+31(0)30 88 879 27 office@bebright.eu
Preventiestrategie onmisbaar voor ziekenhuizen

Preventiestrategie onmisbaar voor ziekenhuizen

Dertien deelnemers uit verschillende ziekenhuizen komen in de eerste helft van dit jaar vijf keer bijeen voor de Leergang Preventiestrategieën in Ziekenhuizen. De leergang wordt georganiseerd door BeBright. Toonaangevende sprekers binnen het zorg- en preventielandschap delen hun visies, ervaringen en concrete handvatten voor het ontwikkelen van een preventiestrategie voor een ziekenhuis. Tijdens de eerste module, op 27 februari belichtte Bertine Lahuis het belang van een preventiestrategie. 

Waarom een preventiestrategie?
In steeds meer ziekenhuizen starten artsen, verpleegkundigen en paramedici met preventieprojecten. Door gebrek aan borging, financiën en strategie stranden er veel. Een preventiestrategie is een voorwaarde voor succes. ”We zijn het innovatiestadium voorbij” stelt Irene Mommers, organisator van de leergang. “Het structureel inbedden van preventie in en om het ziekenhuis, vraagt om een preventiestrategie. Als deelstrategie natuurlijk, zoals die van vastgoed- of digitalisering”.

Preventie door de ogen van een bestuurder
Bertine Lahuis, voorzitter Raad van bestuur van het Radboudumc, deelde haar visie op het belang van preventie en een preventiestrategie voor het Radboudumc tijdens de eerste module van de leergang. Preventie is binnen het Radboudumc één van de zes leidende strategische thema’s. Lahuis: “Radboudumc wil een significante impact hebben op de gezondheidszorg en gezondheid van mensen”.

Bottum up
“We hebben veel gesprekken gevoerd met artsen, verpleegkundigen en paramedici. Daaruit bleek steeds weer dat ze niet alleen willen behandelen maar ook willen bijdragen aan (regionale) initiatieven om ziekte te voorkomen. Het onderwerp leeft in het Radboudumc en onze beweging naar preventie is bottom-up ontstaan.”

Preventietafel
Lahuis riep een preventietafel in het leven om ervaringen uit te wisselen en samen plannen te maken. Ze bespraken onder meer de rollen van het Radboudumc op het gebied van preventie in haar kerntaken: zorg, onderwijs, onderzoek en valorisatie. De leden van de preventietafel dachten ook na over de effecten van preventie op de kwaliteit van leven van patiënten, op eigen regie en de betekenis voor het verkleinen van gezondheidsverschillen in de maatschappij. Over de kosten van preventie en de ‘collateral gain’ van meer gezondheid en welzijn.

Voorbeeldfunctie
Verder werden er initiatieven ontwikkeld zoals weetings (walking meetings), vitaal meubilair, geen alcohol meer op evenementen en vitaliteitsprogramma’s die bijdragen aan een organisatiecultuur waarin preventie een centrale rol speelt.  Het Radboudumc wil als gezondheidsinstelling het goede voorbeeld geven. En als je iets wilt veranderen moet je ook zelf aan de bak.

Voortrekker
Lahuis ziet het als een taak van een universitair medisch centrum om voortrekker te zijn van vernieuwing en deze in de regio en met andere huizen en zorgverbanden te delen. En om samen te werken met alle partners in de regio, verzekeraars, huisartsen, paramedici en meer. ‘Het Integraal Zorgakkoord helpt ons daarbij’ stelt Lahuis.

Volgende keer in de leergang
Het volgende onderwerp in de Leergang is ‘Leefstijl als onderdeel van de behandeling’ met inspiratie van Hanneke Molema, Marjan van Erk (Leefstijlcoalitie in de Zorg en Lifestyle4Health), Iris de Vries (Vereniging Arts en Leefstijl) en Liesbeth van Rossum (Erasmus MC). In de daaropvolgende modules gaan deelnemers in gesprek over Monitoring en signalering ter bevordering van preventie (module 3), Vitale medewerkers in ziekenhuizen (module 4) en Strategie en realisatie (module 5).

Leergang preventiestrategie in Ziekenhuizen door BeBright

Wil jij meer informatie over de leergang? Neem dan contact op met Irene Mommers of Sjoerd Emonts via leergang@bebright.eu

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief. Lees ook ons eerdere artikel over preventie in het ziekenhuis.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

adviseur regiescan

Irene Mommers

+31(0)6 53461444
leergang@bebright.eu

Voorstellen Pleuni Vullers Senior Adviseur Mens & Ontwikkeling

Voorstellen Pleuni Vullers Senior Adviseur Mens & Ontwikkeling

9Maak kennis met Pleuni Vullers, onze nieuwe Senior Adviseur Mens & Ontwikkeling die sinds maart het team versterkt. Pleuni gaat zich inzetten voor het begeleiden van organisaties naar een toekomst van modern werkgeverschap. Ze werkt vanuit een scherpe visie op strategie en leiderschap. Wat typeert haar werk- en zienswijze nog meer?

Pleuni’s passie voor de zorgsector is ruim 10 jaar geleden ontstaan tijdens de dagen dat ze meeliep met een wijkverpleegkundige. De kleine momenten van aandacht tussen zorgverlener en cliënt inspireerden haar om zich in te zetten voor een fijne werkomgeving voor de zorgmedewerkers. Ze besloot om in de zorgsector te gaan werken en dit te combineren met haar ervaring als organisatieadviseur bij verandertrajecten. Zo werkte ze onder meer als locatiemanager, regiomanager en HR Manager bij verschillende organisaties in de VVT. Pleuni is ervan overtuigd dat ondanks de keuzes die in de huidige zorg gemaakt moeten worden, de bijzondere momenten van aandacht tussen zorgverlener en cliënt blijven. 

Als senior adviseur Mens en Ontwikkeling gaat ze zich inzetten voor wendbare organisaties en veerkrachtige medewerkers. Ze kijkt ernaar uit om dit samen met BeBright collega’s op te pakken. Als we haar vragen naar de eerste indrukken van haar nieuwe collega’s, noemt Pleuni dat ze onder de indruk is van de aanpak en de ambitie om daadwerkelijk een transformatie in de zorg te realiseren. Op haar beurt, is Pleuni met haar ervaring van “binnenuit” voor haar collega’s een waardevolle aanvulling en een fijne gesprekspartner voor zorgorganisaties. Juist omdat ze dezelfde taal speekt en als geen ander snapt welke dilemma’s er zijn.

Meer weten over Pleuni en haar expertise? Zij komt graag met je in contact! Neem contact op met Pleuni via Pleuni.Vullers@bebright.eu of +31(0)30 88 879 27

Waar wij opdrachtgevers in de VVT bij helpen
Wij helpen onze opdrachtgevers in de VVT voorbereiden op de toekomst en helpen om verandering in de praktijk te brengen. Samen met hen gaan we aan de slag met transformatieopgaven:

Visie, strategie & transformatie
Innovatie & digitalisering
Mens & ontwikkeling
Preventie & gezondheid
Analyses, inzichten & regiobeelden
Wonen en zorg & zorgvastgoed
Samenwerking & netwerken
Realisatie

 

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

De kloof tussen vergrijzing en de arbeidsmarkt in cijfers

De kloof tussen vergrijzing en de arbeidsmarkt in cijfers

In de krant, op TV, en op social media – overal om ons heen zien en horen we het: de Nederlandse samenleving vergrijst. Deze trend heeft grote gevolgen; van een knellende arbeidsmarkt tot een groeiende vraag aan zorg en ondersteuning. De impact van een ouder wordende samenleving wordt steeds zichtbaarder en voelbaarder. Maar wat betekent dit concreet? Hoe groot is die kloof tussen vraag en aanbod? In een reeks van artikelen belichten we de feiten en cijfers die onder deze trends schuil gaan. Dit eerste artikel plaatst de ontwikkeling van het aantal mensen van 75 jaar en ouder tegenover de ontwikkeling van het aantal mensen dat tot 2050 werkzaam zal zijn in zorg en welzijn.

De toekomst van de ouderenzorg staat voor een aanzienlijke opgave: het aantal ouderen stijgt flink en de arbeidstekorten in de zorg nemen alsmaar toe. Onderstaande grafiek toont de verhouding tussen het aantal 75-plussers en het aantal mensen werkzaam in zorg en welzijn in een ratio. Tegenover elke 75-plusser in 2010 stond 1,13 personen die in zorg en welzijn werkzaam waren. In 2024 is deze ratio 0,90. En in 2050 is dit naar verwachting slechts 0,62 personen per 75-plusser, een afname van 31% ten opzichte van 2024. Voor medewerkers in verzorging, verpleging en thuiszorg blijkt de ratio in 2010 0,36, afnemend naar 0,29 in 2024 en verder naar 0,22 in 2050: een daling van 24%. Deze trend is nu al merkbaar en zal zich tot 2050 voortzetten. Dat vraagt ontegenzeggelijk om een andere manier van het organiseren van zorg en welzijn.

Scenario Nieuw Beleid1: het percentage personen werkzaam in zorg en welzijn stijgt van 18,3% in 2024 naar 18,6% in 2033. Dit verklaart de afvlakking tot 2033, daarna is uitgegaan van een stabiel aandeel van 18,6%.

Ratio: mensen werkzaam in verpleging en verzorging ten opzichte van 75 jaar en ouder (indicatief)

Scenario Nieuw Beleid1: het percentage personen werkzaam in verpleging, verzorging en thuiszorg stijgt van 32,6% in 2024 naar 36,3% in 2033. Dit verklaart de afvlakking tot 2033, daarna is uitgegaan van een stabiel aandeel van 36,3%.

Onderliggende cijfers: ontwikkeling groep mensen van 75 jaar of ouder

Het aantal 75-plussers groeit fors. In 2005 waren er 1 miljoen inwoners 75 jaar of ouder, inmiddels zijn dat er 1,7 miljoen en in 2050 zijn 3 miljoen mensen 75 jaar of ouder2. Een groot deel van deze groep heeft vroeg of laat behoefte aan een vorm van zorg en ondersteuning.

Onderliggende cijfers: ontwikkeling van de arbeidsmarkt

De potentiële beroepsbevolking, geduid als personen tussen de 20 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd, vertoont in de komende decennia een lichte groei. Het structurele arbeidsaanbod zal van 10,9 mlj. in 2024 naar 11,4 mlj. in 2050 stijgen, met name dankzij een toenemende participatiegraad3,4. Desondanks zal er in de periode 2027-2040 een afvlakking plaatsvinden van het totale arbeidsaanbod, als gevolg van de uittredende babyboomers in die periode3. Na 2040 stijgt de bevolking 15 tot 74-jarigen en stijgt de participatiegraad verder door. Vooral onder vrouwen en oudere werknemers met een gemiddeld aantal gewerkte uren van 30,7 uur/week zal de participatiegraad toenemen3.

In 2024 werken 1,5 miljoen mensen in zorg en welzijn, waarvan 500.000 in verpleging, verzorging of thuiszorg (32,6%). Volgens prognoses groeit zowel het aantal als het aandeel mensen dat in zorg en welzijn en binnen de VVT werkzaam is. Het aantal mensen werkzaam in zorg en welzijn groeit naar 1,8 miljoen in 2033. Het aantal mensen werkzaam in verpleging, verzorging en thuiszorg groeit naar 654 duizend, oftewel 36,3%. Voor de periode na 2033 wordt uitgegaan van een stabiel percentage medewerkers in zowel de algemene zorg en welzijn als in de VVT1.

Onderliggende cijfers: de kloof tussen de groei van mensen van 75 jaar of ouder in vergelijking met de groei van de arbeidsmarkt

De kloof tussen de groei van de mensen van 75 jaar of ouder en de arbeidsmarkt komt pas echt aan het licht als we deze ontwikkelingen naast elkaar leggen in een index waarbij de grootte van de groep in 2024 als 100 is geduid. Vanaf 2024 tot 2050 zal het aantal 75-plussers met 70% toenemen, terwijl de potentiële beroepsbevolking in diezelfde periode groeit met 5%.

Volgend artikel: prognoses over zorgvraag in cijfers

Het volgende artikel van deze serie zoomen wij verder in op de kloof tussen vergrijzing en de arbeidsmarkt. We staan stil bij prognoses over de ontwikkeling van de zorgvraag, het arbeidsmarkttekort en welk inzicht dat biedt in cijfers. Later in deze reeks verkennen we oplossingsrichtingen en goede voorbeelden in het hier en nu.

Meer weten over deze cijfers of de oplossingsrichtingen die wij tegenkomen in de praktijk? Neem dan contact op met Arjo Mans of Bo Fokkes.

Waar wij opdrachtgevers in de VVT bij helpen
Wij helpen onze opdrachtgevers in de VVT voorbereiden op de toekomst en helpen om verandering in de praktijk te brengen. Samen met hen gaan we aan de slag met transformatieopgaven:

Visie, strategie & transformatie
Innovatie & digitalisering
Mens & ontwikkeling
Preventie & gezondheid
Analyses, inzichten & regiobeelden
Wonen en zorg & zorgvastgoed
Samenwerking & netwerken
Realisatie

Bronnen
1. Prognosemodel Zorg en Welzijn. Dashboard – 1. Zorg en welzijn (breed) – Nederland
2. Centraal Bureau voor de Statistiek Prognose bevolking; geslacht, leeftijd, achtergrond en generatie, 2021-2070
3. Centraal Plan Bureau. Arbeidsparticipatie En Gewerkte Uren Tot En Met 2060. (2019)
4. Centraal Bureau voor de Statistiek. Beroepsbevolking (2023)

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

adviseur regiescan

Arjo Mans

+31(0)30 88 879 27
arjo.mans@bebright.eu

adviseur regiescan

Bo Fokkes

+31(0)30 88 879 27
bo.fokkes@bebright.eu

Regionaal Voedselsysteem Limburg: een groeiend netwerk met lokale producten

Regionaal Voedselsysteem Limburg: een groeiend netwerk met lokale producten

Fotografie: Gé Beurskens, Reclamebureau Magenta Sittard
BeBright helpt bij het ‘boosten’ van regionale ecosystemen, zoals het Regionaal Voedselsysteem Limburg (RVS-LB). Dit samenwerkingsverband van regionale ondernemers, overheid en onderwijs richt zich op het  duurzaam in de markt zetten van lekkere, voedzame producten van eigen bodem. Onder begeleiding van BeBright groeide het samenwerkingsverband uit tot een beweging die sinds medio januari heel Limburg bestrijkt. Etiënne Hochs, bestuursvoorzitter van de stichting RVS-LB vertelt erover in dit interview.

Etiënne Hochs is geboren en getogen in Limburg en vindt het als succesvol ondernemer belangrijk om iets terug te doen voor de regionale economie. Toen hij een paar jaar geleden vanuit Rabobank de kans kreeg om als bestuursvoorzitter bij te dragen aan het RVS-LB, greep hij dit met beide handen aan.

Hoe is de Stichting Regionaal Voedselsysteem Limburg ontstaan?
“Het idee ontstond bij de Rabobank Zuid-Limburg Oost en werd later opgepikt door de samenwerkende Rabobanken in Limburg. Toen het idee vorm kreeg is de beweging in november 2021 in een stichting ondergebracht. Ik werd benoemd tot voorzitter van een driekoppig bestuur. In januari dit jaar hebben we tijdens een feestelijke bijeenkomst in Kasteel Eyckholt de focus verbreed naar een regionaal voedselsysteem voor Limburg als geheel.”

Waarom vind je het als drukke ondernemer belangrijk om hier tijd voor te maken?
“Als we een mooi en aantrekkelijk landschap willen behouden, zullen we onze CO2-voetafdruk écht moeten beperken en actuele problemen, zoals het stikstofvraagstuk, het hoofd moeten bieden. Dit kan alleen als we integraal samenwerken en het systeem veranderen. We hebben genoeg lekker, prachtig en duurzaam voedsel in de regio waarmee we stad en platteland kunnen verbinden, transportbewegingen kunnen terugdringen en een aantrekkelijk recreatiegebied voor jong en oud kunnen behouden.”

Uit onderzoek blijkt dat een sterk regionaal voedselsysteem meerwaarde heeft voor maatschappij, milieu en landschap, economie en landbouw. Hoe vertalen deze pijlers zich naar het RVS-LB?
“We willen onder de regionale inwoners de bekendheid en bewustwording vergroten van onze heerlijke, eerlijke, regionale producten. Met behulp van marktonderzoek werken we aan vraaggestuurd aanbod. Een andere drijfveer is het behoud van het aantrekkelijke en diverse landschap. In de afgelopen tijd is het landschap er door grootschalige landbouw niet mooier op geworden, maar toerisme is van grote waarde voor de economie.

Daarnaast vind ik dat producenten de afgelopen jaren tekort zijn gedaan. Als we hen een faire prijs kunnen geven versterkt dit hun positie in de keten en hun belangrijke rol in het landschapsbeheer. Onze stichting kan tevens de noodzakelijke transitie in de landbouw versterken, bijvoorbeeld door de samenwerking tussen ketens en innovaties te stimuleren, zoals bij het ontwikkelen van gewassen die in ons klimaat gedijen en eraan bijdragen. Denk bijvoorbeeld aan planten die meer stikstof kunnen opnemen en bijdragen aan regeneratieve landbouw. Of aan eiwitrijke gewassen die een belangrijke functie hebben voor het land en gezonder zijn voor consumenten.”

Om al deze pijlers te stimuleren heb je een sterk netwerk nodig. Een ecosysteem waarbij je het liefst the whole system in the room hebt. Welke belangrijke partners zijn aangesloten?
“De beweging telt inmiddels 320 deelnemers. Denk aan inwoners (vertegenwoordigd door de provincie en gemeenten), producenten (vertegenwoordigd door de Limburgse land & Tuinbouwbond), toeristen (Visit Zuid-Limburg) en de Rabobank die een belangrijke rol heeft in de agrarische sector.”

Hoe draagt de stichting bij aan een meer inclusieve samenleving in Limburg?
“In delen van Limburg kunnen mensen gezond eten niet betalen, waardoor gezondheidsverschillen in stand blijven. We streven ernaar om regionaal voedsel bereikbaar te maken voor iedereen, daarop willen we geen concessies doen. We willen bijvoorbeeld samenwerken met de Gezonde Basisschool van de Toekomst en op elke school in Limburg fruit en een gezonde lunch verzorgen. Tegelijk zullen we duidelijk maken dat de producten uit de regio komen, duurzaam en lekker zijn. Het is eigenlijk niet uit te leggen dat er met overheidsgeld Poolse appels naar Limburgse scholen gaan, terwijl hier appels liggen te verpieteren.”

 

Missie Regionaal Voedselsysteem Limburg
Het Regionaal Voedselsysteem Limburg is een proactief samenwerkingsverband waarin met respect voor mens, dier, milieu en landschap wordt gehandeld en waarin nutriëntrijke en smaakvolle producten uit de eigen regio worden afgezet tegen een eerlijke en transparante prijs voor alle partijen in de keten. Het is een netwerk van regionale ketens die van grondstof tot eindproduct van regionale bodem zijn en waarbij de waarden ‘duurzaamheid, circulariteit en vitaliteit’ worden gediend

Schematisch overzicht van een regionaal voedselsysteem (Nourish, 2014)


Wat heeft BeBright betekend in het op gang brengen van deze beweging?
“BeBright is de drijvende kracht achter dit initiatief en de motor van het systeem: door BeBright is het idee van Rabobankdirecteur Alphons Kurstjens realiteit geworden. Je kunt mooie plannen op papier zetten maar uiteindelijk moeten mensen enthousiast worden om samen te werken en mee te betalen. BeBright wist mensen en partijen te betrekken en financiering te realiseren. Dankzij hun hulp bleven we gefocust op het doel, ook bij tegenslagen.”

Wat is de toekomstdroom van het Regionaal Voedselsysteem Limburg?
“We streven ernaar dat in 2030 25% van het voedsel in Limburg van eigen bodem of van een Limburgse bewerker komt. We willen dus steeds meer lokale producenten verbinden aan het regionale voedselsysteem en hun producten certificeren. Dit betekent dat ze bijdragen aan vitaliteit, circulariteit, schoon transport, verdienvermogen van de producent en innovatievermogen van de regio.”

BeBright en regionale samenwerking
Een regionaal voedselsysteem omvat een geïntegreerd, coöperatief netwerk gericht op lokale productie, verwerking en verkoop, binnen een circulaire economie. Centraal staat het bieden van voedselzekerheid op een wijze die essentiële elementen – zoals gezondheid, economie, sociaal en milieu – behoudt voor toekomstige generaties.

De ontwikkeling van regionale ecosystemen is een gefaseerd proces. Het begint bij het vaststellen van een gemeenschappelijke ambitie en het bouwen van draagvlak en draagkracht. Vervolgens wordt er van elkaar geleerd en ruimte gecreëerd voor innovatie. Door deze aanpak komen mensen in beweging en worden gezamenlijk significante veranderingen in de regio tot stand gebracht.

 

Meer weten? Anouk Joosten en Jules Coenen vertellen graag meer.

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief. 

AAN DE SLAG?

Neem contact op! 

 

 

Jules Coenen

Jules Coenen

+31(0)30 88 879 27
jules.coenen@bebright.eu

Positieve Gezondheid in de praktijk: lessen van Zorggroep De Laren

Positieve Gezondheid in de praktijk: lessen van Zorggroep De Laren

Bewoners breien wekelijks samen dekens die het Rode Kruis uitdeelt aan Utrechtse gezinnen die wel wat warmte kunnen gebruiken. Een mooi voorbeeld van Positieve Gezondheid bij Zorggroep De Laren in de praktijk, dat niet alleen anderen helpt, maar ook het welzijn van de bewoners bevordert.

Zorggroep De Laren, een ouderenzorgorganisatie met zeven zorgvilla’s verspreid door Nederland, heeft met hulp van BeBright het concept Positieve Gezondheid geïmplementeerd. Deze benadering, gericht op de kracht van elke individuele bewoner, is nu een fundamenteel onderdeel van de dagelijkse praktijk in de villa’s. Marieke Geerligs, stafmanager opleiding, kwaliteit en zorg, en Esther van Dalen, algemeen directeur en mede-eigenaar van Zorggroep De Laren, delen hun ervaringen en de succesfactoren van de tweejarige samenwerking met BeBright.

Een levensfase met mogelijkheden
Positieve Gezondheid biedt volgens Esther en Marieke een waardevolle focus op individuele behoeften en wat bewoners als betekenisvol ervaren. Of zoals Marieke het schetst: “We streven ernaar om onze bewoners te begeleiden in deze fase van het leven en te kijken naar wat wél kan binnen de mogelijkheden die ze hebben. Het leven staat voorop in plaats van ziekte en beperkingen.” Esther vult aan: “In de zorg wordt vaak vanuit ziektebeelden gedacht, maar een mens is meer dan zijn ziekte. We willen de onderliggende behoeften ontdekken door de bewoner goed te leren kennen en te begrijpen waar iemand plezier en zingeving uit haalt.”

Voorbeelden Positieve Gezondheid bij Zorggroep De Laren: van theorie naar de praktijk
Een praktijkvoorbeeld van Positieve Gezondheid bij Zorggroep De Laren, is dat alle bewoners en hun kinderen een sleutel van de voordeur hebben, wat symbool staat voor de openheid en huiselijkheid in de zorgvilla’s. “Van je eigen huis en van dat van je ouders heb je immers ook de huissleutel”, aldus Marieke. Een aantal voorbeelden van zaken die geïmplementeerd werden:

    Informatie-uitwisseling tussen de verschillende teams via the daily stand. Medewerkers van alle teams (Zorg, Huishouding en Horeca) nemen deel aan dit korte dagelijkse overleg en zijn betrokken bij/ kennen de bewoner en zijn/haar familie.
    Zien eten doet eten maar ook praten over lievelingsrecepten en die vervolgens (samen) met bewoners bereiden en ze verzamelen en tot een receptenboekje maken, is een waardevolle bezigheid.
    Teams ondersteunen om een gesprek te starten met woordkaarten die afgeleid zijn van het spinnenweb. Medewerkers kunnen de kaarten meenemen voordat ze naar een bewoner in zijn/haar appartement toe gaan. De tekst op de kaarten stimuleert de variatie van gespreksonderwerpen met concrete tips.
    De levenstekening is een initiatief van een sneltekenaar die samen met de bewoner zijn/haar levensverhaal in een tekening giet. De tekening wordt ingelijst en krijgt een mooie plek aan de muur en is terugkerend stof voor een gesprekje.
    Alle medewerkers krijgen tijdens hun werk de tijd om een activiteit met de bewoner te doen, zoals een spelletje, de krant voorlezen of een wandeling maken of een stukje samen fietsen op de duo-fiets. Een vorm van quality-time.
    Elkaar ruimte geven: als een medewerker in een goed gesprek belandt, wordt er gekeken of andere medewerkers taken over kunnen nemen om het gesprek de ruimte te geven.
    Positieve Gezondheid heeft een vervolg gekregen in het Zorggroep De Laren brede project de laatste levensfase. Bij dit project zijn medewerkers van alle villa’s betrokken en leert men van elkaars ervaringen. 
    Positieve Gezondheid wordt waar mogelijk ingebed in reguliere werkzaamheden als MDO.  

Esther van Dalen: “De huidige uitdagingen liggen in het vasthouden en delen van ideeën. Met elkaar zoeken we naar concrete en praktische handvatten, en hoe we ze kunnen verankeren en verspreiden door de gehele organisatie.”

De randvoorwaarden
Volgens Marieke en Esther zijn er drie cruciale succesfactoren bij het implementeren van Positieve Gezondheid:

1) Een goed georganiseerde basis;
2) Ambassadeurs binnen de organisatie, zoals in het geval van Zorggroep De Laren een locatiemanager of coördinerend verpleegkundige;
3) Het betrekken van álle medewerkers, dus ook de activiteitenbegeleiders en medewerkers van de teams Horeca en Huishouding. In een kleinschalige woonzorgvoorziening, zoals de villa’s van Zorggroep De Laren, speelt elke medewerker een rol van betekenis in het leven van bewoners.

“Naast deze randvoorwaarden was de hulp van BeBright een belangrijke stimulerende kracht”, stellen Marieke en Esther. “Onze contactpersonen van BeBright waren flexibel, geduldig en hadden oog voor de verschillen tussen de villa’s. In de sessies werden zowel management als villamedewerkers uitgedaagd om stappen te zetten.”

Wil je Positieve Gezondheid in jouw organisatie ook implementeren? Neem contact op met Caroline Bogchelman of Ellis Boerkamp.

Wat is Positieve Gezondheid?
Positieve Gezondheid staat voor ‘het vermogen om je aan te passen en regie te voeren op alle uitdagingen in het leven’. Dit concept overstijgt de traditionele definitie van gezondheid als afwezigheid van ziekte (WHO, 1948) en belicht wat iemand nog wel kan, vanuit een brede blik op het leven: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren. Het spinnenwebmodel helpt cliënten en zorgverleners om te bepalen wat waardevol is. Daarnaast geeft het concept Positieve Gezondheid vertrouwen en – voor professionals- werkplezier.

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op! 

Een frisse kijk op wonen en zorg

Een frisse kijk op wonen en zorg

Gemeenten, corporaties en zorg- en welzijnsorganisaties staan voor een forse opgave in wonen voor kwetsbare groepen. Er is een groeiende behoefte aan geschikte woningen voor uitstromers uit beschermd wonen, statushouders, oorlogsvluchtelingen, maar de grootste groep zijn ouderen met behoefte aan zorg en ondersteuning. Een te verwachten verdubbeling van het aantal 80+ers, forse personeelstekorten in alle sectoren en een significante afname van het aantal beschikbare mantelzorgers maken dat veel voor de hand liggende oplossingen niet meer voldoende zijn. Om deze opgave aan te gaan zijn bewezen én onconventionele oplossingen nodig. Samenwerking tussen o.a. overheden, burgers, woningcorporaties, investeerders, zorgorganisaties en huisartsen, is hiervoor essentieel. BeBright ondersteunt lokale partijen met inzicht in deze opgave, het vormen van coalities en het gezamenlijk vinden van oplossingen. Wat zijn succesfactoren in dit vraagstuk?

Inzicht
Een gedeeld inzicht in de opgave, gebaseerd op een gedegen demografische analyse en prognose van de vraag naar wonen met zorg, is een belangrijk startpunt. De praktijk laat zien dat overeenstemming over aard en omvang van de opgave een enorme versnelling kan geven in het vinden van oplossingsrichtingen. Het antwoord op die vraag naar wonen en zorg is een puzzel die lokale partijen gezamenlijk leggen.

Meer dan bouwen
Traditionele oplossingen van de verzorgingsstaat zijn niet meer vanzelfsprekend. Het bijbouwen van verpleeghuizen voor ouderen met een zorg- en ondersteuningsvraag in hetzelfde tempo als de vergrijzing is niet mogelijk. Realisatie van een alternatief woningbouwprogramma, geschikt en bestemd voor de kwetsbare groepen waaronder ouderen met een intensieve zorgvraag, wordt vertraagd door veel praktische bezwaren en belemmeringen, zoals stijgende kosten, gebrek aan bouwlocaties, complexe regelgeving, etc. Bovendien concurreren kwetsbare groepen met elkaar om voorrang. Woningbouw is nodig, maar zal niet voldoende zijn. Moderniseren en verduurzamen van bestaande bouw zoals appartementencomplexen en bestaande verpleeghuizen, maar ook inzet op bewustwording bij burgers, zorgtechnologie, community-building en ontwikkeling van vitale wijken zijn voorbeelden van oplossingsrichtingen. Burgerkracht en inwonerinitiatieven zijn daarbij een vliegwiel.

Regie
De aanpak van de wonen- en zorgopgave heeft een nieuwe samenwerkingsstructuur nodig. Waar inwoners met zorg- en ondersteuningsindicatie in het verleden door verpleeghuizen en zorgorganisaties samen met het zorgkantoor werden opgevangen, is er nu sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor zorgorganisaties, gemeenten, woningcorporaties, welzijnsorganisaties, huisartsen en de burgers zelf. Het antwoord op de toename van de vraag naar wonen en zorg ligt immers bij de inwoners thuis. Thuis kan daarbij ook een variant zijn op de woning in de wijk waar men al lange tijd woont, zoals een geclusterde woonvorm of verpleegzorgplek. Dat aanbod is niet meer alleen de opgave voor zorgorganisaties en zorgkantoor, maar van alle lokale partijen.

Regie is nodig. Of dat met een Woonzorgvisie of een Volkshuisvestingsprogramma gebeurt, er is een visie nodig die wordt gedragen door alle lokale partijen. De gemeente heeft hierin een leidende rol, maar heeft de partners nodig om het aanbod in de wijk vorm te geven.

Meer weten over onze aanpak? Arnout Siegelaar begeleidt partijen in 25 gemeenten in de regio Utrecht als projectleider van het IVVU-project Wonen en Zorg 2040. Daniel Mogendorff en Jules Coenen zijn actief met wonen en zorg samen met partijen in  Limburg. Wij komen graag met je in contact! Neem contact op met Arnout Siegelaar of Daniël Mogendorff

Interessant artikel? Meld je dan hier aan en ontvang elke 2 maanden de BeBright nieuwsbrief.


Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op!