+31(0)30 88 879 27 office@bebright.eu
Lang Leve de Wijk: Waar 2diabeat stopt, gaat de beweging in de wijk verder

Lang Leve de Wijk: Waar 2diabeat stopt, gaat de beweging in de wijk verder

Na zes jaar bouwen aan gezondere wijken is het programma 2diabeat afgerond. Toch voelde het slotevent ‘Lang leve de wijk’ allerminst als een afsluiting. Op 10 december blikten professionals, inwoners en partners terug op wat er in meer dan honderd wijken in beweging is gezet en vooruit naar hoe deze aanpak ook de komende jaren kan worden voortgezet en versterkt. Want de kern van de dag was helder: de wijkaanpak stopt niet met het programma, maar groeit verder.

Binnen het Nationale Preventieakkoord ontwikkelden BeBright, Stichting VitaValley, de Nederlandse Diabetesfederatie, Diabetesvereniging Nederland en het Diabetesfonds in 2019 2diabeat: een gezamenlijk programma om de opmars van diabetes te keren. Met 2diabeat wilden de initiatiefnemers bouwen aan gezonde wijken en dorpen, via een wijkgerichte aanpak die inzet op leefstijlbevordering en sociale verbondenheid. Niet vanuit beleid alleen, maar samen met inwoners, professionals en lokale organisaties.

De urgentie is groot en groeiend. Recent onderzoek laat zien dat Nederland kampt met een grotendeels verborgen en grotere diabetesproblematiek dan lang werd aangenomen. Zo blijken 400.000 Nederlanders diabetes type 2 te hebben zonder dat te weten. De gevolgen zijn fors: gezondheidsschade, oplopende zorgkosten, extra druk op professionals en uitval op de arbeidsmarkt.

Een inspirerend slotevent
Tijdens de eindbijeenkomst van 2diabeat deelden sprekers inzichten uit wetenschap, praktijk en beleid. Maarten Ploeg, Programmadirecteur 2diabeat & bestuurder ANBI-stichting VitaValley, schetste de opmars van leefstijl in de wijkaanpak, waarbij hij de concrete resultaten van 2diabeat belichtte: vermindering van risicofactoren bij diabetes type 2, versterking van sociale netwerken in buurten en aantoonbare maatschappelijke impact van gezamenlijke inspanningen. Jan Smelik, coördinator Nederland Zorgt voor Elkaar, besprak de rol van zorgzame buurten, en Toosje Valkenburg, huisarts en bestuurder, benadrukte hoe essentieel de huisarts blijft als schakel tussen bewoners en lokale gezondheidsinitiatieven. Pieter Hilhorst, publicist en onderzoeker, stond stil bij zijn essay ‘Sociaal Vitaal’ waarin hij pleit voor een integrale benadering van leefstijl, gezondheid en sociale verbondenheid. Hij nam de zaal mee langs de drie belangrijkste punten in zijn essay.

    1. Sociale verbondenheid is het krachtigste medicijn voor gezondheid.
      Mensen die elkaar ontmoeten, samen activiteiten ondernemen en zich onderdeel voelen van een gemeenschap, ervaren meer vitaliteit, motivatie en zingeving.
    2. Gedragsverandering begint bij menselijke relaties, niet bij technische interventies.
      Niet alleen kennis over gezond leven, maar vooral sociale steun en emotionele motivatie zijn bepalend voor gedragsverandering.
    3. Zorgzame wijken werken omdat professionals durven loslaten.
      Door minder te plannen en meer te luisteren, ontstaat ruimte voor bewonersinitiatieven zoals wandelgroepen, kookclubs en ontmoetingsplekken. Gemeenschappen bestaan vaak al, maar hebben een steuntje nodig van professionals die ruimte laten, niet sturen.

Nieuwe publicatie 2diabeat
Tijdens de bijeenkomst werd ook de publicatie Gezond leven in wijken en dorpen – lessen uit 100+ wijken gepresenteerd. Deze publicatie bundelt de aanpak, praktijkvoorbeelden en lessen uit meer dan honderd wijken en dorpen. De afgelopen jaren werd zichtbaar wat werkt. Nu is het zaak dat deze beweging van onderop verder groeit.

Het einde van 2diabeat is geen slot van de beweging, maar markeert een nieuwe fase. Blijvende steun van lokale en regionale organisaties is nodig om de wijkaanpak voort te zetten. Tien aanbevelingen:

    1. Geef gemeenschappen de ruimte Laat wijken en buurten zelf bepalen wat nodig is. Geen blauwdrukken van bovenaf, maar aansluiten bij de lokale behoefte, energie en context.
    2. Stimuleer een steunend netwerk Verschuif de focus van individueel en interventiegericht werken aan leefstijl, naar het creëren van een steunend netwerk waarin mensen elkaar motiveren en ondersteunen.
    3. Vertrouw op mensen in de wijk Lokale aanjagers en het wijknetwerk zetten zich in voor een gezondere wijk. Geef ze vertrouwen en steun om deze beweging te laten groeien, ook als dat soms botst met de behoefte aan controle en sturing.
    4. Zet intrinsiek gemotiveerde mensen centraal Het succes van de wijkaanpak hangt af van de intentie van de betrokkenen. De motivatie, vaardigheden en houding van degenen die de wijkaanpak opstarten en uitvoeren zijn cruciaal voor het succes. Dat is niet zomaar in een functie te beleggen.
    5. Investeer blijvend in de basis Zie de wijkaanpak niet als los project, maar als een structurele bijdrage aan de lokale preventieinfrastructuur. Investeer in mensen, ontmoetingsplekken, netwerken en coördinatie.
    6. Maak leefstijl onderdeel van de integrale wijkaanpak Leefstijl staat niet op zichzelf. Maak het onderdeel van een brede, integrale aanpak in de wijk. Werk vanuit een gezamenlijk doel aan gezonde en zorgzame gemeenschappen.
    7. Bouw voort op bestaande netwerken Blijf investeren in de wijken en netwerken die er al zijn. Maak gebruik van wat er al aanwezig is in de wijk.
    8. Praat minder, doe meer Blijf niet te lang hangen in praten, maar probeer samen dingen uit om te leren hoe het écht werkt. Alleen dan merkt de inwoner er iets van.
    9. Organiseer samen leren en delen Faciliteer samen leren en begin niet steeds opnieuw. Bouw een netwerk waarin ervaringen, successen en lessen worden gedeeld.
    10. Onderzoek waarderend en breed Traditionele onderzoeksmethodes schieten soms tekort bij wijkgericht werken aan gezondheid. Kijk verder dan alleen cijfers. Maak verandering in de wijk zichtbaar met verhalen, procesevaluaties of methoden om sociale impact in beeld te brengen.

Meer weten?
Download hier de volledige publicatie Gezond leven in wijken en dorpen
Download hier de essay van Pieter Hilhorst Sociaal Vitaal
• Bekijk de presentaties van de sprekers hier

Of neem gerust contact op met Arjo Mans, Lidewij Kuiper of Loïs Lutterman

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief. 

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

BeBright consultancy Zorg

Arjo Mans

+31(0)6 53 64 83 29
arjo.mans@bebright.eu

Op weg naar een nieuwe lunchcultuur op de werkvloer

Op weg naar een nieuwe lunchcultuur op de werkvloer

Geen gehaaste boterham achter je scherm, maar een tafel vol verse, kleurrijke groenten. Samen eten geeft ruimte om even los te komen van je werk, bij te praten met collega’s en nieuwe ideeën op te doen. Zulke lunchmomenten leveren niet alleen gezondere voeding op, maar ook meer energie, sterkere teams en minder ziekteverzuim. Nieuwsgierig naar de inzichten? In dit artikel lees je welke lessen er uit de praktijk komen en hoe je organisatie kan aansluiten bij de Nieuwe Lunch Cultuur.

Of je nu in een ziekenhuis, op kantoor of op de productievloer werkt: samen gezond lunchen versterkt de vitaliteit van medewerkers en het succes van de organisatie. Toch is dit in Nederland nog geen gewoonte. Waar in veel landen de gezamenlijke, groenterijke lunch onderdeel is van de werkdag, kiezen wij vaak voor een snelle boterham achter het bureau. Daardoor is er weinig tijd voor ontmoeting en haalt slechts 16% van de volwassenen de aanbevolen hoeveelheid groenten. Er ligt dus een grote kans om winst te boeken, voor medewerkers en organisaties.

Gezonde werkomgeving
Die winst is haalbaar en de Nieuwe Lunch Cultuur laat zien hoe. In deze beweging bundelen werkgevers, experts en initiatiefnemers hun krachten met als doel dat in 2035 iedereen op het werk samen kan genieten van een groenterijke lunch. Daarmee groeit een gezonde werkcultuur en een gezonde samenleving. Het initiatief wordt gedragen door van GroentenFruit Huis, BeBright, Koppert Cress, Greenport West-Holland en Provincie Zuid-Holland.

Het pilotprogramma
In 2024 startte de eerste groep van zes organisaties met het pilotprogramma. Acht maanden lang experimenteerden zij met een aanpak die aansloot bij hun eigen werkplek en medewerkers. Het programma bood persoonlijke begeleiding en maandelijkse themabijeenkomsten vol reflectie, kennis en inspiratie.
De ambities per organisatie:

  • Koppert Cress: een lunch die aansluit bij de behoefte van medewerkers
  • ASVZ: gezonde voedselroutines ontwikkelen voor medewerkers en cliënten
  • SuperFlora: medewerkers helpen zelf gezondere keuzes te maken
  • LUMC: een kostendekkende, gezonde lunch passend bij PUUR LUMC
  • Provincie Zuid-Holland: bewustwording en motivatie bij het cateringteam vergroten
  • ADO Den Haag: de lunch koppelen aan vitaliteit en werkplezier

Door het in kleine stappen aan te pakken werden de ambities haalbaar. En door samen te werken werd het ook nog leuk.

Wat deelnemers zeggen
“De kracht zat in de herhaling en tastbare acties. Zeven bijeenkomsten, steeds met inspiratie én een opdracht. Dat maakte het concreet.”
“Door te sparren met anderen merk je: we staan er niet alleen voor. Dat motiveert en brengt oplossingen.”
“Je leert van elkaar, en dat werkt inspirerend.”
“Het programma was voor ons een stok achter de deur.”

 

Vijf lessen uit de praktijk

  1. Verleiden werkt beter dan verplichten: Maak gezonde keuzes aantrekkelijk met proeverijen, een sterke presentatie en positieve framing
  2. Begin klein en doe het samen: Betrek collega’s vanaf het begin, dan wordt het ‘willen’ in plaats van ‘moeten’
  3. Maak gezond gedrag leuk en zichtbaar: Humor, creativiteit en verrassingen werken, zoals tips en receptkaartjes in de kantine
  4. Communicatie maakt het verschil: Goede uitleg voorkomt weerstand en geeft mensen eigenaarschap.
  5. Geef zelf het voorbeeld: Als management en collega’s meedoen, volgt de rest vanzelf

Bekijk hier de leerreis die we hebben gemaakt

En nu?

De beweging van werkgevers en werknemers die geloven in de Nieuwe Lunch Cultuur groeit. Op 5 juni werden de eerste Nieuwe Lunch Cultuur Awards uitgereikt, een dag vol ideeën, smaakvolle lunchconcepten en betrokken organisaties. Bekijk hier de aftermovie.

In het najaar start een nieuwe ronde van het programma. Wil je als werkgever of werknemer meedoen? Schrijf je in en werk mee aan een nieuwe lunchcultuur! Op 4 september presenteren we de maatschappelijke kosten-batenanalyse. Dan zie je zwart-op-wit wat een groenterijke lunch oplevert: minder verzuim, meer productiviteit en meer werkgeluk. Zet de datum vast in je agenda.

 

Doe mee
Draag bij aan een gezondere werkplek én een gezondere samenleving. Sluit je aan bij het netwerk van veranderaars of meld je aan voor het programma.

Meer weten? Kijk op www.nieuwelunchcultuur.nl of neem contact op met Marjolein Geurts

 

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief. 

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Integrale wijkaanpak in Zuid-Limburg van start na goedkeuring transformatieplan

Integrale wijkaanpak in Zuid-Limburg van start na goedkeuring transformatieplan

Met trots kijken we terug op onze samenwerking met Zuid-Limburg bij de totstandkoming van het IZA-transformatieplan en de ontwikkeling van een gezamenlijke wijkaanpak. Dit plan is niet alleen het eerste IZA-transformatieplan dat met ondersteuning van BeBright is goedgekeurd, maar markeert ook het begin van een vernieuwende beweging in de regio. Na goedkeuring van het plan is de regio gestart met een brede, integrale wijkaanpak: PlusWIJken. Onder de naam PlusWIJken gaan zorgverleners, gemeenten en welzijnsorganisaties intensief samenwerken in de wijk om inwoners eerder en beter te ondersteunen. Denk aan de inzet van welzijnscoaches die inwoners actief begeleiden, de ontwikkeling van PlusPraktijken, het toepassen van de Doorbraakmethode en het slimmer organiseren en coördineren van zorg voor thuiswonende, kwetsbare ouderen met een Kernteam Ouderen. Het resultaat is een lerend netwerk, waarin iedereen domeinoverstijgend samenwerkt aan toekomstgerichte hulp en ondersteuning voor inwoners in de wijk. 

IZA transformatieplan

 Hoe geef je gezondheid in de wijk vorm? Hoe zorg je ervoor dat ondersteuning en zorg beter aansluiten op wat inwoners nodig hebben? Met de aanpak PlusWIJken zet Zuid-Limburg een belangrijke stap richting toekomstgerichte wijkzorg. BeBright heeft de regio ondersteund het vormgeven van de inhoud van het PlusWIJken-concept samen met stakeholders van gemeente, welzijn huisartsen- en VVT-organisaties. Het bijbehorende figuur biedt een visuele weergave van deze aanpak en laat zien wat een PlusWIJk inhoudt.

Centraal in de PlusWIJken-aanpak staan drie ambities:

  1. Verbeteren gezondheid, eigen regie en samenredzaamheid
  2. Samen slimmer organiseren van ondersteuning en zorg
  3. Leren transformeren van zorg naar gezondheid.

Deze ambities komen samen in een wijkgerichte aanpak, waarin zorgverleners, gemeenten, welzijnsorganisaties en inwoners samenwerken aan oplossingen die lokaal werken.

De PlusWIJken-aanpak wordt gedragen door leidende principes – vuistregels die richting geven aan het dagelijks handelen van professionals. Ze zorgen ervoor dat iedereen werkt vanuit dezelfde waarden en altijd het juiste doet, op de juiste manier.

Het PlusWIJkenteam, dat samenwerkt met het lokale netwerk, richt zich op drie concrete opgaven in de wijk:

  • Het versterken van de eigen kracht van inwoners en hun persoonlijke sociale netwerk;
  • Het versterken van de gemeenschappelijke sociale basis in de wijk;
  • Het slimmer organiseren van zorg en welzijn, inclusief de bredere institutionele samenwerking.

Op deze manier biedt PlusWIJken een integrale aanpak voor een gezond en betekenisvol leven in Zuid-Limburg – en wordt er stap voor stap geleerd hoe we de beweging van zorg naar gezondheid echt kunnen maken.

Benieuwd hoe deze beweging tot stand kwam en wat de PlusWIJken precies inhouden? Lees dan het volgende artikel op het nieuwsplatform van de provincie Limburg: https://www.l1nieuws.nl/nieuws/2898719/miljoenen-euros-voor-betere-gezondheid-in-zuid-limburgse-wijken

Op zoek naar ondersteuning bij jouw IZA transformatieplan?
Wij ondersteunen regio’s en organisaties bij het uitwerken van een transformatieplan, opstellen van een (maatschappelijke) businesscase, het uitvoeren van een impactanalyse, of het kritisch doorlichten van begrotingen en plannen. Voor meer informatie, zie ons eerder verschenen artikel en neem gerust contact op met Arjo Mans.

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief. 

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Regionaal voedselsysteem: Zuid-Limburg een springplank voor succes in heel Limburg?

Regionaal voedselsysteem: Zuid-Limburg een springplank voor succes in heel Limburg?

Ruim 5 jaar heeft BeBright de Stichting Regionaal Voedselsysteem (Zuid-)Limburg ondersteund in de transitie naar een regionaal voedselsysteem in Limburg. Sinds begin dit jaar gaat de Stichting Regionaal Voedselsysteem Limburg (RVS-LB) zelfstandig verder. Een mooi moment om samen met Etiënne Hochs, bestuursvoorzitter van de Stichting RVS-LB, terug te blikken op de jarenlange samenwerking met BeBright.

In september 2023 besloot de Stichting RVS-LB, destijds Stichting Regionaal Voedselsysteem Zuid-Limburg (RVS-ZL), om de beweging te verbreden van Zuid-Limburg naar heel Limburg. Inmiddels zijn we anderhalf jaar verder en heeft de Stichting RVS-LB samen met alle deelnemers en partners in het systeem belangrijke stappen gezet:

  • Lancering van één keurmerk: na marktonderzoek is in samenwerking met communicatiebureau Imagro één keurmerk ontwikkeld voor regionale producten uit Limburg.
  • Groei van het aantal betrokkenen: de afgelopen 1,5 jaar is het aantal deelnemers, streekhouders en leveranciers verdubbeld. Bovendien is er nu een betere spreiding van betrokkenen over Noord-, Midden- en Zuid-Limburg.
  • Groei van het productaanbod: door een betere dekking van heel Limburg is sprake van een breder productassortiment. Met dit assortiment is het mogelijk om een streekontbijt of lunch aan te bieden aan hotels, restaurants of cafés.
  • Opstart van een fijnmazig netwerk: afgelopen jaar is een pilot gestart rondom een aantal boerderijwinkels in Weert om de logistiek efficiënter te organiseren. Een mooie start van de opschaling van een distributienetwerk
  • Groei van het aantal strategisch partners: het aantal strategische partners is op het niveau van heel Limburg uitgebreid, wat de paraplu-functie van de stichting versterkt. Er is sprake van een betere vertegenwoordiging van partners verspreid over Noord-, Midden- en Zuid-Limburg.

Het feit dat deze stappen in relatief korte tijd gezet konden worden, is onder andere te danken aan de successen die reeds behaald waren in Zuid-Limburg. Etiënne Hochs, bestuursvoorzitter regionaal voedselsysteem, zegt hierover: “Doordat de beweging in Zuid-Limburg al op gang was, konden we in de rest van Limburg voortbouwen op de ervaringen die we in het Zuiden hebben opgedaan. Hierdoor konden we de beweging versneld doortrekken in heel Limburg. Tegelijkertijd zie je dat een transitie tijd nodig heeft. Je moet de nieuwe deelnemers wel voldoende tijd geven om in te stromen en op dezelfde snelheid te komen.”

Samenwerking vanuit een gezamenlijke visie
De samenstelling van het bestuur speelt een cruciale rol in het aanjagen van de transitie naar een regionaal voedselsysteem. Op dit moment is overheid, onderwijs en de ondernemers vertegenwoordigd in het bestuur. Ook komen de bestuursleden uit verschillende delen van Limburg. “Het is belangrijk om verschillende expertises en profielen in het bestuur vertegenwoordigd te hebben. Hierdoor doorzien we samen de verschillende onderdelen van het voedselsysteem en kunnen we de samenhang daartussen aansturen,” aldus Hochs.

De samenwerking met BeBright heeft volgens Hochs de afgelopen jaren een belangrijke rol gespeeld het succes van het RVS-LB. De toegevoegde waarde van BeBright zit volgens Hochs in twee belangrijke aspecten:

  • De kracht van BeBright zit in het ontwikkelen en creëren samen met anderen. Hierdoor ontstaat een goed onderbouwd en gedragen verhaal. En BeBright heeft een bijdrage geleverd aan het sturen van de transitie, waarin steeds een juiste balans werd gezocht tussen lange termijn visie ondersteund door kortere termijn acties.
  • De visie, positiviteit en constante drive van de mensen bij BeBright heeft echt het verschil gemaakt. Niet alleen wanneer het makkelijk was, maar juist ook wanneer er lastige beslissingen genomen moesten worden.

“De toegevoegde waarde van BeBright is van groot belang geweest voor het RVS-LB. Laatst sprak ik iemand tijdens een nieuwjaarsreceptie en hij gebruikte dezelfde woorden. Ik heb altijd ontzettend veel vertrouwen in BeBright gehad en dat was voor mij ook een voorwaarde om voorzitter van de Stichting te worden. De samenwerking met BeBright voelt echt als een tandem.” – Etiënne Hochs, bestuursvoorzitter regionaal voedselsysteem Limburg

Kansen voor verdere groei van het RVS-LB
Naast de successen die de afgelopen jaren zijn geboekt, liggen er nog genoeg uitdagingen en kansen voor verdere groei van het RVS-LB. De focus voor het komende jaar ligt op drie onderdelen:

  1. Uitbreiden van het productenassortiment: Het RVS-LB wil het komende jaar meer producten in haar assortiment creëren zodat ze op grotere schaal producten kunnen aanbieden. Hierdoor wordt het voor afnemers steeds interessanter omdat ze voldoende en tijdig bevoorraad kunnen worden.
  2. Efficiënte logistiek: Er is een mooie eerste stap gezet met de pilot rondom boerderijwinkels in Weert om logistiek efficiënter en meer in gezamenlijkheid te organiseren. De uitdaging is om komend jaar ook de grotere stromen van Noord- naar Zuid-Limburg op een goede en efficiënte manier in te vullen.
  3. Versterken van het keurmerk: Het keurmerk RVS-LB kan groeien in marketingwaarde, zodat steeds meer deelnemers, leveranciers en producenten willen deelnemen aan het systeem.

“De grootste uitdaging zit in de balans tussen alle onderdelen van het voedselsysteem. Om daar met eenzelfde snelheid steeds voldoende focus op te leggen. Dat maakt het ook zo complex.”

In de bovengenoemde verdere groei spelen deelnemers en partners aan het systeem een onmiskenbare waarde. “Zonder partners is het RVS-LB niets. Van producenten, leveranciers, distributeurs en strategische partners: allen zijn van groot belang. Het is mooi dat wij als Stichting een paraplu-functie kunnen vervullen om de samenwerking tussen deze partijen transparant te maken. Partijen zijn enthousiast en blijven enthousiast. Maar uiteindelijk moeten we het wel samen voor elkaar krijgen.”

Het belang van een brede maatschappelijke transitie
Uiteindelijk streeft het RVS-LB ernaar dat in 2030 een substantieel deel van het voedsel in Limburg van eigen bodem of van een Limburgse bewerker komt. Het realiseren van deze transitie kost tijd.“Ik denk dat we in een heel mooie transitie zitten en zo moeten we het ook echt zien. Deze beweging is echt iets van de lange termijn. Het is een breed gedragen maatschappelijke transitie waarbij je met veel verschillende stakeholders rekening moet houden. Dat tempo kan soms traag voelen, maar juist daardoor wordt het hopelijk breder gedragen en levert het uiteindelijk iets op voor de hele maatschappij.”

Heb jij een regionaal vraagstuk waar je niet alleen uitkomt? Zoek je naar krachtige samenwerking en innovatieve oplossingen? Wij helpen je graag verder. Samen maken we impact, voor jouw organisatie, regio en de samenleving. Interesse of meer weten? Neem contact op met Irene Mommers.

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief. 

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Focus op eigen kracht van de mens in het sociaal domein

Focus op eigen kracht van de mens in het sociaal domein

De transformatie naar een zorg- en ondersteuningssysteem waar de focus ligt op eigen kracht, vraagt om versnelling. Vaak staan nog de kwetsbaarheid en beperkingen centraal en zijn we afhankelijk van overheid en instituties. Gelukkig zien we een verschuiving en krijgen persoonlijke behoeften, voorkeuren en mogelijkheden steeds vaker een prominente plek. Voorbeelden hiervan vinden we binnen het sociaal domein en proeftuin Ruwaard.

De slagzin “zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan” wordt gebruikt als de panacee voor de toenemende druk op de zorg.1 Binnen de pijler “zelf als het kan” worden oplossingen in eerste instantie gezocht binnen de eigen mogelijkheden en het eigen netwerk. De mens wordt gestimuleerd zelf steeds meer verantwoordelijkheid te nemen zolang dat gaat. Deze ontwikkeling maakt deel uit van een grotere beweging naar meer persoonsgerichte zorg waarin persoonlijke behoeften, voorkeuren en eigen mogelijkheden van mensen centraal staan.

In het sociaal domein is deze benadering inmiddels een belangrijk principe. In de zorg is op dit terrein ruimte voor verbetering. We zien te vaak dat zorgprofessionals vanuit risico’s, beperkingen en ‘zorgen voor’ denken. Wat leidt tot overschatting van de kwetsbaarheid en afhankelijkheid, en onderschatting van de eigen kracht van mensen. Cruciaal is het identificeren van aannames en overtuigingen die hieraan ten grondslag liggen. We kunnen leren van de voorlopers in het sociaal domein. Welke lessen zijn hieruit te trekken en welke aandachtpunten zijn nuttig voor de zorg?

De transformatie van het traditionele zorgmodel naar de potentie van eigen kracht
Onze gezondheidszorg is historisch gezien gebaseerd op pathogenese: een medisch model dat focust op oorzaak, ontwikkeling en genezing van ziekte, stoornissen en handicaps.2 Dit model legt een nadruk op formele zorg, met  medici als spil. Zorgaanbieders nemen doorgaans de regie, wat soms – onbedoeld  – ten koste gaat van de autonomie van patiënten en cliënten. Deze traditionele benadering zien we nog steeds terug in de dagelijkse praktijk. Bijvoorbeeld als een zorgaanbieder, met de beste intenties, de behandeling bepaalt zonder de vraag te stellen: ’wat kan en wil de persoon zelf?’ De verschuiving naar een empowerment-gerichte benadering benadrukt de kracht, capaciteiten en wensen van het individu en zijn of haar netwerk. De overheid ondersteunt de inwoners om zo lang mogelijk regie te houden en de potentie van het eigen netwerk te benutten.

“Iedereen heeft handelingsperspectief”
– Annemieke Ackermans (Proeftuin Ruwaard)

Proeftuin Ruwaard: een model van eigen kracht en samenwerking
Proeftuin Ruwaard, een wijk in Oss, is een treffend voorbeeld van hoe de eigen kracht en behoeften van bewoners benut kunnen worden.3 Proeftuin Ruwaard begon vanuit de overtuiging dat het doorbreken van traditionele financieringsstructuren cruciaal is voor een effectiever systeem. Door samenwerking tussen organisaties in zorg, welzijn en wonen streeft proeftuin Ruwaard naar een vitale gemeenschap waar bewoners een betere (positieve) gezondheid ervaren tegen lagere kosten. Het project wordt ondersteund door een groot netwerk van vrijwilligers en professionals die samenwerken om het welzijn en de zelfredzaamheid van bewoners te bevorderen. Het succes van Proeftuin Ruwaard ligt in het feit dat ze het fundamentele principe omarmen dat iedereen handelingsperspectief heeft. In plaats van te focussen op afhankelijkheid, concentreert de proeftuin zich op beschikbare talenten, vaardigheden en middelen van de bewoners. De kern ligt in de het principe van eigen kracht van de wijkbewoner met de onderwerpen “ik wil, ik kan en ik heb nodig”.

Ervaringen uit het sociaal domein toegepast in de zorg
Proeftuin Ruwaard bewijst dat een op eigen kracht gebaseerde benadering gemeenschappen kan versterken en
tegelijk de zorg en welzijn kan verbeteren, met positieve financiële resultaten. 3  Deze benadering verdient een bredere toepassing in zorg en welzijn. Door te leren van het sociaal domein –  waar o.a. door de “sociale vernieuwing” al sinds de jaren 90 een accent legt op empowerment4 kunnen we deze visie in de gehele zorgsector integreren. Anno 2023 zien we in het sociaal domein dat inwoners, zelfs in tijden van tegenslagen, de mogelijkheid willen om regie over hun leven te houden. Beleidsuitgangspunten zoals zelfredzaamheid, eigen regie, en participatie, zoals geïdentificeerd door Movisie voor het sociaal domein, dienen ook in de zorg en ondersteuning leidend te zijn.5

Verschillende aandachtspunten helpen om de ervaringen vanuit het sociaal domein in de zorg te kunnen benutten:

  • Rolmodellen zijn essentieel om veranderingen en nieuwe denkrichtingen te omarmen en te promoten. Deze voorbeeldfiguren inspireren anderen en overtuigen om traditionele patronen te doorbreken.
  • Organisaties dienen meer samen te werken en zorg holistisch te benaderen. Dit omvat het doorbreken van schotten in de zorg, korte lijntjes tussen zorgverleners en het stimuleren van professioneel handelen in plaats van het volgen van protocollen.
  • Een mentaliteitsverandering van zorgverleners is nodig. Zij worden aangemoedigd om niet alleen te denken in termen van medische zorg en eigen expertise, maar ook het welzijn van de patiënt voorop te stellen, gebruikmakend van principes uit de Positieve Gezondheid.

De transformatie naar een op eigen kracht gericht zorgsysteem is complex. Het vraagt om vertrouwen en het doorbreken van traditionele zorgopvattingen. Eerste stappen zijn gezet binnen het sociaal domein, laten we samen de volgende stap te zetten in de zorg.

Interesse in dit thema of bredere onderwerpen binnen het Sociaal Domein, en benieuwd wat BeBright voor jou kan betekenen? Neem dan contact op met Marjolein Geurts of Judith Meurs.

Bronnen:

1 Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO)

2 Verder kijken dan het medisch perspectief

3 Proeftuin Ruwaard

4 Canon Sociaal Werk, de opkomst van de wijkaanpak als dominante strategie in het sociaal beleid

5 Movisie, gemeentelijke beleidsuitgangspunten voor het sociaal domein

 

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Marjolein Geurts

Marjolein Geurts

Judith Meurs

Judith Meurs

+31(0)30 88 879 27
judith.meurs@bebright.eu

Samen werken aan de transformatieagenda voor de ouder wordende samenleving

Samen werken aan de transformatieagenda voor de ouder wordende samenleving

Woensdag 15 december kwamen na driekwart jaar hard werken de verschillende gremia rondom het programma Ouder Worden 2040 voor het eerst gezamenlijk digitaal bijeen om zich te buigen over de inhoud van de transformatieagenda. Burgerraad, Maatschappelijke Expertgroep, Veldraad, het interdepartementale netwerk, de politiek en een groot aantal experts gingen in dialoog over vijf verschillende agendathema’s.

Onder de bezielende leiding van Lea Bouwmeester startte de werkconferentie plenair in de jaarbeursstudio. Lea sprak met twee leden van de Burgerraad, Fons Weijts (leerkracht, 78 jaar) en Dilara Ercan (data-analist, 25 jaar) over hun inzichten uit de dialogen die in het afgelopen jaar in de Burgerraad zijn gevoerd. Fons: “De vraag is hoe je na je pensionering je ervaring en expertise nog in kan zetten. Het is ongelooflijk belangrijk mee te blijven doen. Ik wil graag sterven als leraar!” Dilara was als jongere verrast over de hoeveelheid mensen die ook bereid is te willen zorgen voor kwetsbare ouderen. “Je eigen vrijheid inleveren om te mantelzorgen. Dat is echt heel bijzonder.” Daarnaast vindt Dilara het belangrijk dat jong en oud van elkaar leren; leren van de goede dingen maar ook van wat fout is gegaan. “Het is een continu leerproces voor jong en oud,” aldus Dilara. “Samen dingen doen, daar gaat het om.”

 

Inhoudelijke pitches

Vervolgens kregen een drietal bevlogen experts kortdurend het podium om een toelichting te geven over het thema waar zij nauw bij betrokken zijn. Edwin van der Meer, voorzitter Raad van Bestuur van het BovenIJ ziekenhuis, nam de deelnemers van de werkconferentie mee naar zijn droom in Amsterdam Noord.  “Een gezondere samenleving waarin alle partijen domeinoverstijgend denken en mét ouderen praten, niet over ouderen.”

Machteld Huber vroeg zich af hoe je goed ouder wordt: “Hoe bereid je je voor op goed doodgaan?” In dat kader introduceert zij de laatste 1000 dagen (als tegenhanger van de eerste 1000 dagen). De komende tijd gaat zit dit traject zelf verkennen. “Niet dat ik van plan ben om dan na 1000 dagen ook echt dood te gaan, maar dan ben ik wel voorbereid,” aldus Machteld. Peter Boerenfijn van wooncorporatie Habion hield als derde een mooi persoonlijk pleidooi voor meer aandacht voor de grijze verduurzaming. “Probeer anders te denken, luister naar hoe ouderen willen wonen en creëer flexibele woonvormen,” was zijn boodschap.

Als afsluiting van het plenaire deel lichtte aanjager van Ouder Worden 2040, Philip J. Idenburg, toe wat hem heeft bewogen om alle partijen bij elkaar te brengen en te komen tot deze beweging van Ouder Worden 2040.

 

Twee werksessies rondom vijf agendathema’s

Aan de hand van vijf agendathema’s gingen de deelnemers in verschillende subgroepen aan het werk. In een eerste ronde werden de verschillende agendathema’s en bijbehorende agendaonderwerpen besproken en geprioriteerd, in een tweede ronde werden een of twee agendaonderwerpen verder geconcretiseerd en verdiept. In de pauze en na afloop werden de inzichten uit de subgroepen plenair gedeeld. De volgende thema’s werden besproken:


Van oud zijn naar actief ouder worden (mee doen)

We werken aan langer en meer meedoen in de samenleving, ook als je ouder wordt. We stimuleren en faciliteren een betere voorbereiding op leven en sterven gedurende je hele levensloop. Dat betekent meer bewustzijn over de eigen verantwoordelijkheid die ieder daar in heeft, maar ook meer ondersteuning om die verantwoordelijkheid in te vullen.

Van betrokken dienstbaarheid naar wederkerig werken (ertoe doen)

We creëren mogelijkheden zodat iedereen, ook in de derde en vierde levensfase, ertoe doet en op zijn of haar eigen manier betekenisvol kan zijn. We waarderen elke bijdrage en werken aan flexibele oplossingen voor het combineren van mantelzorg, vrijwilligers- en betaald werk. Ook verminderen we met creatieve oplossingen de druk op de arbeidsmarkt en versterken sociaal ondernemerschap.

Van eigen huis naar samen-wonen (samen doen)

We werken aan een woon- en leefomgeving waar we gezamenlijk verantwoordelijkheid voor nemen en daar ook samen zeggenschap in hebben. We realiseren de woonopgave op een manier die past bij de veranderende samenstelling van de bevolking en die bijdraagt aan gezondheid en vitaliteit in elke levensfase.

Van kostbare uitgaven aan zorg naar ondersteund investeren in meer gezonde jaren (helpen doen)

We werken collectief en individueel aan het bevorderen van de eigen gezondheid en vitaliteit op elke leeftijd, waarbij we passend gefaciliteerd worden met zorg en ondersteuning. Regionale samenwerking biedt de basis voor effectieve inzet van (schaarse) capaciteit naar draagkracht met minimale systeembelemmeringen.

Van individueel innoveren naar digitaal verbonden (digitaal doen)

We werken aan digitale ondersteuning bij kwaliteit van leven die toegankelijk en begrijpelijk is voor iedereen en de infrastructuur die daarvoor nodig is. Gegevensuitwisseling wordt gemakkelijk en vanzelfsprekend, evenals de inzet van technologie en digitale hulpmiddelen die bijdragen aan een gezonde ouder wordende samenleving.

 

 

Bewustwording en samenwerking

Gedurende de werksessies werden bovenstaande thema’s getoetst en op onderdelen verder verdiept. Op basis daarvan wordt de transformatieagenda de komende maanden verder verfijnd. Een van de rode draden door alle sessies heen was bewustwording en samenwerking in de regio. Het resultaat van de gezamenlijke zoektocht naar een goede transformatieagenda wordt op een congres op 21 april 2022 gepresenteerd.

 

Meer informatie vind je op www.ouderworden2040.nl