+31(0)30 88 879 27 office@bebright.eu
2e druk Ouder Worden 2040: Transformatieagenda voor een ouder wordende samenleving

2e druk Ouder Worden 2040: Transformatieagenda voor een ouder wordende samenleving

2e druk Ouder Worden 2040: Transformatieagenda voor een ouder wordende samenleving

De in het voorjaar gepresenteerde Transformatieagenda voor een ouder wordende samenleving is enthousiast ontvangen en inmiddels toe aan de tweede druk. Ook is er groen licht om verdere stappen te zetten richting realisatie van de Agenda.

Op 21 april j.l. presenteerde een groot aantal partijen de Transformatieagenda voor een ouder wordende samenleving. Publieke en private organisaties, kennis- en overheidsorganisaties en burgers hebben in het programma Ouder Worden 2040 de krachten gebundeld om antwoorden te vinden op de vraagstukken die de ouder wordende samenleving ons stelt. De agenda geeft concrete doelen, acties en randvoorwaarden voor de kansen en uitdagingen die de ouder wordende samenleving ons de komende 20 jaar biedt.

De agenda is enthousiast ontvangen. De publicatie waarin de agenda uitgewerkt is, is eind deze maand al toe aan de tweede druk. De agenda is door het huidige kabinet omarmd en onderdelen van de agenda zijn overgenomen in het WoZo akkoord dat de minister voor langdurige zorg, Conny Helder, onlangs naar de Tweede Kamer gestuurd heeft.

En er is groen licht voor het programma Ouder Worden 2040 om verdere stappen te zetten richting realisatie van de Transformatieagenda. Dit najaar komen alle betrokken partijen en een groeiende groep experts bij elkaar om uit te werken hoe ieders bijdrage invulling kan geven aan het realiseren van de doelen en acties die in de agenda beschreven zijn. Een belangrijk onderdeel is de dialoog met de samenleving, burgers, cliënten, bestuurders en toezichthouders om te onderzoeken wat ze zelf kunnen doen en handelingsperspectief te geven als antwoord op de uitdagingen van morgen.
Daarbij onderzoekt het programmateam in samenwerking met betrokken partners op welke wijze de samenwerking in het programma en beweging een duurzaam en structureel karakter kan krijgen. Ten slotte wordt er hard gewerkt om instrumentarium en plannen te ontwikkelen om breed in de samenleving in gesprek te gaan over de transformatieagenda. Nadruk daarbij ligt op het perspectief dat er voor iedereen zou kunnen zijn en welke belemmeringen we daarvoor te overbruggen hebben.

Meer informatie over de Transformatieagenda en het programma Ouder Worden 2040 is te vinden op: www.ouderworden2040.nl. Daar is ook de publicatie gratis te downloaden.

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Datagedreven werken als fundament voor een toekomstbestendige organisatie

Datagedreven werken als fundament voor een toekomstbestendige organisatie

Ontdek de zes kenmerken van een zorgorganisatie die succesvol datagedreven werkt

We moeten en kunnen zorg anders inrichten. Het sturen op basis van inzichten uit data is een belangrijke basis voor zorgtransformatie. Ook voor leren en verbeteren zijn inzichten uit data essentieel. Data alleen is niet genoeg, er is ook verandering nodig in denken en doen. Wat zijn de zes kenmerken bij zorgorganisaties die succesvol datagedreven werken?

Ons land heeft te maken met een ouder wordende samenleving. Ouderen wonen langer thuis, de zorgvraag wordt steeds complexer en de locatie waar zorg en ondersteuning ontvangen wordt is aan verandering onderhevig. De vergrijzing heeft ook gevolgen voor de manier waarop we zorg organiseren. Er is een groeiend tekort aan zorgmedewerkers, en het ziekteverzuim is nog nooit zo hoog geweest. Zorgorganisaties zullen dus met minder menskracht zowel de gezondheid van een groeiende groep cliënten en patiënten, als het werkplezier van hun medewerkers moeten verbeteren.

De steeds groter wordende mismatch tussen vraag en aanbod van zorg vraagt om een transformatie van hoe we zorg organiseren. Het onlangs gesloten Integraal Zorgakkoord (IZA) legt voor deze transformatie de nadruk op het waarborgen van de toegankelijkheid van kwalitatief goede zorg voor de patiënt en arbeidsbesparende maatregelen zoals het voorkomen van (zwaardere) zorg, coördinatie en samenwerking, digitalisering, en het anders organiseren van zorg op basis van de zorgvraag. Het opschalen van hybride zorg, een combinatie van fysiek en digitaal aangeboden zorg en ondersteuning, is in het IZA ook een belangrijke manier om zorg toegankelijk te houden.

    Datagedreven werken is de basis voor een toekomstbestendige organisatie
    Voor al deze oplossingen speelt technologie een belangrijke faciliterende rol. Het nemen van beslissingen op basis van inzichten uit al deze verschillende databronnen, of datagedreven werken, wordt dan ook steeds belangrijker. Ook voor het sturen op efficiëntere operationele processen vraagt om slim en effectief gebruik van data.

    Een toekomstbestendige zorgorganisatie zal dus aan de slag moeten met datagedreven werken. Data is in zorgorganisaties volop aanwezig, en de mogelijkheden van technologie zijn geen belemmering.

    De grootste opgave voor zorgorganisaties is dan ook het ontwikkelen van duidelijke visie op de rol van data in de organisatie, en het ervoor zorgen dat alle medewerkers bewust zijn van de mogelijkheden en data en technologie slim in kunnen zetten bij hun dagelijkse werk. Alleen dan levert datagedreven werken werkelijk waarde op voor de organisatie, medewerkers en cliënten of patiënten.

    We schetsen zes kenmerken van organisaties die datagedreven werken succesvol hebben vormgegeven:

    1) Er is een duidelijke visie op de rol van data in de organisatie (welk probleem lossen we op), in de vorm van een gedragen datastrategie als onderdeel van de strategische agenda;

    2) Medewerkers zijn bewust van de mogelijkheden en kunnen data en technologie slim inzetten in hun dagelijks werk (‘data literacy);

    3) Data wordt gezien als gedeeld bedrijfsmiddel en is beschikbaar en bruikbaar voor mensen zonder data expertise;

    4) Er is een flexibele data en ICT architectuur om data te verzamelen, analyseren en inzichten te delen;

    5) De organisatie beschikt over de juiste mensen, kennis en processen om gegevens te verzamelen, analyseren en inzichten te delen – passend bij de grootte van de organisatie.

    6) De datagovernance is op orde (juridisch kader, processen en tools).

    Met leren door doen naar datagedreven gaan werken
    De eerste stap die organisaties morgen al kunnen zetten is in kaart brengen hoe ver ze al zijn op elk van de bovenstaande zes kenmerken. Een volgende stap is het ontwikkelen van een datastrategie. Het is voor veel organisaties interessant om leren en doen op alle zes onderwerpen te combineren en snel aan de slag te gaan met een specifieke vraag of project. Concrete eerste resultaten kunnen helpen het enthousiasme voor datagedreven werken in de organisatie verder te stimuleren. Ook wordt op deze manier geleerd welke vervolgstappen het meest zinvol zijn.

    BeBright ondersteunt organisaties die aan de slag willen met datagedreven werken met een bij de organisatie passende aanpak. De waarde voor de organisatie, medewerkers en cliënten/patiënten staat daarbij voorop.

    Zo ondersteunden we Zorginstituut Nederland bij het creëren van een instrument om organisaties te helpen data vindbaar, interoperabel en herbruikbaar te maken volgens de principes van FAIR data. We hebben diverse VVT-instellingen begeleid bij datagedreven werken met goede stuurinformatie. De Landelijke Coördinatie COVID-19 Bestrijding (LCCB) verbonden aan GGD-GHOR Nederland hebben wij ondersteund bij het inrichten van stuurinformatie en data gedreven werken ten behoeve van de landelijke coördinatie van bron- en contactonderzoek. En werken we met VZVZ en het Informatieberaad Zorg aan de optimalisatie van gegevensuitwisselingen in de zorg.

    Ben je benieuwd hoe je jouw organisatie klaarstoomt voor de toekomst met datagedreven werken? Wil je weten hoe volwassen jouw organisatie al is op dit onderwerp? Of wil je graag vervolgstappen zetten hierin? Neem contact op met Jiska de Wit of Arjo Mans.

     

    Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

    Meer weten?

    Neem contact op! 

    Jiska de Wit

    Jiska de Wit

    +31(0)6 24518674
    jiska.dewit@bebright.eu

    adviseur regiescan

    Arjo Mans

    +31(0)6 53648329
    arjo.mans@bebright.eu

    Versterkte samenwerking met de huurdersbelangenorganisaties door een gedeeld gevoel van urgentie

    Versterkte samenwerking met de huurdersbelangenorganisaties door een gedeeld gevoel van urgentie

    Een goede samenwerking met betrokken partijen is essentieel voor het opstellen en realiseren van strategische uitgangspunten van organisaties. In het voorjaar van 2022 heeft de woningcorporatie ZOwonen onder begeleiding van BeBright gewerkt aan het versterken van samenwerking met vier verbonden huurdersbelangenorganisaties. Door een gedeeld inzicht in de toekomstige uitdagingen en met een gedeeld gevoel van urgentie als basis, is de samenwerking met de huurdersbelangenorganisaties versterkt en is de basis gelegd voor een breed gedragen strategische agenda. Janine Godderij, directeur-bestuurder van ZOwonen, vertelt over haar ervaringen tijdens dit traject.

    Versterken van samenwerking
    Janine Godderij heeft BeBright gevraagd te ondersteunen bij het verbeteren van de samenwerking met vier HBV’s. Er zijn drie redenen om een externe deskundige bij dit traject te betrekken:

    1. Een externe partij is onafhankelijk.
    2. Een externe deskundige kan een confronterende spiegel voorhouden aan de betrokken organisaties;
    3. Een externe deskundige heeft door enige afstand van de inhoud een scherpere blik.

    “Ik heb de samenwerking met BeBright als heel prettig ervaren. Dit kwam allereerst door het niveau van het gesprek dat wij met elkaar kunnen voeren. Als directeur-bestuurder werd ik begrepen maar tevens uitgenodigd mee te bewegen, soms uitgedaagd. Belangrijk is dat dit nimmer persoonlijk werd en altijd objectief en met open vizier. Wat ik ook heel prettig vond was de flexibiliteit om niet volgens een rigide aanpak te denken, maar ook te kijken op welke manier de aanpak in de context van het traject en onze uitdagingen past.”

    Eerst loskomen uit bestaande patronen
    Het model van Lewin[1], waarin de drie fasen (1) unfreezing, (2) change en (3) refreezing aan bod komen, past goed bij de context van het vraagstuk van ZOwonen. Eerst is gewerkt aan het losbreken van patronen en paradigma’s van betrokken HBV’s. Nu begeeft de samenwerking daarmee zich in de fase change en uiteindelijk moet het worden geborgd, de refreezing fase.

    Gedeelde urgentie vormt de basis voor coalitievorming
    In de unfreezing fase is met het maken van een regiobeeld inzichtelijk gemaakt hoe het werkgebied van ZOwonen ervoor staat op de thema’s opleiding en werk, economie, wonen en leefbaarheid, zorg en welzijn en maatschappij en wat de belangrijkste ontwikkelingen voor ZOwonen zijn. Dit beeld is verrijkt met kwalitatieve inzichten uit interviews met stakeholders uit HBV’s en ZOwonen. Hieruit zijn acht toekomstige externe uitdagingen voor ZOwonen geïdentificeerd, bijvoorbeeld het toekomstig inrichten van wonen en zorg.

    Impact ontstond bij de dialoogsessie met de HBV’s toen de inzichten gedeeld werden. Met elkaar in gesprek gaan over de uitdagingen (en de mogelijke oplossingsrichtingen) zorgden voor een gedeeld begrip én een gedeelde urgentie. Nieuwe inzichten, zoals de toekomstige uitdagen op het gebied van wonen en zorg, creëerden een gedeeld besef dat toekomstige uitdagingen alleen door verregaande samenwerking in de regio zijn op te lossen. Vanuit dit gedeelde besef is er vervolgens gewerkt aan de basis voor een fundamentele strategische agenda.

    Hierdoor is de aandacht bij de HBV’s verschoven van de dagelijkse, operationele zaken naar een blik gericht op de toekomst, met hun gedeelde waarden als uitganspunt, én ligt er een gezonde basis om de coalitie verder te versterken.

    “Het zaadje voor een goede fundamentele strategische agenda is geplant. Dat heeft nu onderhoud en aandacht nodig om door te groeien.”

    Een terugblik op de samenwerking tussen ZOwonen en BeBright
    “Een van onze kernwaarden is ‘humaan-zakelijk’. Bij dit adviestraject was de balans tussen humaan en zakelijk goed. Bovendien was de aanpak van BeBright in het traject compleet, scherp en gefocust.”

    Ben je benieuwd naar de resultaten van het ZOwonen-traject of wil je meer weten over het versterken van regionale samenwerking? Neem dan contact op met Jules Coenen of Hidde van den Akker

    [1] Lewin, K. (1947). Group decision and social change. Readings in social psychology3(1), 197-211.

     

    Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

    Leiderschap en risicomanagement als enabler van vernieuwing en innovatie

    Leiderschap en risicomanagement als enabler van vernieuwing en innovatie

    De zorgsector is in transformatie. Dit stelt andere eisen aan het ontwerp en de inrichting van organisaties. Ook de coronacrisis heeft meer dan ooit duidelijk gemaakt dat we de zorg heel anders moeten én kunnen inrichten. Om sturing aan deze transformatie te geven, is passend leiderschap essentieel. Hoe gaan we om met de onvoorspelbaarheid van het transformatieproces en op welke wijze kan leiderschap en risicomanagement ons hierin helpen?

    Een transformatie kent vier fases (doorzoeken, doorzien, doorzetten en doorleven).  In de tweede “doorzien” fase van transformatie wordt de nieuwe visie gevormd en uitgedragen waarbij voldoende ruimte aan de organisatie moet worden gegeven om te kunnen en durven experimenteren. Om nieuwe paden (bijvoorbeeld nieuwe samenwerkingsverbanden) volledig te kunnen exploreren is een goed werkend risicosysteem onontbeerlijk.

    Conform de Governancecode Zorg 2022 is de Raad van Bestuur verantwoordelijk voor het beheersen van de risico’s verbonden aan zowel het gevoerde strategisch beleid als het dagelijks handelen van een zorgorganisatie.[1] Hiertoe dient hij goede en hanteerbare interne risicobeheersings- en controlesystemen te hebben ingericht. In de praktijk zien we dat de zorgsector hierin nog slagen kan maken. Een volwassen en goed functionerend intern risicobeheersingssysteem heeft vaak jaren nodig om door de gehele organisatie gebruikt en geaccepteerd te worden.

    Wat is goed risicomanagement? Risicomanagement is een proces dat gericht is op waardecreatie. Het gaat daarbij om het beheersen van risico’s en het benutten van kansen. Risicomanagement helpt ons onvoorspelbaarheid af te kunnen kaderen. Zonder het nemen van risico’s bestaat er geen basis voor waardecreatie en/of voor het bereiken van doelstellingen.[2] Deze benadering van risicomanagement wijkt af van het traditionele denken over risico’s als iets negatiefs.

    Een goed werkend risicosysteem geeft de zorgbestuurder (of toezichthouder) inzicht en ruimte voor vernieuwing. Focus op kansen geeft de zorgorganisatie het vermogen om zich te transformeren naar een onderscheidende organisatie waarbinnen het vermogen te innoveren en te leren centraal staat.

    Het Erasmus Centrum voor Zorgbestuur en de NVZD heeft recent een update van ‘Zorgbestuurders in beeld’ uitgebracht. Hierin komt duidelijk naar voren op welke manier het vak van besturen in de zorg is veranderd en zorgorganisaties zijn veranderd. Een belangrijke conclusie is dat het aangaan van samenwerking over organisatie- en sectorgrenzen heen steeds meer centraal staat. 3 Een mooi moment dus om risicomanagement in de zorg te professionaliseren en omarmen. Mét passend leiderschap. Leiderschap wat risicomanagement in kan zetten als enabler voor vernieuwing en innovatie.

    Meer weten over leiderschap in de zorg? Neem contact op met Maarten Reuchlin van StayBright

    [1] Governancecode Zorg 2022 artikel 5.4.1

    [2] Claassen, U., Risicomanagement, Integratie van risico- en prestatiemanagement, Boom 2020.

    Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

     

     

    WijZijn Traverse Groep neemt Positieve Gezondheid op in haar DNA

    WijZijn Traverse Groep neemt Positieve Gezondheid op in haar DNA

    Er is een ommekeer gaande in de wijze waarop we naar gezondheid kijken en het gedachtegoed van Positieve Gezondheid bereikt steeds meer organisaties. De beweging die vanuit Positieve Gezondheid op gang wordt gebracht, maakt dat de focus niet langer alleen maar ligt op het genezen van ziekten. Centraal staat juist hoe individuen op hun eigen manier om kunnen gaan met tegenslagen door zich te richten op de aspecten die voor hen belangrijk zijn in het leven. Een van onze opdrachtgevers – WijZijn Traverse Groep – heeft ruim een jaar geleden besloten deze nieuwe manier van kijken naar gezondheid te omarmen en in te bedden binnen de organisatie. Ad van Rijen vertelt ons hoe dit heeft uitgepakt. 

    Ad van Rijen, directeur-bestuurder van WijZijn Traverse Groep (WZTG) – een maatschappelijke welzijnsorganisatie werkzaam in West-Brabant en Zeeland – straalt als hij tegenover ons zit. Het gedachtegoed van Positieve Gezondheid heeft een prominente plek in zijn leven ingenomen:

    “Voor mij persoonlijk is Positieve Gezondheid een manier van regelmatige reflectie op jezelf en je staat van zijn. Positieve Gezondheid heeft mij laten zien dat er soms in de onderstroom nog dingen zijn waar je je niet altijd bewust van bent, maar die wel meespelen in je welzijn en dat dit soms uit balans kan zijn. Het is een mooi model om mijn zelfmanagement op orde te houden.” 

    Vanuit deze eigen ervaring met wat Positieve Gezondheid kan betekenen, is de wens bij Ad ontstaan om dit gedachtegoed verder te verspreiden zodat de samenleving op een andere manier naar gezondheid gaat kijken.

    “De gezondheidszorg is wat mij betreft doorgeschoten naar een technische benadering. Als je klachten hebt, dan hebben we daar een medicijn of behandeling voor. Daarmee haal je meteen de volledige verantwoordelijkheid bij het individu weg en daarmee worden mensen ongezond afhankelijk van de zorg. Ze nemen geen of onvoldoende eigen verantwoordelijkheid over hun eigen gezondheid. Dat moeten we weer teruggeven.”

    Binnen WZTG is daarom besloten om in het werkveld met het gedachtegoed van Positieve Gezondheid aan de slag te gaan. Om dit te bewerkstelligen was het cruciaal om de methodiek eerst binnen de eigen organisatie in te bedden en daar heeft BeBright handvatten voor geboden:

    “De uiteindelijke droom is om van de regio een Positief Gezonde regio te maken, maar dan moeten we zelf ook eigenaarschap tonen en Positieve Gezondheid in ons DNA plaatsen. Je moet het zelf heel erg doorleefd hebben. Dat doen we door het intensief met elkaar te doorlopen in alle teams. Tijdens de werkvormen die BeBright aanbood gingen we echt de verdieping in, persoonlijk maar ook met elkaar als team, er ontstond veel verbinding op die momenten. Het vuur voor Positieve Gezondheid is echt aangewakkerd in die sessies. Het heeft ons in het managementteam inzicht gegeven in hoe we het kunnen doen. De losse onderdelen van onze dienstverlening worden nu verrijkt door een paraplu van Positieve Gezondheid.”

    Op dit moment is driekwart van alle medewerkers van WZTG getraind op Positieve Gezondheid, vertelt Ad. Daarnaast zijn er vier interne trainers opgeleid die de trainingen zelf kunnen geven. Komend jaar staat het trainen van alle vrijwilligers nog op de planning en zal er ook worden samengewerkt met partners in het sociale en medische domein om het gedachtegoed van Positieve Gezondheid verder uit te dragen en te laden binnen de regio.

    “Dit is voor ons een constant doorlopend traject, we willen laten zien dat het echt anders kan en dat de benadering van Positieve Gezondheid de kwaliteit van leven voor inwoners verbetert tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Als organisatie hebben we onze positie bepaald door te zeggen dat we een faciliterende inspirator zijn en dat we ons ook zo gaan gedragen naar de buitenwereld door het ook zelf te gaan doen.”

    Volgens Ad is het belangrijk om Positieve Gezondheid levendig te houden en het gedachtegoed verder te verspreiden over Nederland. Daarmee voelen Ad en WZTG zich verantwoordelijk voor een gezond zorg- en welzijnsstelsel. Het is duidelijk dat zij daaraan een flinke steen willen en zullen bijdragen.

    Om ons huidige zorgstelsel daadwerkelijk te veranderen, zullen meer organisaties in de voetsporen van WZTG dienen te treden. Alleen door Positieve Gezondheid een prominente plek binnen de organisatie te geven, kan de gewenste beweging – met zijn allen anders denken over gezondheid en ziekte – op gang worden gebracht. Op die manier bouwen we samen aan een positief gezonde samenleving.

    BeBright ziet het succes bij het inbedden van Positieve Gezondheid in organisaties groeien wanneer managers en directieleden hun rol pakken en actief betrokken zijn bij het vormgeven en uitdenken van de best passende weg binnen hun eigen organisatie. Hoe die weg te ontdekken? Wij helpen u daarbij. Urmila Gangaram Panday gaat er graag met u over in gesprek

    Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

    Health CatchUP: inspireren, leren én verbinden

    Health CatchUP: inspireren, leren én verbinden

    Innovatie vraagt om een andere inrichting van de zorg. Dat was het thema van de eerste Health CatchUP op 24 maart 2022 in de Jaarbeurs in Utrecht georganiseerd door BeBright en de Dutch Health Hub. Tijdens de Health CatchUP stonden #inspireren, #leren en #verbinden centraal. Want het delen van ervaringen, kennis en methodieken is een absolute voorwaarde voor een lerend en daarmee beter zorgstelsel. De Dutch Health Hub bundelde, samen met BeBright, de belangrijkste inzichten van de eerste bijeenkomst. Het volledige artikel is ook hier te vinden.

    Delen by default en big daten

    Egge van der Poel, data scientist en auteur van het boek Geheelmeesters, trapte de bijeenkomst af met een inspirerend verhaal over ‘delen by default’. “Bij CERN, waar ik met een grote groep internationale collega’s onderzoek mocht doen naar kleine deeltjes, heb ik geleerd hoe belangrijk het is om samenwerking, data delen en een gezamenlijk doel tot de max door te voeren”, hield Van der Poel de deelnemers voor. “Dus een open kennisuitwisseling, waarbij we naast data ook talenten en methodieken delen. Dat idee van ‘Big Dating’ wil ik naar de zorg brengen. Pas als we echt gaan delen, kunnen we leren hoe het voor de volgende patiënt beter kan.”

    De bereidheid om te delen is volgens Van der Poel in de zorg van oudsher veel te laag. Deze weigerachtige attitude wordt mede gevoed door cultuurproblemen als protocolfixatie, vinkjescultuur (“een tien voor kwaliteit, maar de patiënt is overleden”), hang naar complexiteit (“waarom makkelijk doen als het ook moeilijk kan”), micromanagement en analysis paralysis (“we blijven maar praten en uitdiepen”). Van der Poels boodschap: “Wissel uit en ga aan de slag! Zelfs kleuters zijn in staat om te experimenteren, te interpreteren en een nieuwe hypothese op te stellen. Tijdens opleiding en werk wordt dat er klaarblijkelijk gaandeweg uit geramd.”

    Connected care

    Gebrek aan daadkracht valt Isala in Zwolle niet te verwijten. Het ziekenhuis is bezig met de herinrichting van het zorgproces. Kort gezegd komt het erop neer dat straks een kwart van de zorg thuis wordt aangeboden. Inmiddels zijn 25.000 patiënten in het kader van connected care geheel of gedeeltelijk thuis geholpen, goed voor een besparing van naar verwachting €2,5 miljoen.

    “Het begon met onze bestuursvoorzitter Rob Dillmann, die een paar jaar geleden duidelijk aangaf welke kant hij op wilde”, aldus Tom Faber, programmamanager Connected Care, tijdens de eerste Health CatchUP. “Covid heeft geleerd dat er veel meer thuis mogelijk is.” Naast leiderschap is ook samenwerking volgens Faber een belangrijke sleutel voor een andere inrichting van de zorg. “Een ziekenhuis alleen kan die transitie niet inzetten. Als je echt stappen wilt zetten, moet je dat in een netwerk doen samen met de huisartsen, thuiszorgorganisaties en zorgverzekeraars.”

    Online GGZ

    De cijfers die Marjolijn de Kruijf, psychiater en directeur zorg PsyQ, overlegt maken duidelijk dat ook haar organisatie substantiële stappen zet richting een andere inrichting van de zorg. In een paar jaar is PsyQ Online met 18.000 cliënten en 40 medewerkers gegroeid van een start up naar een scale up. “Het uitgangspunt is 100 procent online klinische GGZ”, legt De Kruif uit. “Dat wil zeggen: geen face to face-contact meer en geen kantoor. Patiënten houden via een app een dagboek bij dat iedere dag bekeken wordt door behandelaren. Die kunnen die informatie direct toepassen in de therapie.”

    De flexibele inzet van behandelaar, de therapeutische relatie of het stellen van de diagnose zijn geen struikelblok voor een volledige onlinebehandeling. De regels rond het voorschrijven van medicatie zijn dat mogelijk wél. “De medicatiewet maakt volledige online werken onmogelijk”, aldus De Kruif. “Je moet iemand persoonlijk gezien hebben in de behandelkamer om medicijnen te mogen voorschrijven. Het gedoogbeleid dat tijdens corona is ingezet, loopt in juni af. Het vinden van een structurele oplossing is een taai proces.” De Kruif blijft niettemin geloven in de eigen aanpak. Naast de behandeling van angst, trauma en depressie wil PsyQ Online het behandelaanbod uitbreiden met onder meer een vrouwenpoli en schematherapie.

    Zelf aan de slag

    Met de Health CatchUP’s willen BeBright en de Dutch Health Hub het innovatievermogen van de zorg vergroten. Dat betekent dat deelnemers geacht worden om zelf de hand aan de ploeg te slaan. Sjoerd Emonts van BeBright: “Geen lange monologen die snel wegzakken. De deelnemers gaan onder begeleiding aan de slag met vragen uit de praktijk. Ervaringen uitwisselen werkt inspirerend. En je bent als deelnemer tegelijkertijd bezig met het oplossen van innovatievraagstukken binnen je eigen organisatie.”

    Op 24 maart bespraken de deelnemers dan ook elkaars vraagstukken rondom het centrale thema. Aan verschillende tafels en in verschillende rondes werden ervaringen, leerlessen en tips uitgewisseld. “Deelnemers gingen ook daadwerkelijk met concrete tips naar huis om het morgen anders te kunnen doen”, aldus Emonts

    Aanmelden en meer informatie over de volgende Health CatchUP

    Doorontwikkelen is ook wat BeBright en Dutch Health Hub doen met de Health CatchUPs. De tweede editie op 16 juni stelt de vraag centraal hoe de eindgebruiker te betrekken bij zorginnovatie. Het grootste gevaar is immers dat we de nadruk leggen op de technologie zelf en niet op de problemen die moeten worden opgelost of op de waarde die een innovatie zou moeten leveren.  Alleen de eindgebruiker kan het probleem helder aangeven waar een bepaalde technologie de oplossing voor kan zijn.

    Health CatchUP #2 is op 16 juni van 16.00 tot 20.00 uur in de Jaarbeurs in Utrecht tijdens de Dutch Health Week. Kijk voor meer informatie over het programma of de hele reeks op Dutch Health Hub. Of neem contact op met Sjoerd Emonts of Jiska de Wit.

    Meld je aan!

     

    Over de Health CatchUPs

    Om het innovatievermogen van de zorg te vergroten, organiseren BeBright en de Dutch Health Hub dit jaar de Health CatchUPs. Deze reeks bijeenkomsten gaat deelnemers inspireren en toerusten om zelf aan de slag te gaan met innovatie. De bijeenkomsten, die gehouden worden op donderdagen van 16.00 tot 20.00 uur in de Jaarbeurs in Utrecht, hebben steeds een ander innovlogo catchupatiethema. De Health CatchUPs richten zich op bestuurders en managers betrokken bij (digitale) zorgvernieuwing, zoals CIO’s, CMIO’s, CNIO’s en innovatiemanagers. De tweede bijeenkomst vindt plaats op 16 juni aanstaande! Ben jij er ook bij