Steeds meer ziekenhuizen introduceren hun eigen voedingsconcepten en voedingsinitiatieven waarbij de patiënt centraal staat. Om voeding structureel op de agenda’s in de zorg te krijgen, is echter een integrale voedingsvisie nodig. Een voedingsvisie die verder gaat dan de gezondheidsvoordelen voor patiënten en die tevens inzet op duurzaamheid, scholing en samenwerking. In samenwerking met experts, ontwikkelden we een voedingsvisiemodel voor Nederlandse ziekenhuizen.
Op weg naar een integrale visie
In de praktijk besteden veel ziekenhuizen* aandacht aan voeding. Van een integrale voedingsvisie is echter nog maar in beperkte mate sprake. Alleen een integrale visie zet het onderwerp consequent op de agenda van de zorgprofessionals, bestuurders en managers. Voeding mag niet langer uitsluitend het domein van de diëtist en de facilitaire dienst zijn, maar ook bestuurders, managers, medische professionals, verpleegkundigen en verzorgenden dienen zich ermee bezig te houden. Met als doel het verbeteren van patiëntenzorg, verlagen van de zorgkosten, en het bijdragen aan de gezondheid van ziekenhuisbezoekers en -medewerkers.
Een voedingsvisiemodel voor ziekenhuizen
Op basis van literatuuronderzoek, praktijkvoorbeelden en gesprekken met experts is door Diagnose Voeding & Gezondheid een voedingsvisiemodel ontwikkeld. Het voedingsvisiemodel bestaat uit vijf elementen waaraan strategische uitgangspunten ten grondslag liggen. Hieronder zijn de vijf elementen kort uitgelicht.
Element 1: Een prominente rol voor, tijdens en na de behandeling voor voeding Het is belangrijk om voeding voor, tijdens en na de behandeling van ziekte een prominente rol te geven, zodat het onderdeel uitmaakt van elke multidisciplinaire behandeling. Voeding kan in potentie namelijk bijdragen aan preventie, behandeling, genezing en herstel van ziektes.
Element 2: Bijdragen aan welzijn en herstel door specifieke voedingsconcepten Het voedingsaanbod voor patiënt kan vastgelegd worden in een voedingsconcept. Zo’n concept omvat alle aspecten die met voeding te maken hebben, van inkoop tot afvalverwerking. Het kan elementen omvatten als conditieverbetering en verhoging van de eiwitinname van de patiënt, maar ook maaltijdbeleving, smaak en tevredenheid bij patiënten en vermindering van voedselverspilling.
Element 3: Een gezonde en duurzame eetomgeving voor medewerkers en bezoekers Een gezondere en duurzamere voedselomgeving in én om het ziekenhuis draagt bij aan het stimuleren van een gezondere voedselkeuze voor medewerkers en bezoekers. Daarnaast past een gezond en duurzaam voedselaanbod bij de voorbeeldfunctie van een ziekenhuis.
Element 4: Zinnige voedingszorg door screening en monitoring Screening identificeert kwetsbare patiënten zodat zij de gewenste (preventieve) voedingsbehandeling krijgen. Monitoring zorgt voor continue regulering, aanscherping en bijstelling van de voeding.
Element 5: Kennisdeling onder medewerkers, studenten en organisaties Het is cruciaal dat zorgprofessionals over voldoende kennis beschikken en het belang van voeding bij ziekte beseffen, aangezien 95% van de bevolking de arts ziet als een betrouwbare informatiebron van gezonde voeding.
Ieder Nederlands ziekenhuis een integrale voedingsvisie
De aandacht voor gezonde voeding neemt toe. Het voeden van patiënten wordt niet meer enkel als kostenpost of facilitair proces gezien. Toch willen wij ziekenhuizen aanmoedigen kritisch te kijken naar wat er werkelijk gebeurt op de verschillende elementen. De beschreven elementen in het voedingsvisiemodel vormen het vertrekpunt voor het creëren van een voedingsvisie. Start het gesprek daarover en bedenk wat je als ziekenhuis wilt uitdragen. Laten we binnen nu en tien jaar toewerken naar een situatie waarin ieder Nederlands ziekenhuis, naast een gezond voedingsaanbod voor patiënten, medewerkers en bezoekers een integrale voedingsvisie en heeft waarin voeding de plek heeft die het verdient.
De bevindingen op dit thema zijn verschenen in het nieuwe whitepaper van Diagnose Voeding & Gezondheid: ‘Op weg naar een integrale voedingsvisie voor Nederlandse ziekenhuizen’.
Meer weten? Meer weten over het voedingsvisiemodel? Neem contact op met Irene Mommers. Wilt u altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws op het gebied van voeding en gezondheid? Wilt u de ontwikkelingen binnen het driejarige programma Diagnose Voeding & Gezondheid niet missen? Benieuwd waar de kansen liggen voor innovaties en doorbraken op dit thema? En hoe we door het versnellen van deze innovaties maatschappelijke impact creëren? Schrijf u dan ook in voor onze nieuwsberichten vanuit Diagnose Voeding & Gezondheid.
*Hoewel dit onderwerp evenveel aandacht verdient te krijgen binnen verpleeghuizen, verzorgingshuizen en thuiszorgorganisaties (VVT-instellingen) ligt in het whitepaper ‘Op weg naar een integrale voedingsvisie voor Nederlandse ziekenhuizen’ de focus op ziekenhuizen. Uiteraard is het ontwikkelde voedingsvisiemodel van toepassing op een breder spectrum van organisaties en sectoren.
De Gezonde Basisschool van de Toekomst realiseert de beweging van een leer- naar een leefschool. Naast gezonde lunches is er op de Gezonde Basisschool van de Toekomst een actief sport-, spel- en cultuurprogramma. Het programma draait inmiddels op vier basisscholen in Zuid-Limburg en de resultaten zijn veelbelovend. BeBright interviewt drie nauwbetrokkenen over het ontstaan en het verloop van het programma: Andrew Simons, programmamanager Gezonde Basisschool van de Toekomst, Onno van Schayck, hoogleraar Preventieve Geneeskunde aan de Universiteit van Maastricht, en Alphons Kurstjens, directievoorzitter Rabobank Zuid-Limburg Oost. Het initiatief ontstond toen onderswijsstichting Movare constateerde dat de regio Zuid-Limburg achter liep: inwoners waren ongezonder en lager opgeleid in vergelijking met de rest van Nederland.
Andrew Simons: Ik schrok toen ik me verdiepte in de statistieken. Kinderen in Zuid-Limburg leven minder lang en hebben minder gezonde levensjaren. Daarnaast hebben ze minder perspectief op een goede toekomst op sociaal-economisch gebied. Deze achterstand wordt doorgegeven van generatie op generatie. Dit maakte grote indruk op mij; inmiddels ben ik zes jaar bezig met de Gezonde Basisschool van de Toekomst en gemotiveerder dan ooit.
Ook Alphons Kurstjens herkent de kansenongelijkheid en daarmee ook de potentie van dit initiatief.
Alphons Kurstjens: Wereldwijde trends zoals globalisering, digitalisering en kunstmatige intelligentie versterken de verschillen tussen arm en rijk en daarmee kansarm en kansrijk. Ik zie een rol voor bedrijven om bij te dragen aan een samenleving in evenwicht. Rabobank is verankerd in en succesvol dankzij de regio. Daarom is het een taak voor de Rabobank om breder aan de regio bij te dragen en dienstbaar te zijn aan die gemeenschap. Als je dit structureel aan wilt pakken moet je bij de basis beginnen. Op jonge leeftijd kan je immers écht het verschil maken. Daarom is het zo krachtig om op de basisschool te beginnen en elk kind te bereiken.
Movare zocht de samenwerking op met de Universiteit van Maastricht, Onno van Schayck hoogleraar Preventieve Geneeskunde en met de GGD, Maria Jansen, programmaleider van de Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Limburg en tevens hoogleraar Populatiegericht Gezondheidsbeleid aan de UM. Onno van Schayck is expert op het gebied van leefstijlverandering.
Onno van Schayck: Chronische ziektes zijn in Nederland een steeds groter probleem, en met name leefstijl ligt hieraan ten grondslag. Verandering in leefstijl blijkt echter in de praktijk moeilijk. Onderzoek laat zien dat hoe ouder je wordt hoe meer je vastgeroest raakt in je patronen en gewoontes. Als je daar iets aan wilt doen, moet je echt beginnen bij kinderen.
“Hoe ouder je wordt, hoe meer je vastgeroest raakt in gewoontes”
De Universiteit van Maastricht, de GGD, kinderopvangorganisaties en Movare werken al vanaf het begin van het project samen. Ze ontwikkelden in één jaar het concept Gezonde Basisschool van de Toekomst en werkten vervolgens in co-creatie met de ouders en de scholen het programma verder uit.
Onno van Schayck: Belangrijk was om breed draagvlak te hebben; er is daarom veel gesproken met ouders en leerkrachten van de scholen. Bezwaren werden serieus genomen en plannen daarop aangepast. We hebben veel gepraat en vooral veel geluisterd. We wilden het samen doen en de invulling van het initiatief is dan ook echt in co-creatie met de ouders tot stand gekomen.
Aan de Universiteit van Maastricht is een vierjarig onderzoek afgerond waarin de Gezonde Basisschool van de Toekomst is vergeleken met gewone scholen. De resultaten zijn inmiddels gepubliceerd en veelbelovend: de kinderen hebben een gezonder gewicht, een verbeterd voedingspatroon en leefstijl, en zitten lekkerder in hun vel.
Onno van Schayck: Je ziet een significante daling van de BMI. Daarnaast is de buikomvang afgenomen, dit effect springt er echt uit. Dit is een goede voorspellende maat voor een lagere kans op chronische ziekte op latere leeftijd. Ook blijkt er minder pestgedrag te zijn.
“Ik wou dat ik nu een jong kind was en op zo’n leef-school zat”
Dat er duidelijk verschil is bij de kinderen is ook voor Andrew Simons evident.
Andrew Simons: Wat mij het meest aanspreekt is de reactie van de kinderen. Als ik nu de klas inloop tijdens lunch, zie ik echt het verschil. Wanneer de kinderen gezamenlijk eten is er een andere interactie dan tijdens de les. Kinderen hebben meer respect voor elkaar en er wordt minder gepest. De relatie tussen de ouders en de school is eveneens verbeterd en de ouders zijn veel meer betrokken.
Mede door deze goede resultaten in de afgelopen vier jaren gaat het programma breder uitgerold worden, te beginnen in Limburg.
Alphons Kurstjens: Gezonde Basisschool van de Toekomst gaat groeien, de ambitie is om het landelijk uit te rollen. Het concept werkt goed bij de eerste vier scholen en wij steunen de opschaling. Je moet dit geleidelijk doen, er is tijd nodig om het idee te verankeren in de omgeving. Rabobank draagt hier financieel aan bij en zet haar netwerk in.
Onno van Schayck: Mede door de goede resultaten is het draagvlak enorm toegenomen. Veel scholen en ouders zijn enthousiast en willen meedoen. Om het programma breed uit te rollen zijn er natuurlijk investeringen nodig. Zoals altijdmet preventieve maatregelen, lopen de kosten voor de baten uit. We hebben in ons onderzoek aangetoond dat wanneer je de kosten omrekent naar gewonnen gezonde levensjaren het programma kosteneffectief is. We hebben dus laten zien dat het echt werkt!
BeBright is trots dat ze via Diagnose Voeding en Gezondheid een bijdrage levert aan de Gezonde Basisschool van de Toekomst en draagt het programma een warm hart toe.
Meer informatie over de Gezonde Basisschool van de Toekomst is hier te vinden.
BeBright is momenteel op meerdere fronten actief in de acute zorg, zowel preventief als predictief. We brengen zorgpartijen samen om gegevensuitwisseling in de acute zorg effectiever te maken. Via het uitbrengen van Zorg Enablers 2020 hebben we zicht op eHealth toepassingen. Vanuit onze initiatieven ontstaat inzicht in de rol en toegevoegde waarde van digitale middelen. In dit artikel geven we een aantal praktische suggesties om de acute zorg verder te verbeteren. Dit resulteert in acht gelukwensen voor 2021.
Via deze link is de reflectie van BeBright te vinden op de acht vraagstukken die resulteren in de gelukwensen voor 2021.
De acute zorg is volop in beweging
Steeds vaker worden kansen benut die de medische en technologische vooruitgang biedt. Door gebruik van smartphones, apps en nieuwe media wordt het eenvoudiger om snel verbinding met elkaar te maken en medische gegevens uit te wisselen. Daarmee verandert steeds meer de aard en de wijze en het moment waarin de zorgvraag zicht presenteert. Het heeft impact op de wijze waarop de zorg aangeboden wordt. Het vertrouwen in de acute zorg is in Nederland hoog. Met personeelstekorten in de zorg en verandering van de demografische samenstelling – we worden steeds ouder – voelt een steeds grotere groep de noodzaak om aan de slag te gaan met technologische vernieuwing en het bieden van de juiste zorg op het juiste moment. Het vraagt om stappen te maken als het gaat om instroom, doorstroom en uitstroom van patiënten vanuit de acute zorg.
Voor de uitbraak van COVID-19 was het al op beperkte schaal mogelijk om binnen de acute keten snel te schakelen tussen huisarts, ambulance, SEH en IC. COVID-19 heeft voor een versnelling gezorgd op veel fronten. Door COVID-19 zagen we het belang van een goede capaciteitsverdeling, niet alleen binnen de acute zorg maar juist over de hele keten. Als patiënten beter doorstromen is er immers meer ruimte voor de acute zorg. Het is veel beter inzichtelijk geworden waar capaciteit beschikbaar is zodat patiënten nog beter en sneller op de juiste plek behandeld worden. Ook het triageproces speelt steeds beter in om de juiste zorg, door de juiste professional op de juiste plek te krijgen. Tegelijkertijd zien zorgverleners, – bestuurders, toezichthouders en beleidsmakers door de continue druk op de acute zorg waar de zorg knelt en wat er beter kan. Een greep uit een aantal willekeurige voorbeelden:
Uitstel van regulier planbare zorg betekent dat de zorg voor patiënten het risico lopen om acuut van aard te worden. Deze groep patiënten loopt nu risico op gezondheidsschade. Extra druk op de reguliere zorg betekent een slechtere doorstroming van acute patiënten.
Nog steeds vindt er soms overdracht tussen ambulances en SEH plaats met aantekeningen die worden gemaakt op de handschoen van een ambulancebroeder waardoor bij de SEH onderzoek opnieuw gedaan moet worden.
Buiten de doordeweekse werktijden van de huisarts zien we pieken in de zorgverlening die niet altijd even goed kunnen worden opgevangen. Zo is de vrijdagmiddag na sluiting van de huisartsenpraktijk een lastig moment. De ervaring leert dat er dan een groter beroep wordt gedaan op ambulances en patiënten zich niet zoals bedoeld eerst op de huisartsenpost melden.
Er wordt veel onderzoek gedaan naar het optimaal inzetten van de juiste zorgverlener en de juiste wijze van vervoer. Er wordt er steeds meer gebruik gemaakt van data-analytics waardoor beter voorspeld kan worden welke vervoersvormen beschikbaar moeten zijn.
De acute zorg kan beter
Het afgelopen jaar is er met man en macht gewerkt aan de verdere professionalisering van de acute zorgketen. Een greep uit een aantal beleidsinitiatieven:
Kwaliteitskader Spoedzorg (laatste versie is vastgesteld in het kwaliteitsregister van het Zorginstituut in februari 2020).
informatiestandaard acute zorg (verbonden aan dit kwaliteitskader) bevat afspraken welke informatie uitgewisseld moet worden.
Kwaliteitskader ambulancezorg versie 1.0
Houtskoolschets acute zorg van VWS (juli 2020): een perspectief waarbij betrokken partijen uitgenodigd zijn om actief mee te denken over de inrichting en financiering van de acute zorg.
Programma ‘Met spoed beschikbaar’ is een opdracht van Patiëntenfederatie Nederland en InEen aan Nictiz en VZVZ om er voor te zorgen dat de informatiestandaard acute zorg gaat werken.
Werk aan de winkel Er is dus werk aan de winkel maar wel met een lonkend perspectief: forse kwaliteitswinst en een beter toegankelijke zorg.
Via deze link is de reflectie van BeBright te vinden op de acht vraagstukken die resulteren in de gelukwensen voor 2021.
Met zijn Health Dance Movement is Andrew Greenwood — voormalig balletdanser — een beweging gestart om met dans een positieve impact te hebben op het leven van kwetsbare ouderen. Om hier meer aandacht aan te geven, maakten we op Wereld Alzheimer Dag een mini-documentaire.
Op een bijzondere avond in het Rijksmuseum namen mensen uit de cultuur-, overheids-, wetenschaps-, zorg- en welzijnssector met ons plaats in de eregalerij om te pleiten voor het belang van initiatieven als dat van Andrew. Zijn danslessen zijn bedoeld voor oudere mensen met ziektebeelden zoals dementie, artritis en Parkinson. Deelnemers worden meegenomen in een wereld waarin zij hun aandoening even vergeten en ervaren wat ze nog wél met hun lichaam kunnen doen.
Er is steeds meer aandacht voor deze benadering van ziekte en gezondheid, onder andere dankzij het inmiddels breed omarmde begrip van Positieve Gezondheid. In deze mini-documentaire leer je Andrew en zijn dans kennen; hoor je van neuropsycholoog Erik Scherder en neuroloog Niels Prins wat dansen met de hersenen doet; vertelt de wethouder van Amsterdam-Zuid hoe zij een dementievriendelijke samenleving ziet en maakt en laat Machteld Huber – oprichtster van het Institute for Positive Health – weten hoe zij het dansen met Andrew Greenwood heeft ervaren.
BeBright ondersteunt Andrew Greenwood en zijn stichting Sw!tch2Move al langere tijd, zo maakten we afgelopen jaar een impact framework.
Wil je meer weten over Health Dance Movement? Neem contact op met Charlotte Rekko.
Elke inwoner in Nederland moet toegang hebben tot goede en betaalbare zorg, beschikbaar binnen redelijke tijd en afstand. Zorgverzekeraars dragen een grote verantwoordelijkheid hierin. Het ministerie van VWS heeft hen gevraagd de toekomstige zorgbehoefte en het huidige zorgaanbod in hun regio in kaart te brengen. Dit geeft inzicht in toekomstige opgaven voor vraag en aanbod in de zorg. Inmiddels zijn 30 regiobeelden ontwikkeld. De vraag is: hoe nu verder?
Een regiobeeld als eerste stap
Regiobeelden schetsen een beeld van de demografische kenmerken en de zorgvraagontwikkeling. Zij geven inzicht in kansen en uitdagingen voor de regio. Het is goed om te zien dat zorgverzekeraars hiermee actief aan de slag zijn gegaan. Wij zijn echter van mening dat de meeste regiobeelden te algemeen blijven. De cijfermatige exercities worden onvoldoende doorleefd, bieden weinig handvaten voor concrete regionale vernieuwingen en vragen om een vertaling naar actielijnen. Ook is het belangrijk dat samenwerkingspartners van de zorgverzekeraar, zoals gemeenten en zorgaanbieders het regiobeeld en de actielijnen voor regionale vernieuwing herkennen en erkennen. Dit komt dit nu nog (te) weinig naar voren.
Kortom, een regiobeeld is een mooie eerste stap maar onvoldoende om een doorbraak te realiseren. Echte verandering vraagt om diepgang met het regionale netwerk, durven te stappen over eigen schaduw en echt anders denken over en organiseren van de zorg, met het belang van de inwoner voorop. Verzekeraars hebben de aangewezen positie om samen met partijen in de regio na te gaan hoe invulling te geven aan juiste zorg op de juiste plek.
Van inzicht naar organiseren van verandering
De regiobeelden vragen om een vertaling naar concrete initiatieven en/of projecten. Niet bij zorgpartijen individueel, maar juist daar waar de zorg op en over de grenzen van de zorgorganisaties heen gaat. Daarbij zijn de volgende elementen van belang:
1. Het verkennen van gedeelde urgentie en belang tot verandering en een gedeelde visie hierbij
Gedeeld belang heeft direct effect op de effectiviteit van de regionale samenwerking. Het is daarom belangrijk om de urgentie van de samenwerking voor alle partijen te duiden en het besef te vergroten dat we dit écht alleen met elkaar kunnen realiseren. Zo ontwikkelt een coalition of the willing zich uiteindelijk tot een coalition of the doing. De ervaren urgentie en getoonde commitment uit zich ook in gedeelde investering tot de echte vernieuwing. De bereidheid tot investeren is essentieel om daadwerkelijke vernieuwing mogelijk te maken. Beschikbare subsidies bieden een start, maar zijn geen basis voor duurzame vernieuwing.
2. Duurzame vernieuwing organiseren vergt het evenredig verdelen van investeringen en opbrengsten
Naast aandacht voor de individuele belangen van partijen is aandacht voor de lange termijn maatschappelijke businesscase essentieel voor een daadwerkelijke vernieuwing. Dit vraagt om concrete initiatieven en/of projecten op basis van gedeelde inzichten met goed doorgerekende en onderbouwde (maatschappelijke) businesscases. De organisaties die daarbij onevenredig worden geraakt, moeten worden gecompenseerd. Alleen als investeringen en opbrengsten evenredig en eerlijk worden verdeeld, kan duurzame vernieuwing in de regio tot stand komen.
3. Meerjarig commitment en een heldere regionale governance als basis voor succesvolle vernieuwing
Het is essentieel dat alle partijen binnen de regionale samenwerking eigenaarschap ervaren en inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid dragen. Om lange termijn impact te realiseren is het belangrijk om rollen en verantwoordelijkheden binnen het samenwerkingsverband zorgvuldig vast te leggen. Er is duurzaam commitment én een gefundeerde basis onder de samenwerking nodig om een voedingsbodem te bieden voor het versnellen en opschalen van succesvolle projecten.
Geïnteresseerd in het verder brengen van jullie regiobeeld? Neem contact op Philip Idenburg en Arjo Mans. Benieuwd naar de regiobeelden van verzekeraars? Hieronder zetten we ze voor u op een rij:
Het programma 2diabeat heeft een breed gedragen, integrale aanpak ontwikkeld om de opmars van diabetes type 2 in Nederland te stoppen. Deze aanpak is afgelopen juni gepresenteerd en voor iedereen beschikbaar op de website van 2diabeat.
Over de aanpak programma 2diabeat
De integrale aanpak is in co-creatie met het veld tot stand gekomen en brengt de vele initiatieven in Nederland op het gebied van diabetespreventie bijeen. Gebaseerd op bestaande onderzoeken en samen met circa 200 experts, ervaringsdeskundigen en professionals is in het afgelopen jaar een integrale aanpak ontwikkeld. Implementaties op lokaal niveau, bijvoorbeeld in een wijk, vormen de basis en krijgen van 2diabeat landelijke support.
De aanpak wordt toegepast in de directe leefomgeving van mensen met een hoog risico op het ontwikkelen van diabetes type 2 en bij mensen met ‘omkeerbare’ diabetes type 2. Door het stimuleren en ondersteunen van mensen in het aanpassen van hun leefstijl kunnen we diabetes voorkomen, de effecten verminderen of zelfs genezen. De leefomgeving speelt hierbij een essentiële rol. Het individu staat daarbij centraal en zelfregie is het uitgangspunt.
Op een locatie brengen we het aanbod van leefstijlbevorderende activiteiten en professionals in zorg en welzijn in beeld. Met lokale doelgroepen evalueren we het aanbod en waar mogelijk verrijken we deze, inspelend op voorkeuren. Ook niet-professionals zijn welkom om bij te dragen. Alles wat er op een locatie gebeurt rondom een gezonde leefstijl wordt voor iedereen inzichtelijk gemaakt. We streven naar the whole system in the room en starten met een welwillende en daadkrachtige coalitie. De lokale ervaringen worden uitgewisseld in een landelijk leer- en innovatienetwerk. De effectiviteit van de aanpak wordt onderzocht op zowel lokaal als landelijk niveau.
Experts aan het woord
De aanpak is sinds 23 juni 2020 vrij te downloaden op de website www.2diabeat.nl. Ter ere van de ‘lancering’ reisden we het land door om reacties van de experts van Nederland op het gebied van diabetes, leefstijl en preventie te horen. Benieuwd wat zij over 2diabeat te zeggen hebben? Bekijk de video’s op de website van 2diabeat!
Het programma 2diabeat is onderdeel van het Nationaal Preventieakkoord. Momenteel is 2diabeat in gesprek met potentiële pilotlocaties waar vanaf het najaar van 2020 de aanpak geïmplementeerd zal worden. Op de website staat ook informatie voor regionale coalities die zich willen aanmelden voor samenwerking met 2diabeat. Team 2diabeat kijkt ernaar uit om na een mooie ontwikkelfase echt aan de slag te gaan! Meer weten over 2diabeat? Neem contact op met Irene Mommers.
We maken gebruik van cookies en andere technologieën om jouw ervaring op onze website te optimaliseren. Hiermee kunnen we informatie opslaan en analyseren, zoals je surfgedrag en unieke voorkeuren. Door akkoord te gaan, help je ons om de site nog beter af te stemmen op jouw wensen. Wil je liever geen cookies? Geen probleem, maar houd er dan rekening mee dat sommige functies mogelijk niet optimaal werken.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.