+31(0)30 88 879 27 office@bebright.eu
BeBright wielerteam verlegt grenzen op de Granfondo Stelvio

BeBright wielerteam verlegt grenzen op de Granfondo Stelvio

Een gezondere samenleving begint bij onszelf! Onder dat motto reisde een deel van ons team begin juni naar de Italiaanse Alpen om de onder renners befaamde Granfondo Stelvio te fietsen. Het werd een sportieve wieleruitdaging die ons zowel fysiek als mentaal op de proef stelde.

Om anderen optimaal te kunnen inspireren en begeleiden, moeten we zelf goed weten wat het betekent om te werken aan vitaliteit en gezondheid. Daarom investeren we enthousiast in onze eigen vitaliteit. Onder de naam ‘BeVital’ heeft het BeBright team de afgelopen jaren verschillende vitaliteitschallenges getrotseerd, zoals de Port of Antwerp Night Marathon en de Alphe d’HuZes. In juni van dit jaar was de Granfondo Stelvio aan de beurt, een wielerwedstrijd in het prachtige Italiaanse landschap.

Voorbereiding
Zowel individueel als gezamenlijk legden we in de maanden voor de wedstrijd de nodige trainingskilometers af. Tijdens een weekend in de Ardennen hebben we bijvoorbeeld het heuvellandschap van Limburg verkend. Voor sommigen was het wielrennen compleet nieuw, terwijl anderen hun bestaande passie voor fietsen naar een hoger niveau wilden tillen. Behalve de gezelligheid die deze trainingen ons brachten, verlegden we telkens een grens om zo perfect voorbereid te zijn voor dat ene weekend in Italië.

Teamspirit
Het berglandschap was zonovergoten toen we arriveerden. Maar een dag later, op dag van de race, viel de regen met bakken uit de lucht. Met een mix van opwinding en vastberadenheid begonnen we aan de uitdaging van de Stelviopas. Een onverwachte sneeuwstorm stak een finaal stokje voor het succes van een deel van de groep. De weersomstandigheden waren zo guur dat ze het laatste deel van de race niet konden afleggen. Een flinke tegenvaller, maar de geleverde prestaties tijdens het eerste deel van de race en de teamspirit maakten veel goed. Enkele dappere collega’s die al vroeg aan de klim waren begonnen, wisten wel de top van de berg te bereiken!

Al met al een geweldige ervaring die ons niet alleen persoonlijk heeft uitgedaagd, maar ook de kern van ons werk bij BeBright accentueert: gezondheid, vitaliteit en het blijven verleggen van grenzen.

Op naar de volgende vitaliteitschallenge!

 

Ook onderdeel worden van ons vitale team? Neem een kijkje bij onze vacatures

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Paramedici en netwerken: van noodzakelijk kwaad naar effectieve samenwerking

Paramedici en netwerken: van noodzakelijk kwaad naar effectieve samenwerking

Paramedici spelen een cruciale rol in het verlenen van adequate zorg. Huidige bewegingen zoals ‘De Juiste Zorg Op de Juiste Plek’, ‘Passende zorg’ en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) versterken deze verantwoordelijkheid. Door zich te verenigen in tal van netwerken borgen paramedici de kwaliteit en samenwerking in de paramedische zorg. Een mooie ontwikkeling waar professional én patiënt baat bij hebben. In theorie. Want inmiddels verdwalen paramedici in een tijdrovend, demotiverend woud aan netwerken.

Ben je benieuwd waar het mis gaat? Lees in dit artikel de inzichten die BeBright heeft opgedaan in het Programma Organisatiegraad Paramedische Zorg, waar paramedici uit veertien regio’s verspreid over Nederland ondersteunt zijn bij het versterken van hun regionale organisatie.

Drie redenen voor netwerken
De wens om een patiënt optimaal te ondersteunen, is voor paramedici een sterke drijfveer om zich te organiseren. Vaak is een netwerk daarom gericht op het efficiënt uitwisselen van kennis, het delen van patiënteninformatie en afstemmen van behandeling in multidisciplinair overleg.

Een netwerk is ook het voertuig voor de professionele ontwikkeling van de (eigen) paramedische beroepsuitvoering. Denk hierbij aan het gezamenlijk organiseren van scholing, ontwikkelen van kwaliteitsbeleid of het samen implementeren van innovaties.

Het positioneren van de beroepsgroep is een derde reden dat paramedici zich organiseren. Immers, een gebundeld geluid maakt paramedici tot serieuze gesprekspartners over urgente thema’s. Bijvoorbeeld de verhouding tussen zorgvraag en -aanbod en de mogelijkheden van paramedici om daarop in te spelen.

Feiten en cijfers
Inmiddels is er een woud aan paramedische zorgnetwerken die elkaar lokaal, regionaal en nationaal kruisen, overlappen en – onbedoeld – belemmeren. Het programma Organisatiegraad paramedische zorg (zie kader) concludeert dat een regio gemiddeld 23 paramedische netwerken bevat.

Ongeveer 71 procent van de netwerken bestaat uit professionals van één paramedische discipline (monodisciplinair) en 29 procent uit verschillende paramedische disciplines of paramedische én medische of niet-medische disciplines (multidisciplinair).

Meer dan de helft van de netwerken (59 procent) zijn specialistisch en gericht op een (groep van) aandoening(en), waar vooral fysiotherapeuten, oefentherapeuten en diëtisten een rol in spelen. Al met al is een (eerstelijns) paramedicus al gauw aangesloten bij drie tot vijf regionale c.q. landelijke netwerken.

Kluwen aan netwerken
Deze analyse legt een belangrijk knelpunt bloot: elk netwerk vraagt om investering in tijd én middelen. Denk alleen al aan verplichte scholing, contributie en deelname aan vergaderingen. Bovendien is deelname aan bepaalde netwerken steeds vaker een eis om bepaalde aandoeningen te mogen behandelen. Kortom, behalve hoge praktijkkosten en minder beschikbare behandeltijd, is ‘vernetwerking’ een flinke opgave voor de paramedici.

Ook andere zorgverleners en ketenpartners, zoals de gemeente, zien door de bomen het bos niet meer. Doordat één duidelijk aanspreekpunt ontbreekt, zijn ze veel tijd kwijt aan de zoektocht naar de juiste paramedicus en aan samenwerkingsafspraken maken over behandeling en overdracht.

De regio is de sleutel
Om de vernetwerking met succes terug te dringen, ligt er een taak bij regionale netwerken. Bundeling en focus zijn hierbij de sleutelbegrippen; door vanuit één regionaal paramedisch netwerk te focussen op en onderling met andere zorgverleners afspraken te maken over behandeling van patiënten, verdwijnt de noodzaak voor allerlei gefragmenteerde samenwerkingsverbanden.

Bundeling schept tevens de nodige helderheid voor de zorgverlener die zoekt naar de juiste paramedicus. Het regionale netwerk kan daar eenvoudig in voorzien, bijvoorbeeld via een website. Transparantie in aanbod en vraag helpt om deze twee effectief bij elkaar te brengen, op regionaal niveau kan het gemakkelijkst een totaaloverzicht gecreëerd worden. Daarnaast kan het netwerk de ontwikkeling van multidisciplinaire behandelprotocollen stimuleren en het gebruik van (bewezen) nieuwe interventies aanjagen.

Daarbij komt dat regionale bundeling de paramedici meer zeggingskracht geeft bij beleidsvorming of in kwesties als patiëntenverplaatsing van huisartsen en specialisten naar paramedische zorg.

Aandachtspunten
Enkele aandachtspunten voor een optimale nieuwe situatie:

  • Ieder regionaal netwerk dient de zorgvraag en het zorgaanbod helder in kaart te brengen. Dit voorkomt dat paramedici zich onnodig toeleggen op een zorgvraag die er niet is en het geeft relevante (sturings)informatie voor regionaal beleid.
  • In een regionaal netwerk dienen alle disciplines vertegenwoordigd te zijn. Een representatieve vertegenwoordiging is belangrijk voor draagvlak en zeggingskracht van een regionaal netwerk. Bij voorkeur is het merendeel van de paramedici aangesloten.
  • Zorg dat elk regionaal netwerk, met of zonder juridische status, een gemandateerd aanspreekpunt heeft voor bestuurlijke overleggen met samenwerkingspartners.
  • Bekijk of bepaalde activiteiten onder te brengen zijn onder de vleugels van de beroepsvereniging. Nu investeren regionale netwerken vaak afzonderlijk in scholing, kennisuitwisseling en opleiding.
  • Nauw contact tussen de regionale netwerken en beroepsverenigingen is essentieel voor de lobbyfunctie. Alleen dan komen regionale knelpunten of voorstellen voor beleid op een hoger niveau goed in beeld.
  • Digitale gegevensuitwisseling is van wezenlijk belang. Met name binnen lokale netwerken is het goed om de mogelijkheden voor verbetering te bekijken.

Meer weten?
Dit opinieartikel is op 13 maart 2023 gepubliceerd in Zorgvisie. Wil je in contact komen met de auteurs? Mail dan naar Marjolein Geurts (marjolein.geurts@bebright.eu).

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Zeven lessen uit 2diabeat om lokale preventie-infrastructuren te versterken

Zeven lessen uit 2diabeat om lokale preventie-infrastructuren te versterken

Het programma 2diabeat heeft als doel om de opmars van diabetes type 2 te stoppen. Als initiërend partner zet BeBright zich sinds 2019 in voor dit landelijke programma dat in het Nationaal Preventieakkoord is opgenomen. Bij de 2diabeat-aanpak stimuleren lokale leiders in wijken een gezonde leefstijl. Op 25 januari vierden we dat we 2 jaar actief zijn met een feestelijk event in de moskee in de Haagse Schilderswijk. Met staatssecretaris Maarten van Ooijen gingen we in gesprek over de zeven belangrijkste lessen tot nu toe. Hieronder delen we graag deze lessen.

Les 1 | Volg lokale energie, vind lokale leiders
Als de beweging van 2diabeat lokaal in gang wordt gezet door gedreven ‘lokale leiders’ die zich vanuit intrinsieke motivatie willen inzetten voor een gezonde wijk, is de kans op succes een stuk groter. Hun kenmerken: gedreven, sociaal vaardig, een eigen lokaal netwerk, goede luisteraar, een lange adem en geloof in de gezonde beweging. Hun energie moet je niet overnemen of sturen, maar ondersteunen en versterken.

Les 2 | Maak verbinding van mens tot mens om weerstand te overkomen
In een wijk zijn professionals, ondernemers en vrijwilligers vrijwel allemaal bereid een bijdrage te leveren. Toch is er soms weerstand. Ze hebben geen tijd of ze hebben het al zo vaak geprobeerd. De belangrijkste les: weerstand mag er zijn. Probeer iemand niet te overtuigen, maar probeer door een-op-een te verbinden samen een weg te vinden. Wat motiveert jou als mens? Wat kan er wel? En hoe helpen we jou op weg?

Les 3 | Een duurzame beweging in de wijk opstarten vraagt aandacht en tijd
Nu de eerste wijken langer dan een jaar bezig zijn, wordt duidelijk dat een gezonde beweging niet van de ene op de andere dag op gang komt. Het op gang brengen van een gezamenlijke beweging kost tijd. Dit proces kun je niet forceren en is alleen duurzaam als het vanuit de wijk zelf op gang komt.

Iemand die de verbinding in de wijk op gang brengt en houdt, is essentieel. We stellen daarom een lokale aanjager aan die zich hier minstens een dag per week voor inzet. Omdat het lang duurt om de persoonlijke relaties en het netwerk op te bouwen, is het zonde van deze inspanningen om na een of twee jaar te stoppen. Om de continuïteit te waarborgen, vragen we nieuwe lokale aanjagers om een intentie uit te spreken om voor tenminste twee jaar de rol te vervullen.

Les 4 | De aanpak doet meer dan alleen de opmars van diabetes type 2 stoppen
Een gezonde leefstijl kan diabetes type 2 voorkomen, symptomen ervan verminderen of de ziekte helemaal omkeren. Maar er is meer winst. Want een gezonde leefstijl verlaagt de kans op chronische ziekten en verbetert de kwaliteit van leven. We stimuleren daarom 2diabeat-wijken om voor de lokale aanpak een naam te kiezen die niet rechtstreeks gerelateerd is aan diabetes, maar aan gezondheid in brede zin. Op die manier spreekt het initiatief een groter publiek aan.

Les 5 | Stem landelijk aanbod af en vind samen met gemeenten de weg in het doolhof van gezondheidsmogelijkheden
Van (burger)initiatieven en leefstijlinterventies tot overkoepelende gezondheidsprogramma’s zoals 2diabeat; gemeenten kunnen kiezen uit een groot aantal beleidsmogelijkheden. Een goede keuze is lastig te maken. Het blijkt vaak een zoektocht hoe initiatieven zich tot elkaar verhouden en hoe ze elkaar kunnen versterken. De gemeente is een belangrijke partner in het komen tot een goede samenhang en afstemming tussen verschillende programma’s. Dit zal ook de uitvoering van het recent getekende Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) vergemakkelijken.

Les 6 | De lokale preventie-infrastructuur vormt een steunstructuur waarbinnen interventies succesvol landen
In het Loket Gezond Leven van RIVM staan veel nuttige interventies. Onze regering bevordert via subsidies de inzet ervan. Per type interventie is een vorm van lokale samenwerking nodig op beleids- en uitvoeringsniveau. Nu er steeds meer interventies worden aangeboden en vergoed, wordt het belang van een overkoepelende steunstructuur steeds belangrijker. Door deze structuur kan namelijk goed in kaart worden gebracht welke interventies bij de wijk passen, en kunnen deze makkelijker geïmplementeerd worden. Daarnaast is het effect op gezondheid duurzamer, doordat bewoners ook na de interventie op allerlei manieren ondersteund worden bij een gezonde leefstijl.

Les 7 | Onderken het belang van lokale aanjagers en vergoed hun inspanningen
Lokale aanjagers spelen zoals gezegd een onmisbare rol in het versterken van de lokale preventie-infrastructuur. Zij versterken verbindingen en de gezonde beweging in de wijk. Dit kost tijd, energie en doorzettingsvermogen. Om hier duurzaam invulling aan te geven, is vergoeding voor deze investering nodig. Er is nu nog geen duidelijke regeling om deze sleutelrol te financieren. Wijken waar geen vergoeding is of vergoeding stopt, blijken kwetsbaar. De energie verdwijnt snel bij tegenslagen.

2diabeat publicatie zeven lessen

2diabeat publicatie Nr. 1 2023 | Met lokale leiders obstakels voorbij

 

Download de hele publicatie met de zeven lessen gratis op www.2diabeat.nl

 

Over 2diabeat
2diabeat is een landelijk programma dat onderdeel is van het Nationale Preventieakkoord. Het landelijke team faciliteert en begeleidt wijken in Nederland om de integrale wijkaanpak tot uitvoering te brengen. Medewerkers van BeBright werken gedetacheerd in het landelijke programmateam. Meer weten? Neem contact op met Arjo Mans of Daphne Moeradi

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

adviseur regiescan

Arjo Mans

+31(0)6 53648329
arjo.mans@bebright.eu

 

Philip J. Idenburg BeBright

Daphne Moeradi

+31(0)6 81012588
daphne.moeradi@bebright.eu

 

Op weg naar een groenterijke, relaxte en sociale lunch in Nederland

Op weg naar een groenterijke, relaxte en sociale lunch in Nederland

 

Vind jij ook dat een groenterijke, relaxte en sociale lunch gezondheidswinst kan opleveren? En daarnaast kan bijdragen aan kansengelijkheid en duurzaamheid en mogelijkheden biedt voor de (regionale) economie?  Sluit je dan aan bij zo’n 50 Nederlandse organisaties die zich de komende jaren willen inzetten om de Nederlandse lunchcultuur ‘rijker aan groente’ te maken.

Nederlandse lunchcultuur
De Nederlandse lunchcultuur kenmerkt zich door de ‘boterham met kaas, vlees en zoet’ en weinig tot geen groente. Slechts 16% van de volwassenen eet voldoende groenten[1]. Nederlanders eten vooral groenten bij de avondmaaltijd. Wetende dat we de norm van 250 gram groenten per dag in de avondmaaltijd niet halen[2], is het eten van meer groenten bij de lunch een goede oplossing. Ook eten Nederlanders de lunch in korte tijd op (21 minuten) en vaak achter het bureau of onderweg. Samen eten zorgt voor sociale verbinding en als we er de tijd voor nemen voelen we ons fitter en eten minder snel te veel. Met een andere lunchcultuur valt dus veel gezondheidswinst te behalen.

De Nederlandse lunchcultuur veranderen is echter niet zo makkelijk. Gelukkig liggen er kansen in de school- en werkomgevingen. Er zijn al verschillende goede voorbeelden en initiatieven. Denk bijvoorbeeld aan de Gezonde Basisschool van de Toekomst en Tommy Tomato; beide zorgen voor gezonde lunch op school. Of aan Healthy Fridge en SLA, die gezonde lunches verzorgen op het werk.

Lunch op scholen is ook een actueel onderwerp in de politiek. Stijgende energiekosten en toenemende inflatie heeft geleid tot een motie van Kamerleden Dassen en Paternotte over het bieden van een maaltijd op school[3]. Als gevolg van deze motie is er eenmalig 100 miljoen beschikbaar gesteld voor een gezonde maaltijd aan leerlingen op scholen in het basis- en voortgezet onderwijs in kwetsbare wijken. Hopelijk een opmaat naar meer blijvende stimulering van een gezonde lunch op scholen.

Een gezonde lunchbeweging
In de afgelopen maanden hebben zo’n 50 organisaties met elkaar gesproken over het starten van een beweging om een groenterijke, relaxte en sociale lunch te promoten in Nederland. Agrariërs, producenten, supermarkten, cateraars, consumenten- en werkgeversorganisaties, financiers, koepel- en kennisorganisaties, NGO’s en overheidsorganisaties.

Op de eerste bijeenkomst in oktober bleek dat er bij veel partijen animo is om op een creatieve en prikkelende manier het onderwerp – de groenterijke, relaxte en sociale lunch –  op de kaart te zetten en te agenderen in Nederland. Tijdens de tweede bijeenkomst is gesproken over doelstellingen en mogelijke activiteiten voor 2023 en 2024. Denk bijvoorbeeld aan een ‘conceptenkaart’, om het scholen makkelijk te maken een lunchconcept te kiezen dat bij hen past. Of een award voor werkgevers die een groenterijke lunch faciliteren aan werknemers.

Er is gekozen voor een brede scope om de vele aspecten van lunch mee te nemen in de aanpak. Deze kaart geeft een overzicht van alle thema’s die raken aan een groenterijke, relaxte en sociale lunch. Denk hierbij aan de betekenis van eten, eetcultuur, de voedselomgeving en het (regionaal) voedselsysteem, de relatie tussen voeding en gezondheid en vitaliteit. De kaart laat zien dat het effect van anders lunchen – naast gezondheid – ook bij kan dragen aan kansengelijkheid en duurzaamheid en mogelijkheden biedt voor de (regionale) economie.

Wil jij meer weten over deze beweging? Of wil jouw organisatie aansluiten? Neem dan contact op met Marjolein via marjolein.geurts@bebright.eu.

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

[1] Berekend op basis van norm Richtlijnen Goede Voeding 2015, Gezondheidsraad

[2] Nederlandse voedselconsumptiepeiling 2012-2016

[3] Motie van de leden Dassen en Paternotte, 22 september 2022

 

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Marjolein Geurts

Marjolein Geurts

+31(0)6 46860905
marjolein.geurts@bebright.eu

 

Vijf tips om succesvol stappen te zetten met het Volledig Pakket Thuis (VPT)

Vijf tips om succesvol stappen te zetten met het Volledig Pakket Thuis (VPT)

Oudere mensen willen graag zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen in de vertrouwde omgeving waarbij zorg en ondersteuning afgestemd is op de individuele behoeften. Dit samen met een toekomstig tekort aan verpleeghuisplaatsen en toenemende krapte op de arbeidsmarkt, maakt dat zorgaanbieders andere leveringsvormen van zorg gaan geven. Een mooi voorbeeld hiervan is het Volledig Pakket Thuis (VPT). BeBright ondersteunde diverse zorgaanbieders bij de implementatie en opschaling van deze leveringsvorm. Een vijftal tips voor andere zorgaanbieders om er zelf mee aan de slag te gaan.

Opmars van Volledig Pakket Thuis
Het programma Ouder Worden 2040 beschreef het al: De komende 20 jaar veroudert onze samenleving. Dat geeft kansen en uitdagingen. Hoe wonen en werken we? Hoe blijven we gezond en krijgen we passende zorg en ondersteuning? En hoe benutten we de kracht van een groter wordende groep oudere mensen? De zorgsector krijgt steeds meer te maken met kwetsbare mensen met een indicatie voor langdurige zorg die thuis willen blijven wonen en thuis zorg willen ontvangen. Voor deze cliënten is 24/7 toezicht en een afgestemd pakket van zorg en diensten nodig.

Mede gestimuleerd door de nieuwe norm vanuit het programma WOZO (zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan) zal de vraag naar langdurige zorg steeds vaker worden ingevuld met VPT. Als tegenhanger van de ‘traditionele’ verpleeghuisconcepten en waarbij wonen en zorg nadrukkelijker gescheiden zijn. Zorgkantoren sturen hier steeds actiever op aan in hun inkoopbeleid vanuit de opgave om ondersteuning en zorg beschikbaar te houden voor wie dat nodig heeft.

Het VPT verschilt op een aantal aspecten van bijvoorbeeld een verblijf in het verpleeghuis. Zo ontvangt de cliënt geen vergoeding voor verblijf en dient zelf voor huisvesting te betalen. De nadruk ligt bij VPT op welzijn en begeleiding. Ook zijn anders werken en digitale oplossingen vaker onderdeel van de dagelijkse praktijk. Twee varianten worden daarbij veelal onderscheiden: VPT in de wijk en Geclusterd VPT. In de geclusterde vorm wordt VPT veelal aangeboden in woonvormen waar gelijkgestemden samen wonen. In de wijkvariant ontvangen cliënten zorg en ondersteuning in de thuissituatie.

Dat VPT in trek is concludeerde de NZa ook in haar verkenning[1] in maart van dit jaar:

  • Tussen 2015-2021 is het aantal VPT-declaraties voor zorgprofiel indicatie vv4 t/m 10 landelijk meer dan verdrievoudigd. Het aantal zzp-declaraties nam in deze periode toe met ‘slechts’ 6%
  • Het aandeel zorgprofiel indicaties vv5 in VPT is verdubbeld tussen januari 2015 en juni 2021
  • De diversiteit in woonvormen, zorginhoud en organisatie van de VPT-zorg is groot
  • Het VPT wordt gebruikt in verschillende thuissituaties; ‘thuis’ is een breed begrip

Vijf tips voor zorgaanbieders om aan de slag te gaan met VPT
De laatste jaren starten de meeste zorgaanbieders met het grootschalig opschalen en implementeren van de leveringsvorm VPT. BeBright ondersteunt zorgaanbieders bij de implementatie en opschaling hiervan. Degene die ook gaat starten met de implementatie van VPT of er binnenkort mee aan de slag gaat, geven wij graag onderstaande tips mee:

1. Start vanuit het creëren van een gedragen visie op langer thuis. Besteed aandacht aan gezamenlijke beeld- én begripsvorming in alle lagen van de organisatie. Zie het als een organisatieveranderingsopgave.

 

2. Geef in de planvormingsfase alle perspectieven een plek, van het primaire proces en bestaande zorgteams in de organisatie tot zorgadministratie, control en ICT. Beschouw VPT hierin als een compleet nieuwe zorg- en dienstverlening, die ook apart georganiseerd dient te worden.

 

3. Start klein met een gemotiveerd team. Creëer daarin ook de experimenteerruimte om te starten, leer snel en breid stapsgewijs uit. En wees daarbij realistisch. Implementeren gaat niet in één dag, maar vergeet niet om de tussentijdse successen te vieren.

 

4. Leer van anderen, maar besef dat het onmogelijk is om alles 1-op-1 te kopiëren. Een perfecte blauwdruk bestaat (nog) niet, maar benut wel de ervaringen en leerlessen om snel(ler) stappen te zetten. En waar het wel past, zet dan in op ‘proudly copied from’!

 

5. Het valt of staat bij het leiderschap van de organisatie. Investeer vanaf de start in eigenaarschap van betrokken medewerkers.

En nog een bonustip: deel je eigen ervaringen, zodat andere organisaties ook kunnen vernieuwen!

Ben je benieuwd hoe je jouw organisatie klaarstoomt voor het Volledig Pakket Thuis? Zorgorganisatie Careyn heeft in samenwerking met BeBright het Volledig Pakket Thuis succesvol geïmplementeerd. Lees hier hun ervaringen: https://bebright.eu/ouderenzorg-vpt-careyn/. Wil je weten hoe je een vervolgstap zet? Of heb je wellicht inzichten en tips voor BeBright vanuit eigen ervaringen? Onze collega’s komen graag met je in contact! Neem contact op met Sjoerd Emonts (sjoerd.emonts@bebright.eu) of Bo Fokkes (bo.fokkes@bebright.eu).

[1] NZa. Volledig pakket thuis in de verpleging en verzorging. Aanbevelingen voor scheiden van wonen en zorg. 1 maart 2022

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Philip J. Idenburg BeBright

Bo Fokkes

+31(0)6 1270963
bo.fokkes@bebright.eu

 

Philip J. Idenburg BeBright

Sjoerd Emonts

+31(0)6 42161622
sjoerd.emonts@bebright.eu

 

Preventie in het ziekenhuis – het innovatiestadium voorbij

Preventie in het ziekenhuis – het innovatiestadium voorbij

De drie “preventieknoppen” waaraan een ziekenhuis kan draaien om preventie structureel in te bedden

Nederlandse ziekenhuizen hebben preventie-ambities. In het recent bereikte Integrale Zorgakkoord worden deze ambities beschreven, alsmede het belang van samenwerking met de eerstelijnszorg en het sociaal domein bij de realisatie van deze ambities. In vele ziekenhuizen zijn initiatieven om een gezonde leefstijl te bevorderen en verergering van ziekte te voorkomen. En toch is de praktijk weerbarstig en komen we niet uit het stadium van innoveren. Het écht structureel inbedden van preventie in en om het ziekenhuis vraagt om een strategische benadering, een gedegen aanpak en een lange adem. Een ziekenhuis kan aan drie ‘preventieknoppen’ draaien.

In vrijwel iedere visie van een ziekenhuis wordt preventie benoemd. Het principe van zorgen dat mensen gezond blijven door gezondheidsbevordering en -bescherming wordt breed omarmd. Chronische ziekten en complicaties van ziekten kunnen worden voorkomen met een gezonde leefstijl en kunnen met behulp van nieuwe technologieën in een steeds vroeger stadium worden opgespoord.

Het Integrale Zorgakkoord beschrijft als een van de opgaven: Inzetten op gezondheid en welzijn door middel van preventie en ondersteuning, zodat zorgvragen voorkomen worden of minder zwaar worden. Dit betekent het bevorderen van een gezonde leefstijl en het versterken van de zelfredzaamheid van mensen. Gemeenten en andere niet-medische partijen spelen hierin een essentiële rol. De ondertekenaars van het akkoord, waaronder de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen gaan voor passende zorg en ondersteuning, samen met de patiënt, op de juiste plek en met nadruk op gezondheid en welzijn.

In de praktijk is preventie helaas minder vanzelfsprekend. BeBright deed onderzoek naar de status van preventie in tien Nederlandse ziekenhuizen. Vele preventie-initiatieven worden bottom-up opgepakt door enthousiaste, bevlogen en vaak informele leiders. Van structurele inbedding in de strategieën, structuren, systemen en cultuur van het ziekenhuis is echter zelden sprake. Er zijn daarin nog vele obstakels te overwinnen.

Tabel: Uitkomsten van het onderzoek van Tessel Frankfort naar de versterkende en verzwakkende factoren die van invloed zijn op structurele inbedding van preventie in ziekenhuizen

versterkende en verzwakkende factoren van preventie in ziekenhuizen

Preventieknoppen
Ziekenhuizen hebben verschillende ‘knoppen’ waaraan gedraaid kan worden om preventie structureel in te bedden. BeBright onderscheidt er drie:

1) Leefstijlbevordering onderdeel maken van de behandeling.
2)
Technologie inzetten voor monitoring en signalering vanuit huis én voor leefstijlbevordering.
3) Versterken van het welbevinden en de werkbeleving van medewerkers zodat dit ook uitstraalt naar patiënten (amplitie).

1) Leefstijlbevordering als onderdeel van de behandeling
De eerste knop is leefstijlbevordering onderdeel maken van de behandeling. Een veel voorkomend misverstand bij artsen is dat zij hun patiënten zelf moeten ondersteunen bij een gezonde leefstijl. Daar is in de praktijk weinig tijd voor en kennis en kunde ontbreekt om dit goed te kunnen doen. Leefstijl onderdeel maken van de behandeling gaat over regionaal samenwerken met bijvoorbeeld paramedici, leefstijlcoaches en maatschappelijk werkers.

De rol van de medisch specialist is het bespreken van de noodzaak van leefstijlverandering en de patiënt op het juiste spoor zetten door hem of haar door te verwijzen. Welk spoor is afhankelijk van wat past bij de behoefte van de patiënt; persoonlijke leefstijlbegeleiding, technologische ondersteuning of het op eigen kracht uitvoeren van een gezonde leefstijl. Uiteraard vindt het merendeel van deze activiteiten niet plaats binnen de muren van het ziekenhuis, maar bovenal in de eigen leefomgeving – de wijk of het dorp – van de patiënt. Een goede lokale preventie-infrastructuur met regionale samenwerkingsverbanden en overzicht van lokaal leefstijlaanbod zijn daarbij van groot belang voor het welslagen van leefstijlbevordering.

Steeds meer ziekenhuizen richten een leefstijlloket in. De patiënt kan er, na verwijzing van de zorgverlener, informatie en begeleiding ontvangen om zelf te werken aan een gezondere leefstijl. Hierbij wordt vaak verwezen naar nulde of eerstelijnsinitiatieven in eigen regio. Inbedding van preventie vraagt echter meer dan een leefstijlloket: bijvoorbeeld training van artsen, aanpassen van protocollen en vastlegging van adviezen in patiëntendossiers. Kortom, het vraagt een veranderingsproces voor zorgverlener en ziekenhuis. Om resultaat te boeken dient dit proces op systeemniveau geregisseerd, gepland en opgetekend te worden in een preventiestrategie.

2) Opschaling gebruik technologie
De tweede knop is het inzetten van technologie gericht op monitoring en signalering van complicaties en ziekten en op bevordering van leefstijl. Technologische innovaties als holistic tracking, serious gaming, advanced therapeutics en DIY Diagnostics bieden hier tal van mogelijkheden voor. In vele proeftuinen is de afgelopen jaren bewijslast verzameld en zijn veel lessen geleerd over de toepassing van deze technologieën. Het wiel is al vele malen uitgevonden en de tijd is aangebroken om op basis van een digitale strategie te komen tot opschaling van het gebruik van technologie. Ook hiervoor geldt dat een onderliggende strategie en plan bijdragen aan een effectieve implementatie.

3) Werkbeleving en welbevinden
De derde knop is het versterken van werkbeleving en welbevinden van ziekenhuismedewerkers om daarmee ook een stimulerend effect op de gezondheid van hun patiënten te realiseren. Naast de arts heeft een patiënt gedurende zijn behandeling contact met vele medewerkers van het ziekenhuis; denk bijvoorbeeld ook aan een verpleegkundige of iemand van de catering. Medewerkers die zich vitaal voelen, plezier en geluk beleven in hun werk en gemotiveerd zijn om bij te dragen aan de positieve gezondheid van anderen brengen dit voorbeeldgedrag over op patiënten. Dit wordt ‘amplitie’ genoemd en het loont dus dubbel om hierin te investeren als ziekenhuis. Er zijn verschillende manieren waarop het ziekenhuis hieraan kan bijdragen. Zo kan er bijvoorbeeld ingezet worden op het creëren van een zogenaamde ‘healing environment’ en op het aanbieden van gezonde betaalbare voedingsmiddelen in het bedrijfsrestaurant.

 

Als we het Integrale Zorgakkoord willen waarmaken en de ziekenhuiszorg toegankelijk, betaalbaar en kwalitatief goed willen houden is het tijdperk van versnipperde preventie-innovaties voorbij. Er is het afgelopen decennium genoeg geëxperimenteerd en genoeg bewijslast opgebouwd. Het structureel inbedden van preventie in en om het ziekenhuis, en regionale samenwerking, vragen om een strategische benadering, een gedegen aanpak en een lange adem. Op basis van de drie ‘preventieknoppen’ kan je als ziekenhuis starten met het vaststellen van een preventiestrategie.

Nieuwsgierig naar de ondersteuning die BeBright hierbij kan bieden? Bel dan eens met Irene Mommers

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

 

Philip J. Idenburg BeBright

Irene Mommers

+31(0)6 53461444
irene.mommers@bebright.eu