+31(0)30 88 879 27 office@bebright.eu
Het tij keert en het kaf wordt geld waard

Het tij keert en het kaf wordt geld waard

In een brief aan de Tweede Kamer d.d. 24 november benoemt demissionair minister Carola Schouten de vele voordelen van regionale voedselsystemen en korte ketens en wat dit kan opleveren voor de maatschappij. Het belang van regionale voedselsystemen en korte ketens wordt steeds beter zichtbaar. Op meerdere plekken in het land zijn initiatieven gestart rondom dit thema, waaronder in Zuid-Limburg.

 

Transitie naar kringlooplandbouw

Schouten schrijft onder andere dat regionale voedselsystemen en korte ketens een manier zijn om de transitie naar kringlooplandbouw vorm te geven, nieuwe verdienmodellen voor de boer te realiseren, de ontwikkeling van agrarische producten en concepten met een hogere toegevoegde waarde te stimuleren, en de verbinding tussen boer en burger te versterken. Schouten schrijft in haar brief het volgende:

“Daarnaast zijn de voordelen van regionale voedselsystemen en korte ketens dat de herkomst betrouwbaar is, er minder transportkilometers gemaakt worden en het kan beter zijn voor milieu en landschap. Daarom is het ook een belangrijk onderdeel van mijn inzet op korte ketens. De regio’s zijn de trekker en als ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stimuleren en ondersteunen we. De kracht van een regionale voedselstrategie is namelijk de intrinsieke verbondenheid met de regio. Iedere regio is uniek, met een rijke diversiteit aan partijen binnen de voedselproductie en voedselverwerking.”

En daar zijn wij het mee eens. Uit onze kennis, ervaringen en betrokkenheid bij Voedsel Verbindt en bij de opzet en ontwikkeling van het Regionaal Voedselsysteem Zuid-Limburg weten wij dat een regionale aanpak kan werken. Bovendien versterkt dit de unieke kwaliteiten van gebieden. Iedere regio heeft zijn eigen diversiteit en met een regionaal voedselsysteem kunnen vele kleinschalige initiatieven verbonden worden.

 

Foodprint kan forms verminderd worden met regionaal geproduceerd en geconsumeerd voedsel

Alphons Kurstjens is als directievoorzitter van lokale Rabobanken vanaf het eerste uur betrokken geweest bij zowel Voedsel Verbindt als Regionaal Voedselsysteem Zuid-Limburg. Hij is van mening dat de ‘foodprint’ fors verminderd kan worden als voedsel (gedeeltelijk) regionaal geproduceerd en geconsumeerd wordt: duurzamer vers en lekker. Dat biedt onder andere kansen voor kringlooplandbouw en circulariteit. Het is van belang dit te organiseren met stevige sociaal-economische impact en groot respect voor landschap en milieu. Nieuwe business- en verdienmodellen en (technologische) innovaties kunnen hierbij ondersteunen; bijvoorbeeld door rest- en afvalstromen te verwaarden. Daarnaast ligt de focus op het verbinden van stad en platteland. Kurstjens:

“Hoe mooi zou het zijn als kinderen begrijpen waar hun voedsel vandaan komt en gaan ervaren hoe lekker en gezond producten uit eigen regio zijn?!”

De komende jaren verwacht demissionair minister Schouten een verdubbeling van de marktomzet van consumptie uit de korte keten tot € 4.4 miljard. Het tij keert en het kaf wordt geld waard.

 

Wil je meer weten?

Neem dan contact op met Jules Coenen

Een visie op de diëtetiek en de diëtist in 2030

Een visie op de diëtetiek en de diëtist in 2030

De afgelopen negen maanden heeft BeBright de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD) ondersteund bij het ontwikkelen van de Visie op de diëtiek en de diëtist in 2030. Al snel werd duidelijk dat onder de profileringswens van de diëtisten een fors positioneringsvraagstuk lag. Met de betrokkenheid van honderden diëtisten, stakeholders en een speciaal in het leven geroepen visiecommissie zijn ferme keuzes gemaakt en is de gewenste identiteit en positie in het landschap van zorg en welzijn bepaald. Diëtisten zijn een impactvolle en trotse beroepsgroep.  Goede voeding en de complexe relatie tussen mens en voeding staat centraal in het vak; diëtetiek maakt bij veel aandoeningen het verschil en gepersonaliseerde dieetbehandeling is een belangrijk onderdeel van een medische behandeling. Diëtisten kunnen de zorgkosten verlagen via substitutie en zorggerelateerde preventie. Ook zijn ze kernspelers bij universele preventie.

 

Proces

Om los te komen van bestaande denkbeelden en overtuigingen hebben honderden diëtisten en stakeholders aan de hand van een ‘trendboek’ en ‘nieuwsuitzendingen uit 2030’ nagedacht over wat er de komende jaren afkomt op de diëtetiek en tot welke toekomstbeelden dit kan leiden. Op basis van deze toekomstbeelden zijn de elementen van de visie bepaald. De visie bestaat uit een visie op de diëtetiek in 2030 en een visie op de diëtist in 2030, beschreven in zeven rollen. Onderstaande figuur geeft de stappen weer van het visietraject.

Visie op de diëtetiek in 2030

Diëtetiek is gebaseerd op wetenschappelijke kennis, ‘evidence-based practice’ en ‘practice-based evidence’ over het consumeren van voeding, het functioneren van het menselijk lichaam en de psychologie van gedragsverandering. Diëtetiek gaat vanuit deze drie invalshoeken uit van een optimale voedingsstatus voor ieder mens als de basis voor een gezond leven. Vaak is het nodig mensen te ondersteunen in het bereiken van een optimale voedingsstatus door een gepersonaliseerd dieetadvies, begeleiding en coaching. Dat is het vak van de diëtist als paramedicus. Bij veel aandoeningen kan een dieetbehandeling het verschil maken bij genezing, herstel en kwaliteit van leven van een patiënt/cliënt. Daarnaast kunnen mensen worden ondersteund in het verbeteren van hun leefstijl door preventief beleid, programma’s, preventieakkoorden, voedingsmiddelen, voorlichting of een gezonde leefomgeving. Dat is het vak van de diëtist als voedingskundige in de maatschappij. Zo dragen diëtisten, als paramedicus én als voedingskundige bij aan gezond ouder worden en het vergroten van de kwaliteit van leven.

 

 

Visie op de diëtist in 2030

De komende tien jaar kent veel uitdagingen voor de diëtist. Zo zal de vraag naar diëtetiek toenemen en zal de relatie van de diëtist met de patiënt/cliënt meer gericht zijn op ‘samen beslissen’. De samenwerking over de lijnen en domeinen zal toenemen. Zorg zal kostenefficiënt geleverd dienen te worden. Er komt meer aandacht voor universele preventie en het belang van publieke gezondheid neemt toe. Het vak zal inhoudelijk verrijkt worden met nieuwe kennis en er zullen veel nieuwe innovaties op de markt komen vanuit de zorg en het bedrijfsleven. In het visiedocument wordt beschreven welke zichtbare identiteit de leden van de NVD willen hebben in 2030 aan de hand van zeven rollen.

 

 

Diëtetiek draagt aantoonbaar bij aan het verlagen van de zorgkosten

Het voorkomen van complicaties, minder medicatie, kortere hersteltijd, minder ligdagen, het voorkomen of goed kunnen doormaken van behandelingen, minder klachten, minder bezoeken aan een arts, verlagen van valincidenten, hogere kwaliteit van leven; allemaal voorbeelden van effecten van een behandeling door de diëtist. Vaak gebeurt dit in samenwerking met artsen, welzijnswerkers, paramedici en verpleegkundigen. Bovengenoemde voorbeelden verlagen zorgkosten. Diëtisten en andere paramedici vormen het hart van bewegingen als Passende zorg, de Juiste Zorg Op de Juiste Plek (JZOJP), Zinnige zorg, Preventie en Leefstijlgeneeskunde. Zij vormen de verbinding tussen arts en patiënt/cliënt, het sociaal domein en zijn leefomgeving, ze werken in wijken en dorpen en hebben de benodigde vak-, medische en psychologische kennis. Paramedici, diëtisten zijn de preventiespecialisten van Nederland!

 

Voor ieder mens een optimale voedingsstatus als basis voor welzijn en kwaliteit van leven

De diëtisten gaan voor een optimale voedingsstatus voor ieder mens. Er is veel werk te verrichten, want het realiseren van deze visie vraagt om grote veranderingen in een wereld die volop in beweging is. Met deze richting en stip op de horizon zullen de diëtisten niet verdwalen.

 

Ben je benieuwd naar de gehele visie?

Je kunt ‘m hier lezen. Heb je vragen over deze visie of interesse in een visietraject? Neem dan contact op met Irene Mommers

Regionaal samenwerken in de paramedische zorg: kansen én uitdagingen

Regionaal samenwerken in de paramedische zorg: kansen én uitdagingen

Paramedici spelen een belangrijke rol in de transformatie naar De Juiste Zorg op de Juiste Plek. Zij werken dicht bij de patiënt, hebben specialistische kennis over preventie en weten wat er speelt in de regio. Een stevige regionale organisatie van paramedici is een voorwaarde om deze rol te kunnen pakken. Het Programma Organisatiegraad Paramedische Zorg heeft is opgezet om deze ontwikkeling een stevige impuls te geven. Het programma is gestart in vier pilotregio’s. In levendige dialoogsessies gaan betrokken paramedici met elkaar in gesprek. De urgentie om te samenwerken in een netwerk wordt gedeeld en iedereen ziet kansen. Maar dit omzetten naar de praktijk blijkt geen gesneden koek.

Afspraken op bestuurlijk niveau

Het programma ‘Organisatiegraad’ komt voort uit het Hoofdlijnenakkoord Paramedische Zorg 2019. In dit akkoord hebben zes paramedische beroepsverenigingen, de Patiëntenfederatie, het Ministerie van VWS, de Nederlandse Zorgautoriteit en de koepel van zorgverzekeraars zich uitgesproken samenwerking in de regio te willen bevorderen. Dit is nodig om de zorg structureel anders te organiseren: meer gericht op preventie en het leveren van zorg in de leefomgeving van patiënten.  

What’s in it for me?

Het is duidelijk dat een goed georganiseerde paramedische zorg nodig is om zorg daadwerkelijk te kunnen leveren dicht bij de patiënt. Maar er zijn ook andere redenen om samen te werken in netwerken. Als netwerk:

  1. Worden paramedici zichtbaar en een serieuze gesprekspartner in het regionale overleg met andere zorgverleners en zorgverzekeraars;
  2. Kan efficiëntie behaald worden door regionaal samen te werken bij bijvoorbeeld nascholing, inkoop, zorgtrajecten, juridische vraagstukken en ICT;
  3. Kan kennis en kunde gedeeld worden en kan ruimte gecreëerd worden voor innovatie.

Noord – Oost – Zuid – West

Voor afgelopen zomer zijn vier pilotregio’s gestart in Groningen, Leiden en omgeving, Twente en een deel van Noordoost Brabant. Er is bewust gekozen voor een verdeling in stedelijke en landelijke gebieden en een verdeling in regio’s waar de paramedische zorg meer en minder georganiseerd is. Voor de pilotregio’s zijn regiobeelden gemaakt met daarin relevante algemene gegevens en gegevens over (paramedische) zorgvraag en aanbod. Ook zijn in elke regio bestaande netwerken in kaart gebracht. Hiervoor is een netwerkmodel gebruikt.

Met elkaar in gesprek

Vertegenwoordigers van bestaande netwerken en paramedici met een eigen praktijk spraken elkaar online in een dialoogsessie. Zij werden gevraagd naar kansen hoe de paramedische zorg in de regio sterker georganiseerd kan raken en hoe de route daarnaartoe eruit kan zien. De urgentie voor samenwerken kwam in de gesprekken duidelijk naar voren. Er is veel vraag naar paramedische zorg en aanwezigen merken dat de instroom van jonge collega’s afneemt. Tegelijkertijd ervaren paramedici belemmeringen om hierin stappen te zetten. Bijvoorbeeld in afspraken en regelgeving. Ook werd de noodzaak voor een structurele oplossing om netwerken te financieren door vrijwel alle paramedici benoemd als voorwaarde voor sterker georganiseerde paramedische zorg.

Hoe nu verder?

De uitkomsten van de twee dialoogsessies worden vastgelegd in een regionaal plan van aanpak om de organisatiegraad te verhogen. Op basis van dit plan kunnen netwerken gedurende vijf kwartalen gratis ondersteuning ontvangen van de ROS hun regio. Regionale Ondersteuningsstructuren (ROS) helpen organisaties bij het organiseren van een krachtige eerstelijnszorg. Bijvoorbeeld bij het professionaliseren en verbinden van netwerken. Daarnaast hebben alle paramedici in de pilotregio’s toegang tot een online community platform waar zij informatie kunnen vinden en informatie met elkaar kunnen uitwisselen. En wil een netwerk of paramedicus in een pilotregio zelf aan de slag gaan? Hiervoor is de Toolbox gemaakt met daarin allerlei tools voor succesvol samenwerken. Deze Toolbox is beschikbaar via het community platform.

Meer weten?

Wil je meer weten over de paramedische zorg? Of ben je nieuwsgierig naar onze aanpak bij netwerk- en samenwerkingsvraagstukken?

Neem contact op met Maurits Verweij of Marjolein Geurts.

Kabinetsformatie mist veroudering als disruptieve kracht

Kabinetsformatie mist veroudering als disruptieve kracht

14 oktober verscheen in Zorgvisie een interview met Philip Idenburg over de ouder wordende samenleving en het programma Ouder Worden 2040. De verouderende samenleving is de grootste disruptieve trend voor de Nederlandse samenleving. Maar bij de kabinetsformatie lijkt het thema niet hoog op de agenda te staan. ‘De urgentie om daar nu wat aan te doen, lijkt nog te ontbreken’, aldus Idenburg.

De veroudering raakt niet alleen de zorg, maar ook andere domeinen. De problematiek is zo complex dat de oplossing niet van één partij kan komen. In het programma Ouder Worden 2040 werken daarom een groot aantal partijen samen aan een breed gedragen visie op de toekomst van ouder worden. De burgerraad, maatschappelijke expertgroep, veldraad en ministeries spelen een rol in de maatschappelijke dialoog over ouder worden.

Bewustzijn van krachten die verandering tegenhouden is essentieel. Bestaande wetten, regels, protocollen en bekostigingssystemen belemmeren vernieuwing. Ook eigenbelangen van partijen vormen blokkades. ‘Belangen en angst voor verandering mogen er ook zijn. Maar het kan niet zo zijn dat partijen daardoor vanuit schuttersputjes elkaar bestoken om hun eigenbelang voorop te stellen. Organisaties die meedoen met “Ouder Worden 2040” laten zien wat zijzelf kunnen bijdragen aan verandering, niet alleen wat anderen moeten doen.’

Lees het gehele artikel van Zorgvisie hier.

Benieuwd naar het programma en alle betrokkenen? Kijk snel verder op www.ouderworden2040.nl en blijf op de hoogte via Linkedin!

Wegens succes herhaald: Masterclass Positieve Gezondheid voor bestuurders en managers in zorg en welzijn

Wegens succes herhaald: Masterclass Positieve Gezondheid voor bestuurders en managers in zorg en welzijn

Veel zorgorganisaties omarmen Positieve Gezondheid. Daarmee is de basis gelegd voor de volgende stap: van gedachtegoed naar realiteit. Bestuurders van (zorg)organisaties zijn hierin de sleutelfiguren tussen patiënt, cliënt, organisatie en regio. Na een succesvolle lancering voorjaar 2020 organiseert BeBright opnieuw samen met het Institute for Positive Health (iPH) van Machteld Huber de masterclass Positieve Gezondheid voor bestuurders om vorm te geven aan Positieve Gezondheid in de praktijk.

Uitdagingen van de bestuurder en manager

Het concreet maken en toepassen van Positieve Gezondheid in het dagelijkse werk van zorg- en welzijnsorganisaties vraagt een aanpak die bewustwording, gedragsverandering en organisatieverandering bewerkstelligt. Het gaat er niet alleen om te ‘denken’ vanuit Positieve Gezondheid maar juist ook te ‘handelen’ vanuit Positieve Gezondheid: anders kijken, anders werken, anders organiseren.

  • Hoe verleggen wij in de praktijk daadwerkelijk de focus van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag?
  • Hoe veranderen wij onze dienstverlening en werkprocessen zodat meer persoonsgericht geleverd kan worden?
  • Hoe kan Positieve Gezondheid een bijdrage leveren in de arbeidsmarkt?
  • Hoe kunnen we in de regio beter samenwerken waardoor er mogelijkheden ontstaan voor gezondheidswinst voor mensen in onze regio?
Aandacht voor persoon, organisatie en regio

In de masterclass voor bestuurders en managers gaan we aan de slag met het doorleven van Positieve Gezondheid op persoonlijk niveau en maken we de vervolgstap naar wat dit betekent voor de organisatie en voor samenwerking in de regio. In een kort intensief programma van 8 uur bieden we tools en handreikingen om de organisatie te richten, aan te passen en aan te sturen op het verleggen van de focus van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag. Met de Positieve Gezondheidsscan van jouw eigen organisatie ontdek je de thema’s die relevant zijn om stapsgewijs de organisatie te bewegen naar meer gezondheidswinst voor patiënten; en formuleer je concrete vervolgstappen bijvoorbeeld op het gebied van cultuur, inrichting of innovatie. Circa drie maanden na de masterclass is er een terugkommiddag waar ervaringen en initiatieven worden gedeeld en op maat ondersteuning wordt geboden voor vervolg.

Enthousiaste reacties van deelnemers

Experimenten uit de vorige Masterclass Positieve Gezondheid leiden tot persoonlijke beleving en mooie initiatieven in de organisaties. Zo is Harm Haverkamp, programmamanager bij Careyn, aan de slag gegaan met het inspireren van medewerkers voor het toepassen van Positieve Gezondheid door, zoals hij het zegt met ‘een andere benadering van de cliënten en naasten door onder meer andere gesprekken te voeren om tot de leefplannen te komen, meer gericht op eigen regie, preventie en in het bijzonder kwaliteit van leven’. Harm vond in de masterclass de combinatie van persoonlijk doorleven van positieve gezondheid en de vertaling naar de eigen werkomgeving in de masterclass effectief en krachtig. Voor Karlijn Hillen, directeur-bestuurder van de welzijnsorganisatie Caleidoz ging het om: “het verbinden van de theorie aan de dagelijkse praktijk. Het is een uitdaging om daarmee aan de slag te gaan. Ik wil experimenteren om van ouderenadviseur naar welzijnscoach te gaan door te werken vanuit het gedachtegoed van Positieve Gezondheid, zonder het expliciet te hoeven benoemen”. En naast ouderen heeft Karlijn inmiddels haar vizier ook op jongeren gericht, om hen te werken vanuit PG.

BeBright implementatiepartner voor Positieve Gezondheid in de zorgpraktijk

BeBright is organisator van deze masterclass en realiseert in samenwerking met iPH bij diverse zorgorganisaties (waaronder ziekenhuizen, welzijn- en VVT instellingen) de vertaalslag van Positieve Gezondheid naar de praktijk. Wij maken hierbij gebruik van instrumenten en concrete handvatten uit onze toolkit Diagnose Transformatie.

Nieuwsgierig?

Voor meer informatie over de masterclass voor bestuurders en managers kun je contact opnemen met Ellis Boerkamp. Direct inschrijven kan ook: door een mail te sturen aan office@bebright.eu. Na aanmelding volgt een intakegesprek. Datum: op aanvraag Locatie: BeBright in de JIM (Jaarbeurs Innovation Mile, Beatrixgebouw Utrecht) Kosten: € 995,-