aan tot verandering. Het gesprek gaat niet over: wat is er aan de hand?, maar over: hoe pakken we dit samen aan?”

Om meer duiding te geven aan de gegevens uit de regioscan en een basis te leggen voor draagvlak en verbinding in de regio, zijn er interviews gevoerd met toonaangevende stakeholders in de regio. Een enorme meerwaarde, vindt Ed.

 “De emoties en gedachten van stakeholders in de regio toevoegen aan de feiten en cijfers van de regioscan bleek een krachtige combinatie. Niet alleen maak je daarmee stakeholders deelgenoot van het proces en vergroot je daarmee het draagvlak, je voegt ook de regionale ‘kleur’ toe.”

Regionale samenwerking 

De urgentie voor regionale samenwerking in regio Zuidwest-Brabant is meer dan ooit duidelijk geworden en de eerste stappen richting regionale samenwerking zijn al gezet. Ed blikt met passie en vertrouwen in ‘zijn’ regio vooruit op de toekomst.

“Mijn droom is dat hier in de toekomst een zelfbewuste regio staat. Een regio van importantie, aangejaagd door mensen met passie en gedrevenheid die initiatief nemen. Een regio met een mooie economische groei en een plezierig klimaat op het gebied van ondernemerschap, arbeid, wonen en zorg. Rabobank Zuidwest-Brabant, maar ook zeker ik persoonlijk, wil hierin verbindend, stimulerend en faciliterend zijn. In de volle breedte als bank en voor mijzelf als mens: dienstbaar zijn aan de samenleving en zorgen dat het allemaal mogelijk is.”

Meer weten? Neem contact op met Jules Coenen of Ellis Boerkamp over het versterken van regionale samenwerking en/of het uitvoeren van een regioscan voor uw organisatie of regio.