+31(0)30 88 879 27 office@bebright.eu
Een groeiend en bloeiend voedselsysteem in Zuid-Limburg

Een groeiend en bloeiend voedselsysteem in Zuid-Limburg

Boeren die een eerlijke prijs krijgen voor hun gewassen, trotse inwoners die genieten van lokaal voedsel en toeristen die afkomen op het prachtige landschap en aanlokkelijke regionale producten. Met dit doel startte de Rabobank Kring Limburg in 2020, in nauwe samenwerking met BeBright, het Regionaal Voedselsysteem Zuid-Limburg (RVS-ZL). Na de groei van de eerste jaren verschuift nu de focus naar het verbinden van de regionale voedselketen met de overheid en het onderwijs, en het uitbreiden van het productenassortiment. Voor alle betrokkenen vond op 15 juni in Vijlen een bijeenkomst plaats om elkaar te ontmoeten, successen te delen en – natuurlijk – om streekproducten te proeven!

Proef, beleef en ontmoet

Om de samenwerking te faciliteren organiseert het RVS-ZL jaarlijks bijeenkomsten. In juni gebeurde dit bij Wijndomein St. Martinus. De sprekers vertelden over de uitdagingen, successen en de impact van het RVS-ZL op de regio. Stan Beurskens, eigenaar van Wijndomein St. Martinus, ging in op het belang van streekproducten en het produceren van Zuid-Limburgse wijnen. Tijdens de borrel waren uiteenlopende streekproducten te proeven, zoals de wijnen van Wijndomein St. Martinus, kaas van Stassen kaas, aspergesoep van Mees Catering, vleeswaren van slagerij Kusters, frietjes van Jongen-Budé, ijs van IJsbaas en appelsap van Bemelerhof.

Het Regionaal Voedselsysteem Zuid-Limburg (RVS-ZL) groeit!
Het groeiend aantal aangesloten leveranciers, producenten, horecaondernemers en andere stakeholders is één van de successen van het RVS-ZL. Naast afspraken met vier strategisch partners zijn er contracten getekend door groothandels, producenten en leveranciers. De drie wijnboeren binnen het RVS-ZL, Stan Beurskens (Wijngoed Sint Martinus), Ruud Verstegen (Landgoed Overst) en Math Bollen (Hoeve Nekum), gaan samenwerken. Vanaf 2024 produceren ze een gezamenlijke streekwijn onder het label van het RVS-ZL.

Ook zijn er diverse andere samenwerkingen gestart, zoals het partnerschap met Maastricht UMC+ (MUMC+). Mooie, gezonde producten uit de regio dragen bij aan het herstel en welzijn van patiënten en zorgen voor goed gevoed, energiek personeel. Het MUMC+ maakt zich hier sterk voor.

Kansen voor de toekomst
Na een succesvolle eerste periode blijft de komende tijd de nadruk liggen op het stimuleren van business en verkoop en het uitbreiden van het productaanbod. Ketenregisseurs zullen zich bezighouden met het leggen van verbindingen. Jules Goossens (programmamanager, RVS-ZL):

“We denken ook aan foodhubs voor opslag, overslag en van waaruit (elektrisch) transport in de regio plaatsvindt. En het promoten en verkopen van de regionale producten via een online platform en verkooporganisatie. Op die manier kunnen we producenten, verwerkers, distributeurs en consumenten informeren over dit initiatief en de meerwaarde van regionale producten.”

Ook Jules Coenen (strategisch adviseur, BeBright) ziet door RVS-ZL veelbelovende kansen voor een duurzaam voedselsysteem in Zuid-Limburg:

“Als je naar de Piëmont in Italië gaat en vraagt naar de Barolo wijn, dan begint iedereen te glimmen van trots want Barolo is een prachtig smaakvol streekproduct dat de regio grote bekendheid geeft. Zo’n trots gun ik onze regio ook. Wij hebben er alles voor in huis, zoveel is zeker. Met z’n allen gaan wij zorgen voor die trots op het unieke Zuid-Limburg.”

Verbinden, verknopen en verkopen
Door hun kleinschaligheid zijn veel regionale initiatieven beperkt in hun slagkracht. Samenwerking is dan ook cruciaal voor een succesvol regionaal voedselsysteem. Als een vliegwiel verknoopt, verbindt en verkoopt het RVS-ZL daarom bestaande en nieuwe initiatieven en producten. Het creëren van waardegedreven ketens en innovaties tussen ketens (cross-overs) staat daarbij centraal. Door krachten te bundelen op gebieden als financiën, technologie, marketing en communicatie, zijn al mooie resultaten behaald.

Jules Goossens, programmamanager van het RVS-ZL:

“Neem de Bisschopsmolen in Maastricht die bierborstel afneemt van Gulpener Bierbrouwerij. Tot voor kort was bierborstel een afvalproduct, nu is het een waardevol bestanddeel van gezond brood. Zo zijn tal van voorbeelden te bedenken. Waarom zouden de kippen niet het organisch afval uit de eigen streek kunnen eten? Waarom niet uitwerpselen uit de melkveehouderij of plantenresten composteren voor bemesting in de landbouw? Waarom niet voedingsstofrijke pulp van de wijnproductie toevoegen aan veevoer? Elkaar kennen levert ideeën op die leiden tot nieuwe waardevolle initiatieven en bedrijvigheid die een bijdrage leveren aan korte ketens, economisch rendabel zijn en goed voor natuur en milieu.”

Het belang van streekproducten

Wijn, kaas, asperges maar ook appelsap en ijs: Zuid-Limburg kent vele mooie streekproducten. Behalve dat ze van belang zijn voor de lokale voedselvoorziening en de gemeenschap, dragen streekproducten bij aan het behoud van de lokale tradities, cultuur en identiteit. Dat is nog afgezien van de andere voordelen op voor de regio, zoals kansen voor de regionale landbouw, economie en maatschappij maar ook voor het landschap en het milieu (Figuur 1).

Ondersteuning van lokale producten resulteert bijvoorbeeld in minder afhankelijkheid van import en meer werkgelegenheid binnen de regio. Bovendien zijn de producten verser en van hogere kwaliteit omdat ze direct van de lokale boeren en producenten komen. Dat is smakelijker en bovendien ook een stuk duurzamer! Het streven is dat over vijf jaar 25% van de inwoners van Zuid-Limburg lokaal geproduceerd voedsel consumeert.

Figuur 1. Schematisch overzicht van een regionaal voedselsysteem (Nourish, 2014).

Wij ondersteunen regio’s bij het boosten van het regionale voedselsysteem en korte ketens. Zo maken we samen regionaal het verschil!

Interesse of meer weten? Neem contact op met Irene Mommers.

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief. 

AAN DE SLAG?

Neem contact op! 

Irene Mommers

Irene Mommers

+31(0)6 53461444 
irene.mommers@bebright.eu

Succesvol samenwerken in netwerken vraagt om samenspel van rollen

Succesvol samenwerken in netwerken vraagt om samenspel van rollen

De publieke en private sector hebben elkaar nodig om het hoofd te bieden aan belangrijke maatschappelijke vraagstukken en thema’s. Deze toegenomen afhankelijkheid vraagt om een nieuw denkkader dat uitgaat van bundeling van krachten als basis voor het gezamenlijk werken aan een hoger maatschappelijk doel. Van het egosysteem bewustzijn naar het ecosysteem bewustzijn. Vertrekpunt van ons denken en handelen is dan dat het hele ecosysteem moet profiteren als we houdbare oplossingen voor de toekomst willen creëren.  Maar welke rollen en activiteiten zijn er eigenlijk nodig voor een succesvolle samenwerking? In opdracht van de Erasmus Universiteit en BeBright is hier onderzoek naar gedaan bij RvN@, een regionaal samenwerkingsverband in de regio Rijk van Nijmegen.

(meer…)

ImpactPlus Groeiprogramma 2022

ImpactPlus Groeiprogramma 2022

Draag jij bij aan het creëren van een duurzaam thuis voor iedereen? Zet je je in voor slimmer gebruik van bestaande woningen? Heb jij de oplossing waardoor ouderen langer gezond thuis kunnen wonen? Of draag jij op een andere manier bij aan het thema ‘Gezond en duurzaam wonen voor iedereen’ en wil je voor meer mensen het verschil maken?

ImpactPlus ondersteunt sociaal ondernemers met de professionalisering van hun onderneming en daarmee het vergroten van hun maatschappelijke impact. In het ImpactPlus Groeiprogramma gaan sociaal ondernemers aan de slag met groeidilemma’s die ondernemers tegenkomen als ze willen opschalen, bijvoorbeeld: leiderschap, sales, financiering en groeistrategieën. Het Groeiprogramma is een initiatief van Achmea Foundation en Achmea. Het thema dit jaar is ‘Gezond en duurzaam wonen voor iedereen’. Relevanter dan ooit, gezien de uitdagingen rondom vergrijzing, klimaatverandering en tekorten op de woningmarkt. Check onze website, meld je direct aan of kom naar de digitale ontbijtsessie op 24 februari aanstaande!

Speciale editie

Dit jaar maken deelnemers ook nog kans op een mediaboost t.w.v. €10.000,- en krijgen zij exclusief toegang tot het mentornetwerk van NLGroeit en het netwerk van Achmea en Achmea Foundation.

BeBright is samenwerkingspartner van ImpactPlus.

 

Health CatchUP 1: ‘Innovatie vraagt om een andere inrichting van de zorg’

Health CatchUP 1: ‘Innovatie vraagt om een andere inrichting van de zorg’

Om het innovatievermogen van de zorg te vergroten, organiseren BeBright en Dutch Health Hub de Health CatchUPs. Deze serie van vier bijeenkomsten gaat deelnemers inspireren en toerusten om zelf aan de slag te gaan met innovatie. De eerste bijeenkomst vindt plaats op 24 maart aanstaande! Ben jij er ook bij?

De innovatiekracht van de Nederlandse gezondheidszorg is afhankelijk van het innovatievermogen van nieuwe, maar ook bestaande zorgorganisaties. Niet iedere zorgorganisatie is even ‘volwassen’ wat betreft innovatie. De ene organisatie loopt vooruit en creëert, terwijl een andere afwacht tot een innovatie zich bewezen heeft alvorens over te gaan tot implementatie.

Er zijn voldoende bijeenkomsten over innovatie. We gaan het anders doen met een reeks Health CatchUPs. De bijeenkomsten hebben steeds een ander innovatiethema. De thema’s zijn gebaseerd op de sleutels voor succesvolle zorginnovatie uit Zorg Enablers. De Health CatchUPs bieden opkomende én bestaande partijen de unieke mogelijkheid om innovatieve concepten te demonstreren en om kennis te delen. Om juist ook elkaar te inspireren, van elkaar te leren en de basis te leggen voor samenwerking. Met als doel om het innovatievermogen van de zorg te vergroten.

Eerste bijeenkomst op 24 maart 2022
Innovatie begint bij nadenken over de inrichting van zorg. Dit thema staat centraal tijdens de eerste Health CatchUP op 24 maart. Sjoerd Emonts van BeBright: “Wij laten het ongehoorde geluid horen in een andere vorm. Geen lange monologen die snel wegzakken. Na een inspirerend openingsverhaal van Egge van der Poel en twee concrete casussen uit de praktijk (Connected Care Center van het Isala en PsyQ-online van PsyQ), gaan de deelnemers onder begeleiding zelf aan de slag met vragen uit de praktijk. Ervaringen uitwisselen werkt inspirerend. En je bent als deelnemer tegelijkertijd bezig met het oplossen van innovatievraagstukken binnen je eigen organisatie.”

Vier bijeenkomsten
De bijeenkomsten, die gehouden worden op donderdagen van 16.00 tot 20.00 uur in de Jaarbeurs in Utrecht, hebben steeds een ander innovatiethema.

  • Bijeenkomst 1: 24 maart. Thema: ‘Innovatie vraagt om een andere inrichting van de zorg
  • Bijeenkomst 2: 16 juni. Thema: ‘Bij innovatie staat de eindgebruiker centraal
  • Bijeenkomst 3: 29 september. ‘Innovatie is het resultaat van co-creatie’
  • Bijeenkomst 4: 19 januari 2023 ‘Creëer de noodzakelijke cultuur voor innovatiesucces’

De Health CatchUPs richten zich op bestuurders en managers betrokken bij (digitale) zorgvernieuwing, zoals CIO’s, CMIO’s, CNIO’s en innovatiemanagers. Deelname aan de hele reeks kost 500 euro, losse sessies zijn voor 150 euro bij te wonen.  

                                     Meer informatie over het programma en inschrijven

Samen werken aan de transformatieagenda voor de ouder wordende samenleving

Samen werken aan de transformatieagenda voor de ouder wordende samenleving

Woensdag 15 december kwamen na driekwart jaar hard werken de verschillende gremia rondom het programma Ouder Worden 2040 voor het eerst gezamenlijk digitaal bijeen om zich te buigen over de inhoud van de transformatieagenda. Burgerraad, Maatschappelijke Expertgroep, Veldraad, het interdepartementale netwerk, de politiek en een groot aantal experts gingen in dialoog over vijf verschillende agendathema’s.

Onder de bezielende leiding van Lea Bouwmeester startte de werkconferentie plenair in de jaarbeursstudio. Lea sprak met twee leden van de Burgerraad, Fons Weijts (leerkracht, 78 jaar) en Dilara Ercan (data-analist, 25 jaar) over hun inzichten uit de dialogen die in het afgelopen jaar in de Burgerraad zijn gevoerd. Fons: “De vraag is hoe je na je pensionering je ervaring en expertise nog in kan zetten. Het is ongelooflijk belangrijk mee te blijven doen. Ik wil graag sterven als leraar!” Dilara was als jongere verrast over de hoeveelheid mensen die ook bereid is te willen zorgen voor kwetsbare ouderen. “Je eigen vrijheid inleveren om te mantelzorgen. Dat is echt heel bijzonder.” Daarnaast vindt Dilara het belangrijk dat jong en oud van elkaar leren; leren van de goede dingen maar ook van wat fout is gegaan. “Het is een continu leerproces voor jong en oud,” aldus Dilara. “Samen dingen doen, daar gaat het om.”

 

Inhoudelijke pitches

Vervolgens kregen een drietal bevlogen experts kortdurend het podium om een toelichting te geven over het thema waar zij nauw bij betrokken zijn. Edwin van der Meer, voorzitter Raad van Bestuur van het BovenIJ ziekenhuis, nam de deelnemers van de werkconferentie mee naar zijn droom in Amsterdam Noord.  “Een gezondere samenleving waarin alle partijen domeinoverstijgend denken en mét ouderen praten, niet over ouderen.”

Machteld Huber vroeg zich af hoe je goed ouder wordt: “Hoe bereid je je voor op goed doodgaan?” In dat kader introduceert zij de laatste 1000 dagen (als tegenhanger van de eerste 1000 dagen). De komende tijd gaat zit dit traject zelf verkennen. “Niet dat ik van plan ben om dan na 1000 dagen ook echt dood te gaan, maar dan ben ik wel voorbereid,” aldus Machteld. Peter Boerenfijn van wooncorporatie Habion hield als derde een mooi persoonlijk pleidooi voor meer aandacht voor de grijze verduurzaming. “Probeer anders te denken, luister naar hoe ouderen willen wonen en creëer flexibele woonvormen,” was zijn boodschap.

Als afsluiting van het plenaire deel lichtte aanjager van Ouder Worden 2040, Philip J. Idenburg, toe wat hem heeft bewogen om alle partijen bij elkaar te brengen en te komen tot deze beweging van Ouder Worden 2040.

 

Twee werksessies rondom vijf agendathema’s

Aan de hand van vijf agendathema’s gingen de deelnemers in verschillende subgroepen aan het werk. In een eerste ronde werden de verschillende agendathema’s en bijbehorende agendaonderwerpen besproken en geprioriteerd, in een tweede ronde werden een of twee agendaonderwerpen verder geconcretiseerd en verdiept. In de pauze en na afloop werden de inzichten uit de subgroepen plenair gedeeld. De volgende thema’s werden besproken:


Van oud zijn naar actief ouder worden (mee doen)

We werken aan langer en meer meedoen in de samenleving, ook als je ouder wordt. We stimuleren en faciliteren een betere voorbereiding op leven en sterven gedurende je hele levensloop. Dat betekent meer bewustzijn over de eigen verantwoordelijkheid die ieder daar in heeft, maar ook meer ondersteuning om die verantwoordelijkheid in te vullen.

Van betrokken dienstbaarheid naar wederkerig werken (ertoe doen)

We creëren mogelijkheden zodat iedereen, ook in de derde en vierde levensfase, ertoe doet en op zijn of haar eigen manier betekenisvol kan zijn. We waarderen elke bijdrage en werken aan flexibele oplossingen voor het combineren van mantelzorg, vrijwilligers- en betaald werk. Ook verminderen we met creatieve oplossingen de druk op de arbeidsmarkt en versterken sociaal ondernemerschap.

Van eigen huis naar samen-wonen (samen doen)

We werken aan een woon- en leefomgeving waar we gezamenlijk verantwoordelijkheid voor nemen en daar ook samen zeggenschap in hebben. We realiseren de woonopgave op een manier die past bij de veranderende samenstelling van de bevolking en die bijdraagt aan gezondheid en vitaliteit in elke levensfase.

Van kostbare uitgaven aan zorg naar ondersteund investeren in meer gezonde jaren (helpen doen)

We werken collectief en individueel aan het bevorderen van de eigen gezondheid en vitaliteit op elke leeftijd, waarbij we passend gefaciliteerd worden met zorg en ondersteuning. Regionale samenwerking biedt de basis voor effectieve inzet van (schaarse) capaciteit naar draagkracht met minimale systeembelemmeringen.

Van individueel innoveren naar digitaal verbonden (digitaal doen)

We werken aan digitale ondersteuning bij kwaliteit van leven die toegankelijk en begrijpelijk is voor iedereen en de infrastructuur die daarvoor nodig is. Gegevensuitwisseling wordt gemakkelijk en vanzelfsprekend, evenals de inzet van technologie en digitale hulpmiddelen die bijdragen aan een gezonde ouder wordende samenleving.

 

 

Bewustwording en samenwerking

Gedurende de werksessies werden bovenstaande thema’s getoetst en op onderdelen verder verdiept. Op basis daarvan wordt de transformatieagenda de komende maanden verder verfijnd. Een van de rode draden door alle sessies heen was bewustwording en samenwerking in de regio. Het resultaat van de gezamenlijke zoektocht naar een goede transformatieagenda wordt op een congres op 21 april 2022 gepresenteerd.

 

Meer informatie vind je op www.ouderworden2040.nl